Nova Civitas
Blog Over Nova Civitas Kalender Archief Inschrijven English
 
FAQ
Publicaties
Artikels
CNE
IES Europe
Koppelingen
 
   
Zoek


Archief
Recente bijdragen
Koppelingen
Powered by
Movable Type 2.661

 
 

30 juni 2005

"Waarom de vervolging van Bouckaert zo pijnlijk is" : een analyse door B. Brinckman

BB-bouckaert1.jpg Na Patricia De Waele moet Boudewijn Bouckaert (foto) zich verantwoorden voor de statutaire commissie van de VLD. Hij zou het bevel van partijvoorzitter Bart Somers hebben genegeerd om geen publieke uitspraken meer te doen die de partij kunnen schaden. Maar veel eer kan Somers met dit dossier niet halen. Aldus de analyse door Bart Brinckman, hoofd Wetstraatredactie van de Standaard.

Boudewijn Bouckaert is een interessant figuur. Ooit koketteerde hij met links, tegenwoordig rijdt hij tegen een flinke snelheid op het rechterbaanvak bij de VLD. Met provocerende maar onderbouwde uitspraken voedt hij al jarenlang het politieke debat. Hij kleurt ook Nova Civitas, een rechtse denktank in de schoot van de partij.

De stellingen van de Gentse hoogleraar zijn bekend en al talloze keren gepubliceerd. Hij is erg Vlaamsgezind. Het B-H-V-debacle kwam bij hem dan ook hard aan. Economisch pleit hij zoveel mogelijk liberalisme. Bouckaert was bijzonder opgetogen over het jongste economische congres van zijn partij waar gepleit werd voor de invoering van een fair tax (twee aanslagvoeten) of zelfs een flat tax (één enkele).

Als hoogleraar (UGent) en lid van het VLD-partijbestuur dweept hij met het Angelsaksische systeem. Dat impliceert een tweepartijenstelsel met een links blok, onder leiding van de SP.A, en een rechts blok, onder leiding van de VLD. Dat zou volgens hem de politiek transparanter maken en het regeringsblok duidelijk belonen of afstraffen voor het geleverde werk. Gedaan met die saaie compromisregeringen.

Uiteraard vergt dat het opgaan van Vlaams Belang, de N-VA, de rechtervleugel van CD&V en de VLD in een nieuwe formatie. Bouckaert zegt daarom ook al jaren (letterlijk) dat het cordon sanitaire tegen Vlaams Belang een ,,strategische blunder'' is.

Bouckaert herhaalde deze stellingen gisteren in een interview met het christelijke weekblad Tertio . Wat hij absoluut niet verwachtte, gebeurde toch. Voorzitter Somers opende een dossier bij de statutaire commissie. Hij beschouwt het interview als een overtreding van het ingestelde verbod om de partij nog met krasse uitspraken in moeilijkheden te brengen. Eerder gooide Somers om dezelfde reden Patricia De Waele uit het partijbestuur. De statutaire commissie deed daar een partijschorsing van vier maanden bovenop.

Somers, momenteel met vakantie in Noorwegen, stelt zich deze keer iets genuanceerder op. Hij geeft het dossier in handen van de commissie zonder zelf een voorstel van straf te doen. Toch dringt hij aan op een beslissing voor de grote vakantie. ,,Er was een duidelijke afspraak. De kritiek moet nu echt stoppen'', stelde zijn woordvoerder gisteren heel resoluut. ,,We hebben geen seconde getwijfeld.''

Vooral Bouckaerts verwijzing naar een samenwerking met Vlaams Belang neemt de partij hem zeer kwalijk. ,,In januari spraken we af om niet met Vlaams Belang samen te werken. Op het ogenblik dat de partij negatief in de media komt, moet Bouckaert niet het omgekeerde beweren.''

Wie het genuanceerde discours van Bouckaert leest, moet evenwel de wenkbrauwen fronsen. Dit is geen harde uithaal à la Karel De Gucht of Jean-Marie Dedecker. Het gaat om een doordachte analyse van een partijmilitant die door erg veel liberalen wordt gedeeld. Bouckaert pleit niet uitdrukkelijk voor coalities met Vlaams Belang, hij geeft een evolutie weer van een door hem gewenst partijlandschap.

,,Ik stuur helemaal niet aan op verwijdering uit het partijbestuur, maar als academicus moet ik mijn mening kunnen geven. Misschien zijn de functies van academicus die over politiek nadenkt en lid van het partijbestuur van de VLD niet combineerbaar'', reageerde een duidelijk verbouwereerde Bouckaert.

Dat Patricia De Waele werd aangepakt - zij noemde de voorzitter ,,dictatoriaal'' nauwelijks een dag na de unaniem goedgekeurde afspraak - was nog begrijpelijk. Maar Bouckaert bekleedt geen enkel mandaat en geniet veel aanzien voor zijn analyses. Een partij zou blij moeten zijn met zo'n academische steunpilaar. Alsof het parlement nog niet genoeg wordt bevolkt met echokamers.

Maar Somers is als de dood dat Bouckaert navolging krijgt. Als hij de Gentse hoogleraar ongemoeid laat, kan een andere VLD'er zich geroepen voelen om nog scherper van leer te trekken. Dat zou de zo noodzakelijke remonte van de partij, met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen, in het gedrang kunnen brengen. De partijvoorzitter was des te meer ontstemd omdat het ,,spreekverbod'' tijdens de jongste fractiedagen in Luik uitdrukkelijk was bevestigd. ,,Helaas was Bouckaert daar niet aanwezig'', meldde het partijhoofdkwartier nog.

Toch stelde de zoveelste portie peptalk van de voorzitter in Luik lang niet iedere VLD'er gerust. De analyse van de dramatische VLD-neergang (op zijn minst in de peilingen) is al dikwijls gemaakt. Ook Bouckaert herhaalde de diagnose. De partij heeft het B-H-V-dossier verknoeid, het stemrecht voor migranten had ze nooit mogen toestaan, de plotse overstap van minister-president Patrick Dewael naar de federale regering blijft een blunder en het spagaat tussen de beloften en de realisaties is te groot. ,,De hoogmoed is in de gelederen geslopen'', zegt Bouckaert en hij verwijst naar Karel De Gucht die ,,zichzelf in de vernieling rijdt''.

Somers wil het tij keren en heel wat VLD-mandatarissen en militanten vragen ook niet liever. Maar wat ze evenmin begrijpen is dat de belangrijkste verantwoordelijken voor de neergang - het trio Verhofstadt, Dewael en De Gucht - steeds buiten schot blijven en zich bovendien nooit een seconde verantwoordelijk voelen voor de gemaakte vergissingen. De voorzitter ontbeert daarbij het lef om de ,,heilige drievuldigheid'' zo ver te krijgen om op zijn minst voor de verzamelde fracties een mea culpa te slaan en te beloven het geweer van schouder te veranderen.

Vervolgens is het maar goedkoop om iemand de mond te snoeren die zegt wat de overgrote meerderheid van de VLD gewoon denkt. Tenminste, zij die nog een eigen mening hebben.

Bart Brinckman
Bron : De Standaard, 30-06-2005.

Posted by NovaCivitas at 06:31 pm | Druk deze pagina

29 juni 2005

Somers leidt procedure tegen Bouckaert in

tertio2005_20pro3.jpg VLD-voorzitter Bart Somers heeft bij de statutaire commissie van de partij een dossier ingeleid tegen Boudewijn Bouckaert. Aanleiding is een interview van Bouckaert in het weekblad Tertio, waarin hij ervoor pleit de politieke kaart van Vlaanderen te hertekenen en kritiek uit op zijn eigen partij. Of de maatregel gewettigd is of niet kan de lezer zelf uitmaken : de integrale tekst van het interview is immers elders op deze website te lezen.

Daags na het VLD-congres van enkele weken terug vroeg en kreeg Somers van het partijbestuur van de Vlaamse liberalen volmachten om de orde binnen de partij weer te herstellen. Aanleiding was het publiek gekibbel tussen minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht en senator Jean-Marie Dedecker, dat het congres overschaduwde.

De volmachten kwamen erop neer dat nationale mandatarissen en leden van het partijbestuur die openlijk kritiek geven op andere VLD'ers of die de partijlijn openlijk bekritiseren, onverbiddelijk uit het partijbestuur zouden vliegen. Tevens zou de partijvoorzitter een procedure starten bij de statutaire commissie voor de verwijdering uit de partij.

Het eerste slachtoffer was de Evergemse schepen Patricia De Waele. Zij gaf de dag na de beslissing van het partijbestuur in een interview kritiek op de volmachten. Ze vond die volmachten dictatoriaal en in strijd met de liberale filosofie. De statutaire commissie besliste uiteindelijk De Waele, die bij de laatste voorzittersverkiezingen derde eindigde, gedurende vier maanden te schorsen.

Hoewel hij het zelf zo niet ziet, gaat ook Bouckaert met zijn uitlatingen in het christelijke opinieweekblad volgens Somers in tegen de afspraken. "In het weekblad Tertio verklaart Boudewijn Bouckaert dat de VLD op termijn zichzelf moet ontbinden en fusioneren met extreem-rechts. Bart Somers distantieert zich uitdrukkelijk hiervan", luidt het woensdag in een mededeling.

"Dit is onaanvaardbaar en druist in tegen de unanieme beslissing van het partijbestuur om geen verklaringen meer af te leggen die de partij schade berokkenen", aldus nog de VLD-voorzitter. Somers heeft een dossier ingeleid bij de statutaire commissie. Die moet soeverein oordelen over de mogelijke gevolgen.

Reactie

Senator Jean-Marie Dedecker verzette er zich vrij snel tegen dat er tegen Bouckaert maatregelen zouden worden genomen. Hij vindt dat het hier duidelijk om een geval van vrije meningsuiting gaat.

Ook Boudewijn Bouckaert zelf reageerde woensdag verrast op de melding dat VLD-voorzitter Bart Somers een dossier heeft ingeleid bij de statutaire commissie, om over de uitspraken van Bouckaert in het weekblad Tertio te oordelen. "Ze
doen maar", zei Bouckaert, die vindt dat hij niet tegen de eerder gemaakte afspraken heeft gezondigd.

Volgens Bouckaert was wat hij in het interview met Tertio zei, niet tegen de afspraken die binnen de partij gemaakt zijn om geen verklaringen meer af te leggen die de partij schade berokkenen. "Ik zal me in ieder geval verdedigen", zei Bouckaert aan Belga. "Ik stuur helemaal niet aan op verwijdering uit het partijbestuur, maar als academicus moet ik mijn mening kunnen geven. Misschien zijn de functies van academicus die over politiek nadenkt en lid van het partijbestuur van de VLD niet combineerbaar."

Dat hij in Tertio liet optekenen dat hij het cordon sanitaire geen goede zaak vindt, was ook enkel zijn mening. "Ik heb dat altijd al gezegd en als men mij naar mijn mening vraagt, dan geef ik die ook. Het is niet omdat de meerderheid van de partij daar anders over denkt, dat mijn mening plots verandert", aldus de hoogleraar. "Ik propageer deze mening alleen niet meer actief."

Bouckaert benadrukte in zijn reactie nog dat hij niet gezegd heeft dat VLD en Vlaams Belang moeten samengaan, "zoals in een krant stond". "Ik heb gezegd dat bij een Angelsaksisch tweepartijensysteem Vlaams Belang zich eerder bij rechts zou aansluiten dan bij links", zei Bouckaert. "De partij moet zich enkel baseren op het interview in Tertio en niet op media die zinsneden uit hun context hebben gehaald".

Bron : Belga.

Het interview met Tertio vindt U door hier te klikken.

Posted by NovaCivitas at 11:35 pm | Comments (5) | Druk deze pagina

27 juni 2005

Patrick Dewael : 'Zonder de VLD wordt het koud en kil in de politiek'

patrickdewael1.jpg Het gaat slecht met paars, het gaat slecht met de VLD en de VLD-trojka De Gucht-Dewael-Verhofstadt loopt op zijn laatste benen. Patrick Dewael (foto) voelt de vragen van ver komen, maar weigert zich te laten meeslepen in een spiraal van pessimisme. Om het VLD-huishouden op orde te krijgen, volstaat 'een beetje discipline'; paars werkt wel degelijk 'ondanks de perceptie' en een leven zonder politiek is 'nog heel ver weg'. 'Als het moeilijk gaat, vragen de mensen dat we leiding geven. Niet dat we op de loop gaan.' Een interview dat afgedrukt staat in De Morgen van 27-06-2005.

Werkt paars of werkt het niet meer?

"Hebben jullie mij bij een vorig interview al niet dezelfde openingsvraag gesteld? (Schouderophalend) Dat is toch wel onzin. Ik vraag me af waarom men zoiets schrijft. B-H-V heeft natuurlijk de indruk gewekt dat alle aandacht daar naartoe ging en dat het normale regeringswerk zou stilvallen. Quod non."

PS-minister Laurette Onkelinx zei onlangs wel dat het werk stilgelegen heeft.

"Ze heeft gezegd dat niemand wist of de regering nu al dan niet naar een crisis zou gaan. En het besef dat je kunt uitglijden, remt het werk. Er zijn gezaghebbende economen die een stuk van de groeivertraging aan B-H-V wijten. Feit is dat met de beleidsverklaring in oktober een pakket maatregelen aangekondigd is, sociaal-economische, maar ook op andere vlakken. Neem de Themis-hervorming van justitie. Die is verstrekkend en werd toen al aangekondigd. Dat bewijst dat de regering wél gewerkt heeft."

Om er een cruciaal dossier uit te pikken...

"Ja maar, als jullie mij de hele tijd onderbreken, kan ik niet bewijzen dat paars werkt (lacht)."

Laten we het debat over de eindeloopbaan nemen. Dat staat na een jaar nog maar aan het begin van de onderhandelingen.

"Het gaat dan ook over grote dossiers, waar beslis- singen voorbereiding en overleg nodig hebben. En nu zijn de onderhandelingen wel volop aan de gang, met een nota waarvan zelfs de meeste kritische commentatoren zeggen dat het een stevig document is. Tegen de beleidsverklaring moeten we eruit zijn, mét de sociale partners als het kan, zonder hen als het moet. Intussen hebben we, ongeveer als enige in Europa, de begroting in evenwicht gehouden, de witte woede opgelost, de vennootschapsbelasting hervormd, een lastenverlaging doorgevoerd en uiteraard het interprofessioneel akkoord (ipa) afgesloten. Trouwens, na een afwijzing door het ABVV in Wallonië, en waarbij je had kunnen verwachten dat de PS zou zeggen 'no pasarán'. Maar integendeel, de PS was de eerste om te zeggen dat de regering haar verantwoordelijkheid moest nemen. Dat bewijst toch dat paars werkt.

"Blijkbaar gebeurt er ook voldoende dat het vertrouwen van de mensen wekt. In de peilingen valt mij op dat bij de mensen de regering meer vertrouwen geniet dan in Vlaanderen de samenstellende delen, SP.A en VLD. Het vertrouwen in de regeringspartijen is niet te best, maar het vertrouwen in de regering die die partijen vormen is stevig: in Vlaanderen bijna 50 procent, in Wallonië zelfs 60 procent."

Hoe verklaart u die paradox?

"De partijen zijn niet zo goed bezig geweest en dan heb ik het in eerste instantie over de VLD. We hebben te veel exposure gegeven aan interne problemen. Die stellen zich niet alleen bij ons: als ik praat met CD&V'ers over het kartel met N-VA, of hoe er op Vlaams niveau gestookt wordt tegen de regering- Leterme..."

Door CD&V'ers?

"Ik ga daar geen namen op plakken, maar daar gaat het over het existentiële probleem van een generatie die nog gehoopt had een rol te kunnen spelen. En ook bij de SP.A is niet iedereen het altijd eens met elkaar, zoals Flor Koninckx en Kathleen Van Brempt vorige week. Maar bij die partijen wordt er intern gediscussieerd en wordt er naar buiten toe eendrachtig gecommuniceerd. De VLD doet dat niet en dan zijn slechte peilingen normaal. Die zijn van de baan als je dat probleem oplost en het is geen zwaar probleem, het veronderstelt alleen wat meer discipline. Maar onze interne problemen hebben nooit afgestraald op de regering, ministers hebben altijd kunnen functioneren. En op cruciale momenten kunnen we resultaten tonen."

En toch overheerst de perceptie dat Verhofstadt II niet werkt. De kritiek is vaak dat alles al eens aangekondigd is, maar dat het er maar niet van komt.

"We hebben grote werven geopend, dan zag je de kranen, het grote werk, daarna komt de afwerking. En af en toe worden de plannen opnieuw bekeken en bijgestuurd, dan ligt het even stil. Uiteindelijk wordt de werf afgeleverd, maar dat is natuurlijk minder sexy dan de voorstelling van de grote plannen. We gaan ook niet systematisch blijven hervormen om het plezier van het hervormen. Je moet regelmatig herhalen dat je met grote hervormingen bezig bent, zodat iedereen de grote lijnen blijft zien. Maar je moet het ook vertalen op het terrein en dus moet je overleggen met partners, het parlement, je moet naar de Raad van State, het Arbitragehof..."

Dat was tien jaar geleden niet anders, maar onlangs bleek dat er toen wel meer wetgevend werk werd geleverd.

"Ik dacht dat het juist de bedoeling was om meer soberheid aan de dag te leggen? Nu kopt De Standaard 'Paars valt stil', en anders hadden jullie wel geschreven dat paars aan diarree van wetten lijdt. Paars valt niet stil, integendeel. Ik denk eigenlijk dat de pers in het begin te vriendelijk is geweest voor paars, daar hebben jullie nu wat spijt van en dat sturen jullie bij door in omgekeerde richting wat te overdrijven. In 1999 was alles nieuw en wat de regering ook deed, ze kreeg positieve commentaren. Nu vervallen jullie wat in het andere uiterste, mede doordat de VLD zijn meningsverschillen wat overdreven geëtaleerd heeft."

Een ander punt van kritiek is dat paars-groen een coherent project had, terwijl paars steeds meer blauw plus rood wordt.

"De spanningen zijn een beetje toegenomen door de asymmetrische regeringen, die van iedereen een aanpassing vroegen. Terwijl de mensen ons vragen dat die verschillende regeringen werken, punt. 'Verstaat u', zeggen ze mij, 'maak geen ruzie'."

Maar ook binnen de federale regering zijn de tegenstellingen toch op scherp gezet?

"Ook dat is een gevolg van de asymmetrie: de MR bestuurt regionaal niet meer mee en dat is vrij traumatiserend. Hervé Hasquin, Charles Michel, dat zijn gewezen ministers die nu in de Kamer zitten. Die voelen zich niet bepaald vriendelijk bejegend door de PS en dan kun je ook niet verwachten dat ze na een speech van de PS-fractieleider op hun bank staan te applaudisseren. Je ziet de neiging om in het parlement de dissonantie al eens op te zoeken, maar in de regering merk je daar niet veel van. Toch denk ik dat we op termijn weer naar samenvallende verkiezingen moeten, zoals ook Steve Stevaert voorstelde."

Zal het nog lukken om de verkiezingen opnieuw te laten samenvallen?

"Het had gekund, daarvoor hadden we moeten vallen over B-H-V. Grapje! (lacht) Nee, het is niet makkelijk te regelen, daarover moet gepraat worden in het Forum."

Deze legislatuur draait ook vooral rond sociaal-economische thema's. Dan is het toch logisch dat het verschil tussen rood en blauw op scherp gesteld wordt? Bijvoorbeeld in het eindeloopbaandebat.

"Dat ligt niet zo moeilijk tussen socialisten en liberalen, maar wel voor de sociale partners die de platgetreden paden moeten verlaten. Die hebben elkaar vaak gevonden in systemen die vooral de belastingbetaler veel geld kosten. Daar moeten ze nu op terug komen en tegenover hen zit een regering die via een nota heeft aangegeven dat ze het over een aantal essentiële uitgangspunten eens is. De regering zal tegen oktober wel tot een consensus komen."

Op lange termijn is de ideologische evolutie onmiskenbaar: de VLD heeft op zijn congres zijn economisch profiel aangescherpt, de SP.A belooft in het najaar een rodere, meer linkse koers. De paarse synthese van de actieve welvaartstaat in 1999 is toch steeds verder weg?

"Maar de essentie van politiek is toch een synthese maken tussen twee partijprogramma's? Die partijen moeten toch niet over alles hetzelfde denken?

Maar blauw en rood drijven toch steeds verder weg van die synthese?

(Onverstoorbaar) "Die synthese is er nog altijd. Het cement van paars is de actieve welvaartstaat en ik stel vast dat de ambitie er vandaag nog altijd is om die te realiseren. Ons uitgangspunt is niet dat je het mes in de sociale zekerheid moet zetten om de lasten te verlagen. Lastenverlagingen vallen perfect te combineren met een sterke sociale zekerheid, op voorwaarde dat je de uitgaven onder controle houdt en daar is Rudy Demotte (PS) mee bezig. Lastenverlagingen, en dat is ons sterke punt, slaan geen gat in de begroting, maar verdienen zichzelf voor een stuk terug. Ook de Nationale Bank zegt nu dat het dankzij die verlagingen en het samenhangende consumentenvertrouwen is dat we toch nog aan een groei van 2,7 procent komen. De VLD is altijd de partij geweest die het voortouw nam, maar ik heb geen indicaties dat de socialisten minder meegaand zouden zijn dan voordien."

In 2003 kon de VLD het marktleiderschap in Vlaanderen claimen. Hoe geslagen bent u als u uw eigen partij op sterven na dood verklaard ziet worden, onder andere in de 'eigen' krant Het Laatste Nieuws?

"Och, het is zoals met de commentaren dat paars stilvalt. Ik vraag me af waar men zoiets haalt. Ik maak me er niet zo druk over, het zal wellicht nog een tijdje aanhouden."

Het gaat toch om een structureel probleem?

"Nee, het is conjunctureel. Er is niets structureels in de VLD."

Dat dachten wij ook.

(lacht) "Ik bedoel dat we minder een partij zijn van structuren dan van ideeën. We zijn geen partij van organisaties en het middenveld, maar een ledenpartij. We moeten het vooral hebben van een drive die zich in de eerste plaats op lokaal vlak aftekent. Er is één zaak die je in de politiek niet mag doen en dat is je meningsverschillen etaleren. We doen dat wel en dan is het jullie plicht - enfin, zo wordt jullie job toch ingevuld (grijns) - om daarop te springen."

Voor een ledenpartij is het des te erger als zelfs de leden de partij niet meer geloven, zoals bleek bij de voorzittersverkiezingen, telkens wanneer de lastenverlagingen ter sprake kwamen.

"Dat klopt niet, alleen vonden sommige kandidaten er genoegen in voortdurend vraagtekens te plaatsen bij de uitstekende realisaties van de liberalen in de regering."

Het ging om zes van de zeven kandidaten, alleen Bart Somers deed niet mee.

"En wie waren dat? Over een aantal onder hen wil ik het niet eens hebben omdat het te pijnlijk zou zijn, maar het gaat hier niet over het doorsnee VLD-lid. Ga eens rond in de basis en kijk hoe daar aan politiek gedaan wordt. Daar is een vrij grote eensgezindheid, net als op de congressen waar inhoudelijke standpunten altijd met 80 tot 95 procent worden goedgekeurd. In 2003 heb ik een congres voorgezeten, waar 15 mensen rond Ward Beysen een bepaald stempatroon hadden, maar waar de rest van de zaal na een stevige discussie wilde dat we een standpunt innamen. Onze leden willen dat nog, de vraag is of de media dat wel nog willen. Zodra er een dissonante stem is, wordt erop ingezoomd. Ik heb eens als grap gezegd dat als er geen meningsverschillen zouden zijn, ik nog camera's aan de Melsensstraat zie verschijnen om aan de conciërge te vragen of er toch misschien geen problemen zouden kunnen zijn. (Windt zich op) Maar ik pas voor een congres, waar een uur naar de voorzitter geluisterd wordt om dan samen een glas te drinken en te zeggen hoe hecht ze wel niet zijn."

U bent wel op dreef.
"Ja! Want zoals het elders gebeurt, dat is niet mijn benadering van politiek. Wij zijn soms te ver gegaan in het interne debat, maar als de VLD zijn rol van ideeënfabriek niet speelt, zal het koud en kil worden in de politiek."

Bij de socialisten hoor je regelmatig dat ze met de liberale ministers geen probleem hebben, maar wel met de VLD die ook de partij is van Jean-Marie Dedecker.

"Op zijn manier geeft Dedecker ook uiting aan iets wat leeft aan de basis. Voor de PVV de VLD werd, leefde sterk het gevoel dat we een middenstandspartij waren. Het mag ook dat sommigen meer de nadruk leggen op de donkerblauwe accenten. Die mensen zullen in de komende jaren van ontzettend groot belang zijn om duidelijk te maken waar de partij naar toe wil. Het is de job van de ministers om een regeringspalmares voor te leggen, maar na de volgende verkiezingen willen mensen niet meer weten wat paars gedaan heeft, maar wat de VLD voor de volgende jaren van plan is."

De ideologische kloof gaat toch veel dieper. Van Verhofstadt, De Gucht en van u is duidelijk bekend dat jullie nooit met het VB zouden kunnen samenwerken. Dedecker moet tegenwoordig zijn tong afbijten om niet meer te herhalen dat hij net in zo'n samenwerking de toekomst van de VLD ziet.

"Daarover is binnen de partij een debat geweest en een duidelijke stemming. Op meer dan honderd mensen was er één tegenstem en drie onthoudingen. We debatteren met het VB, maar we werken er niet mee samen. Sommigen zullen nog een afwijkende mening hebben, maar de partijlijn is glashelder."

Iedereen weet toch dat we bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 vooral de VLD in de gaten moeten houden?

"Ik daag iedereen uit om dat te bewijzen, ik geloof daar geen fluit van. Ik ken de partij toch een beetje en in de afdelingen is dat geen punt van discussie. Jullie hebben het over Dewael, De Gucht en Verhofstadt die tegen samenwerking met het VB zijn, maar kijk naar de generatie na ons. Bart Somers, Hilde Vautmans, Marino Keulen, Patricia Ceysens, Fientje Moerman, zij denken daar toch op net dezelfde manier over? Misschien is er hier en daar een nuance, bijvoorbeeld bij Vincent Van Quickenborne, maar finaal denken ze hetzelfde. Het verhaal van 'de drie aan de top', dat correspondeert niet meer met de werkelijkheid."

Klopt, jullie zijn maar met twee meer.

(De telefoon stelt het antwoord even uit. Waarna Dewael zonder verpinken over iets anders begint)

"Een ander probleem voor de federale overheid is de financieringswet. Bij de volgende staatshervorming zal daarover gepraat moeten worden, want federaal zitten we op het been, terwijl de deelstaten zich geen zorgen hoeven te maken. Ik begin over iets anders, zoals jullie merken (lacht).

Toch nog even terug naar de VLD. Binnen de partij wordt het begin van de negatieve spiraal steevast bij uw overstap van de Vlaamse naar de federale regering geplaatst.

"Ik heb mijn overstap aangekondigd voor de verkiezingen van 2003. (Uitdagend) Mag ik u vragen wat het resultaat van die verkiezingen was? Uitstekend. En de eerste peiling in oktober 2003? Toen haalden we 26 procent. En wanneer is het veranderd? In december. En wat was er toen bezig? Het migrantenstemrecht. De verantwoordelijkheid die ik daarvoor neem, samen met de andere onderhandelaars, is dat we geen afspraken gemaakt hebben over het moment waarop het parlement daarover zou beslissen. De inkt van het regeerakkoord was nog niet droog of sommigen vonden er een hilarisch genoegen in om dat koste wat kost voor de regionale verkiezingen te regelen. En daar hebben we allemaal, behalve de PS, bij verloren. Goed, dat dossier heeft wonden geslagen, maar die bladzijde is nu omgeslagen. Waarom is er altijd die neiging om over het verleden te praten?"

Laat ons dan nog maar wat verder teruggaan. Sinds het congres van Kortrijk in 1979 speelt u al 26 jaar een prominente rol. Dat is gigantisch lang.

"Allez, we spreken nu over een loopbaanvereiste van 40 jaar. En dan zouden wij aan de mensen moeten uitleggen dat we alleen nog gaan fietsen? Moeten wij het slechte voorbeeld geven?"

U wilt blijkbaar nog een rol spelen in de generatie 2016. Maar Steve Stevaert hield het wel voor bekeken.

(Vrolijk) "Is Stevaert gestopt? Nee toch? Ik heb er nog mee vergaderd in Limburg, hij is levendiger dan ooit en ontdaan van de stress.

"Ik denk daar wel eens over na. Ik kijk zelfs uit naar een leven zonder politiek, maar ik ben er nog niet klaar voor. Als ik voel dat de drive er niet meer zou zijn, als ik zonder goesting zou opstaan, als ik zou vloeken bij een vroege telefoon, dan wil ik dat mijn naaste omgeving me waarschuwt. Als je op vrij jonge leeftijd begint in de politiek, moet je er niet oud worden. Maar ik kan de VLD niet in de steek laten als het moeilijk gaat en bovendien beleven we nu zeer boeiende tijden, met migratie, de Europese Unie, de economische uitdagingen. We moeten de mensen vertrouwen geven en geen angst inboezemen. De mensen verwachten dat we regeren, niet dat we op de loop gaan."

Hoe sterk is uw lot verbonden aan dat van Verhofstadt? Kunt u aan politiek doen zonder hem?

"Dat zullen we nog niet snel meemaken. We zijn misschien geen eeneiige tweeling, maar we zijn wel voor een stuk aan elkaar gelinkt. Die wisselwerking geeft een gezonde voedingsbodem. Soms irriteert hij mij, maar dat zal omgekeerd ook wel het geval zijn. Verhofstadt verstaat de kunst om iets op de agenda te krijgen en dan ga ik wel eens op de rem staan, maar een paar weken later krijgt hij toch gelijk. Als dat zou stoppen, zou dat jammer zijn. Maar ik kan natuurlijk wel aan politiek doen zonder hem, al kijk er niet naar uit."

Jullie stappen niet samen van het podium? In 2007?

"Zou dat niet triestig zijn? (lacht)"

Interview : Liesbeth Van Impe en Filip Rogiers

Bron : www.demorgen.be.

Posted by NovaCivitas at 03:19 pm | Comments (0) | Druk deze pagina

21 juni 2005

Een draak van een democratie

ChineseDragon.jpg Een bijdrage van B. Maddens die in hoofdzaak volgende stellingen bevat : 1° er zijn geen argumenten tegen een referendum die geen argumenten zijn tegen de democratie zelf; 2° de Belgische constructie kan geen democratie verdragen.

Politici mogen dan al de mond vol hebben van democratie, in werkelijkheid hebben ze er een haat-liefdeverhouding mee. Enerzijds willen ze de burger nauwer betrekken bij de politiek en meer inspraak geven. Anderzijds wegen ze dat nobele streven voortdurend af tegen doelstellingen die ze minstens even belangrijk vinden: het politieke systeem stabiel houden, en de eigen macht niet te veel in het gedrang laten komen.

Om die dubbelzinnige houding van politici tegenover de democratie te illustereren wordt soms wel eens verwezen naar een Chinees sprookje over meester Cheh. Die was verzot op draken en versierde zijn paleis met niets dan drakenmotieven en drakenbeelden. Dat kwam een echte draak ter ore, die daarop besloot meester Cheh met een bezoekje te vereren. Maar toen de draak uiteindelijk voor zijn deur stond, werd de meester gek van angst. Bij nader inzien hield hij toch niet echt van draken.

Politici dwepen wel met principes als democratie en volkssoevereiniteit, maar als het er echt op aankomt en het volk zich effectief roert of dreigt te roeren, dan breekt bij hen het angstzweet uit en achten ze de democratie in gevaar.

In de periode dat de 'Nieuwe Politieke Cultuur' (NPC) hoogtij vierde, nu ongeveer tien jaar geleden, leek het de politici nochtans even menens. Er werden allerlei revolutionaire voorstellen geformuleerd om de burger dichter bij het beleid te betrekken: er zouden referenda worden georganiseerd, de burgemeester en zelfs de premier zouden rechtsreeks worden verkozen, de afzonderlijke lijsten voor opvolgers zouden worden afgeschaft, enzovoort.
Weifelende pogingen

Tijdens de eerste regering-Verhofstadt deinde die NPC-storm nog wat na en werden een aantal weifelende pogingen ondernomen om sommige voorstellen uit te voeren. De afzonderlijke lijsten voor opvolgers werden in 2000 zelfs daadwerkelijk afgeschaft. Voortaan zouden het niet langer de partijen maar wel de kiezers zijn die beslissen over wie de ministers opvolgt in het parlement. Het duurde nog twee jaar voor de politici helemaal uit hun NPC-roes ontwaakten en tot het besef kwamen dat het bij nader inzien toch wel veel comfortabeler was zelf de opvolgers aan te wijzen. In 2002 werd de maatregel gewoonweg weer ongedaan gemaakt, zodat de burger de macht die zij op papier even heeft gehad nooit heeft kunnen uitoefenen.

Nog halfslachtiger was de manier waarop de eerste regering Verhofstadt het NPC-kroonjuweel van het referendum in de praktijk probeerde te brengen. Onder het blijkbaar cynisch bedoelde motto 'elke Belg een beetje koning' kreeg iedereen een propagandistische vragenlijst in de bus, waarmee men zich onder meer kon uitspreken over de wel zeer controversiële kwestie of de overheid al dan niet voor kwaliteit moet zorgen. Maar toen zich vijf jaar later een mooie gelegenheid voordeed om de burger écht te laten meespreken over een fundamentele beleidskwestie gaf de politieke klasse niet thuis.

Het beangstigende aan de hele discussie over het al dan niet houden van een referendum over de Europese grondwet was dat de tegenstanders precies dezelfde argumenten gebruikten als de tegenstanders van het algemeen stemrecht meer dan honderd jaar geleden. De burgers zijn te weinig geïnformeerd om zich over moeilijke kwesties uit te spreken. Ze zullen zich op sleeptouw laten nemen door populistische volksmenners. Ze beseffen niet wat goed is voor hen. In het diepst van hun hart vreesden de politici de confrontatie met de burger en waren ze doodsbang dat de draak opnieuw aan hun deur zou verschijnen in de vorm van een massaal 'neen'.

Dezelfde angst voor de draak ligt ook aan de basis van de recente beslissing om de burgemeester toch maar niet rechtstreeks te laten verkiezen. Ook dat was een van de uitlopers van de NPC-furie van de jaren negentig.

Tijdens de vorige legislatuur leek het er nog op dat de radicale democraten in de VLD en Spirit hier voet bij stuk zou houden en zich deze enige NPC-trofee niet zouden laten ontfutselen. Want hoe je ook draait of keert, de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester zou betekenen dat een belangrijk stuk macht van de politieke elite wordt overgeheveld naar de burger. De macht over de coalitievorming is nog steeds een vrij exclusief privilege van de politieke elite. En de elite zou geen elite zijn, mocht ze zich niet met alle macht aan haar privileges vastklampen. Exit dus de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester.

Ter compensensatie verkregen de radicale democraten wel dat de gemeenteraadsleden voortaan louter op basis van de voorkeurstemmen zullen worden aangewezen. In werkelijkheid is dat niet veel meer dan een schaamlapje, aangezien de voorkeurstemmen nu al de facto doorslaggevend zijn bij de aanwijzing van de gemeenteraadsleden.
Heimwee

Van de vele voorstellen die ooit werden gelanceerd om de burger meer greep te geven op het beleid blijft dus niet veel meer over. Sterker nog, een aantal hervormingen die momenteel in de pijplijn zitten, lijken juist het tegenovergestelde te beogen.

Toen in 1992 werd beslist de federale en de regionale verkiezingen los te koppelen was dat een belangrijk winstpunt voor de democratie. Voortaan kreeg de burger de gelegenheid om de federale en de regionale regering afzonderlijk te beoordelen. Meteen werd het aantal inspraakmomenten verhoogd, waardoor de kiezer ook meer kansen kreeg om de politieke kaarten te herschudden. Vorig jaar heeft zij die extra macht op een nogal doortastende manier benut, en van de weeromstuit heeft zowat de hele politieke klasse heimwee gekregen naar het ancien régime, waarbij federale en regionale samenvielen.

Het liefst van al zou men om de vijf jaar federale én regionale verkiezingen willen houden. Op die manier kan de elite vijf jaar lang besturen zonder te worden lastiggevallen door balorige en wispelturige kiezers. Dat een van de grote voorstanders van het laten samenvallen van de verkiezingen, Steve Stevaert, veel belang hecht aan jobzekerheid is onlangs trouwens ook nog op een andere manier duidelijk geworden.

Het heet dat de koppeling van regionale en federale verkiezingen de enige manier is om een ernstig beleid te kunnen voeren en het politieke systeem beheersbaar te houden. Nochtans kan men bezwaarlijk stellen dat de kiezer in ons land - in vergelijking met andere landen - overdreven veel naar de stembus wordt geroepen. In de Verenigde Staten wordt om de twee jaar het hele Congres herverkozen. In Frankrijk moeten de kiezers alleen al voor de nationale verkiezing (van president en parlement) op vier verschillende dagen gaan stemmen, en daarnaast zijn er nog eens aparte gemeenteraads- en regionale verkiezingen (ook telkens in twee ronden), Europese verkiezingen en af en toe een referendum. In Duitsland wordt de federale politiek om de haverklap doorkruist door deelstaatverkiezingen. Toch lijkt het politieke systeem in geen enkele van die landen daardoor tilt te slaan.

Als het al zo is dat ons politiek systeem geen aparte regionale verkiezingen kan verdragen, dan kan dat enkel maar betekenen dat er iets ernstigs fout is met dat systeem. Wat is dat eigenlijk voor een democratie, als men die enkel kan doen werken door verkiezingen af te schaffen? Wat is dat voor een democratie, waar de politieke elite de confrontatie met de burger zoveel mogelijk uit de weg gaat en zich halsstarrig vastklampt aan de eigen macht en privileges? De vraag stellen is ze beantwoorden.

B. MADDENS

De auteur doceert politieke wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven


Bron : De Tijd, 19-06-2005

Posted by NovaCivitas at 11:46 am | Comments (1) | Druk deze pagina

19 juni 2005

Vlamingen laten deksel op bodemloze put

DiRupo78201.jpg Jaarlijks stromen miljarden van Vlaanderen naar Wallonië. Zonder resultaat. Daarom hebben de socialisten nu een nieuw miljardenplan bedacht. ‘Een hilarisch voorstel’, noteerde Bart Dirks in De Volkskrant.

Bij een groentekraam op de Place Maugrétout in La Louvière geeft de 63-jarige Alain zijn mening over het ‘Marshallplan voor Wallonië’, waartoe voorman Elio Di Rupo (foto) van de Parti Socialiste (PS) afgelopen weekend heeft opgeroepen. ‘Ik werd werkloos toen de mijnen werden gesloten. Mijn zoon van 34 heeft nog nooit een baan gehad. Solliciteren is zinloos. Zo is het leven hier in de Borinage: zinloos.’

Wallonië werd in anderhalve eeuw groot door het huwelijk van ijzererts en steenkool. Maar na 1945 zette het verval in, tot nu toe. In de provincie Henegouwen is het te zien in La Louvière en buursteden als Bergen (Mons) en Charleroi: de exodus van de zware industrie heeft vooral littekens in het landschap achtergelaten, en stoflongen bij de mijnwerkers.

‘Di Rupo’s Marshallplan komt vijftig jaar te laat’, meent Alain. Dan lacht hij om zijn eigen sombere schets en steekt de straat over naar het Palais de La Bière. In het onopgesmukte cafeetje aan het marktplein kost de oploskoffie 1,40 euro; een getapt pilsje tien cent minder. Als de cd met accordeondeuntjes wordt verruild voor Elvis Presley, zetten twee stamgasten zowaar enkele danspasjes bij It’s Now or Never.

Nu of nooit – op die emotie tracht de machtige PS-voorzitter én burgemeester van Bergen in te spelen met zijn reddingsplan voor Franstalig België. Bijna een op de vijf Walen heeft geen baan, de jeugdwerkloosheid bedraagt zelfs 26 procent.

‘Il faut se faire aimer’, liet Di Rupo door de zakenkrant L’Echo optekenen, ‘We moeten ervoor zorgen dat ze van ons gaan houden.’ Want buitenlandse investeerders mijden de regio. ‘We moeten vertrouwen geven, juridische zekerheid, een fiscaal en sociaal sereen klimaat.’ De vele stakingen, zoals onlangs bij het openbaar vervoer, ‘hebben het beeld over Wallonië zeker niet verbeterd’.

Maar een Marshallplan voor Wallonië? Terstond zijn de Vlaamse politici op hun qui-vive. Di Rupo verwijst naar de miljardenimpuls die de VS na de Tweede Wereldoorlog gaven aan de wederopbouw. Hoeveel gaat dat Waalse plan kosten?

Nu al stromen jaarlijks vele miljarden euro’s van Noord- naar Zuid-België. Deze transfers zijn in Vlaanderen een open zenuw. Geen van de Vlaamse partijen lijkt bereid tot nóg meer financiële solidariteit. Het Vlaams Belang is het meest uitgesproken. ‘Hilarisch’ noemt voorzitter Frank Vanhecke Di Rupo’s voorstel. Volgens hem wordt jaarlijks ‘minstens 12,6 miljard euro (2100 euro per Vlaming) naar Wallonië overgemaakt. Dat is veel meer dan wat West-Duitsland afdroeg aan het voormalige Oost-Duitsland’, aldus Vanhecke. ‘Een bodemloze put.’

Een van die ‘bodemloze putten’ in Wallonië is de scheepslift van Strépy-Thieu, even buiten La Louvière. Het gevaarte op het Centrumkanaal takelt binnenvaartschepen 73 meter verticaal omhoog. Het prestigieuze project uit 1978 is pas sinds enkele jaren klaar. Maandag ligt een enkel binnenvaartschip, uit Zwijndrecht, te wachten.

Al jaren eerder was te voorzien dat de peperdure scheepslift nooit rendabel kon worden. De mijnen, die hun steenkolen over het water transporteerden, gingen in de jaren tachtig allemaal dicht. In zijn boek Blijvende blunders schreef De Morgen-journalist Douglas De Coninck: ‘Het was voor alle waarnemers duidelijk dat met het begrip ‘‘economisch belang’’ niet zozeer de lift zelf werd bedoeld, maar wel de bijhorende bouwcontracten.’ De scheepslift is voor menig Vlaming hét toonbeeld van Waalse spilzucht. Toch lijkt het Elio Di Rupo met zijn Marshallplan niet in de eerste instantie om meer geld te gaan. Mogelijk heeft hij geluisterd naar drie vooraanstaande economen uit Luik, Namen en Brussel. Zij schreven half mei in Le Soir dat Wallonië door de transfers uit Vlaanderen in slaap is gewiegd.

De transfers ‘moedigen geen energiek antwoord aan op de economische problemen’, analyseerde de Brusselse hoogleraar Henri Capron. ‘Waalse politici zijn vooral bezig met de zoektocht naar geldstromen. Ze zouden moeten mikken op meer ondernemerszin.’

Werklozen worden bovendien te weinig aangespoord om werk te vinden, is een veelgehoorde klacht. Voor bij- en omscholing is amper aandacht, waarschuwde adviesbureau McKinsey dit voorjaar kritisch.

‘Het is heel moeilijk om gekwalificeerd personeel te vinden. Technici kunnen ook hier zó aan de slag’, beaamt de intercedente van de Daoust Jobshop in La Louvière. Het uitzendbureau op een steenworp van La Maison de la Bière, heeft welgeteld 5860 werkzoekenden in de kaartenbak. Het is schrijnend, stelt de intercedente, hoeveel jongeren hun opleiding hebben afgebroken. ‘We helpen met een cv opstellen. Maar werkgevers zijn kieskeurig. Al geef ik ook toe: veel aanbod is er niet.’

Maar de Waalse mentaliteitsverandering is vooral ook van politieke aard. Talrijk zijn de voorbeelden van onderlinge twisten om bedrijven binnen te halen. ‘Wat heeft het voor zin als Doornik en Charleroi elkaar bevechten om werkgelegenheid?’, vraagt Alain. ‘Ze kunnen beter de handen ineen slaan.’ Dat had mogelijk voorkomen dat Toyota zich hier vestigde in plaats van in het Noord-Franse Valenciennes.

Socialist Di Rupo, wiens ouders Italië verruilden voor het toen nog bloeiende Wallonië, beaamt het. ‘Het moet afgelopen zijn met al die baronieën die alleen voor zichzelf zorgen en zichzelf instandhouden’, zegt hij in L’Echo. Dat lokale verdeel-en-heers-spel is volgens hem ‘de kanker van Wallonië’.

B. Dirks

Bron : www.volkskrant.nl.

Posted by NovaCivitas at 03:01 pm | Comments (0) | Druk deze pagina

18 juni 2005

"Belgium in an Enlarged EU" : verslag van de bijeenkomst van de "Amigo Society" op 14 juni te Brussel

PatCox-706.jpg De activiteit van politieke denktanks – waarvan Nova Civitas er een is - of groeperingen van denktanks zoals het Stockholm Network – waarvan wij lid zijn – heeft totnogtoe, jammer genoeg, op niet veel aandacht kunnen rekenen van een meerderheid van Nova Civitas-leden. Debatavonden gewijd aan "Vlaamse" thema's kunnen gewoonlijk op nogal veel belangstelling rekenen. Maar Nova Civitas is niet in de eerste plaats een "Vlaamse" vereniging : we zijn voonamelijk een klassiek-liberale denktank die de vrije marktidee propageert. Dat er in Vlaanderen geageerd wordt, en dat er beslist aandacht besteed wordt aan de Vlaamse zaak, mag het hoofddoel niet doen vergeten..

Hoewel, wanneer het over thema's gaat die het Vlaamse niveau overstijgen, lijkt de gemiddelde Nova Civitas-sympathisant opeens veel minder geïnteresseerd. Dit toch jammerlijk gebrek aan interesse werd nog maar eens vastgesteld bij een activiteit die nochtans via onze website was aangekondigd en die betrekking had op een thema dat niet alleen ons land aanbelangt, maar bovendien het voorwerp uitmaakte van veelvuldige publicaties in deze weblog en in de rest van de site. We hebben het over het debat "Belgium in an Enlarged EU" dat een paar dagen geleden te Brussel doorging.

Plaats van het gebeuren : het imposante Amigo Hotel, vlak achter de Grote Markt en het Brusselse stadhuis. Centrale gast : de oud-voorzitter van het Europese parlement, de Brit Pat Cox (foto). De timing voor het debat was perfect, juist een paar dagen voor de Brusselse top waarop de schade zou worden ingeschat van de "twin torpedo's" (Cox' metafoor voor het Frans-Nederlandse "nee" tegen de EU-constitutie), en waarop ook aangekeken werd tegen een mogelijk Brits veto in verband met de EU-begroting.

Ondanks de problemen waartoe de twee referenda aanleiding hebben gegeven ziet Cox geen gevaar voor de EU. Waar hij niet gelooft dat de uitslag van beide volksraadplegingen opzij kan worden geschoven en het evenmin gezond vindt dat er voortgegaan wordt met de ratificaties alsof er niets is gebeurd, is hij er evenmin voorstander van een al te lange periode van introspectie : de EU is een project met een grote toekomst en het betaamt niet zich al té lang vragen te stellen.

Cox gaat in tegen diegenen die gekant zijn tegen een verdere uitbreiding van de EU – of die bezwaren hadden tegen de "big bang"-uitbreiding van 1 mei 2004. De uitbreiding beschrijft hij als een "win-win-situatie" : de omhelzing van de vrije markteconomie door een aantal vroegere "socialistische" landen is niet enkel principieel een goede zaak, er kan bovendien worden vastgesteld dat de nieuwe lidstaten er de oude ook toe dwingen zich vragen te stellen over hun eigen economie. Aldus kunnen de nieuwelingen de landen van het "Oude" Europa (waaronder, in dit geval, het Europa van voor 1 mei 2004 moet worden verstaan) zelf zin voor hervorming bijbrengen. Inderdaad moet Oost-Europa niet "zwijgen", en alles wat de klassieke "kernlanden" wensen aanvaarden, maar moeten de nieuwe landen zich duidelijk uitspreken waar zij de noodzaak tot verandering en verbetering zien.

De uitbreiding is evenwel slecht "verkocht" en slecht overgebracht : na de persconferentie die Bolkestein in Parijs gaf wordt de hele uitbreiding nu al te vaak herleid tot het cliché van de Poolse loodgieter, die aan dumpingprijzen en met een twijfelachtig statuut in West-Europa zijn ding komt doen, tot scha van de autochtone vakman. Cox meent integendeel dat aan de "gevreesde" Poolse loodgieter misschien kan worden gevraagd of hijzelf, of een van zijn kennissen of verwanten, geen nuttige bijdrage tot de Europese welvaart zou kunnen leveren.

De spreker lichtte aan de hand van enkele cijfers toe hoezeer de economische vrijheid de welvaart en de productiviteit in de nieuwe lidstaten gunstig hebben beïnvloed. Hij geeft toe dat niet alles naar rozen ruikt : de liberalisering van de economie heeft aan de basis dikwijls geleid tot een andere verdeling van winnaars en verliezers. Sommigen hebben ervan geprofiteerd, voor anderen leidde het juist tot een vermindering van hun persoonlijke welvaart.
Maar over het algemeen stellen we thans vast dat de landen van de EU-periferie het beter doen dan de "kernlanden" Frankrijk, Duitsland en Italië. In die "kernlanden" is natuurlijk niet alles kommer en kwel, want er zijn nog altijd bepaalde sectoren van de economie die bijzonder performant zijn en die schitterend presteren, ook inzake export.

In de "oude" lidstaten stellen we helaas vast dat er veel te veel naar het nieuwe "gevaar uit het Oosten" wordt verwezen, maar helaas weinig debat wordt gevoerd over de eigen tekortkomingen. Het Franse "nee"-kamp tegen de consitutie was voor een flink deel bemand door conservatieven die de eigen verworvenheden wilden beschermen tegen nieuwe invloeden.

Cox lichtte de voordelen van de eenmaking toe mbt. een aantal sectoren : de telecommunicatie en het luchttransport. Met betrekking tot technologie wijst hij er wel op dat de concurrentie met een aantal landen die zich kenmerken door een lage loonkost maar een hoog opleidingsniveau van de bevolking. Hij verwijst daarbij o.a. naar China, en neemt als maatstaf het aantal aangevraagde patenten. Uit de cijfers blijkt dat de oosterlingen inzake inventiviteit beslist niet moeten onderdoen voor het Westen, wel integendeel. In 2004 vroegen Chinese universiteiten in totaal een 6000 patenten aan. Zij worden enkel geklopt door de Verenigde Staten (6500 patenten aangevraagd door universiteiten). Ter vergelijking, de meest "produktieve" universiteiten in Europa – die in Groot-Brittannië – zijn "goed" voor "slechts" een 1000-tal patenten. Dit zijn geen evoluties, aldus Cox, die te negeren vallen… Het Oosten zal niet gestopt worden in zijn grote sprong voorwaarts, het Westen kan zich de status quo niet veroorloven.

Europa dient zich samen slagvaardig op te stellen, besloot Cox. De referenda in Nederland en Frankrijk hebben alles wel bemoeilijkt, maar dit leek hem geen reden om de klok ook op andere punten terug te draaien.

Na Pat Cox kwamen nog enkele mindere goden aan het woord : VLD-parlementslid Yolande Avontroodt, Europees Parlementslid Edith Herczog en de Franse journalist en publicist Philippe Manière, directeur van het prestigieuze Montaigne-instituut. Avontroodt ging in op de rol van de eengemaakte markt in de sector van de gezondheidszorg – haar specialiteit – waarvan zij de voordelen toelichtte. Ze vertolkte o.a. de mening dat er geen enkel bewijs bestaat dat de uitbreiding van de EU zal leiden tot "outsourcing" naar nieuwe lidstaten. Manière had het over de oorzaken en de gevolgen van het Franse "non". Naar zijn mening – en hier gaat hij in tegen de opinie van vele politici – is het "non" niet in de eerste plaats te verklaren door een gebrek aan informatie over de EU-grondwet. Wèl gelooft hij dat een groot aantal "non"-stemmers werden geïnspireerd door dingen die niets met het ontwerp te maken hebben, maar evenzeer dat ook een aantal "oui's" elders een oorzaak hebben. De personen die "nee" gestemd hebben zijn zich thans bewust van hun sterkte, denkt Manière, en ze zouden daarop kunnen kapitaliseren. Vraag is natuurlijk welke draagwijdte dit zal krijgen. Edit Herczog tenslotte, meende dat de vrees die in West-Europa bestaat voor de "nieuwe" lidstaten niet terecht is. De "nieuwe" leden hebben het "acquis communautaire" moeten aanvaarden en hebben zelf hun markten opengezet. Als er tegenwoordig verzet bestaat, heeft dat meer te maken met een fout lopende communicatie.

De vergadering werd besloten met een gespreksronde waarbij alle deelnemers (toch meer dan vijftig in aantal) vragen konden stellen.

Elk debat van de "Amigo society" heeft een boeiend panel, en het is steeds een buitenkans om met sprekers van sterk kaliber in debat te kunnen gaan. In de toekomst moeten alleszins méér Nova Civitas-leden de verplaatsing naar Brussel overwegen. Per slot van rekening is ook dit een van de informatiekanalen die onze vereniging aanbiedt… Het zou jammer zijn er geen gebruik van te maken.


N.C.Webmaster

Relevante links :

www.stockholm-network.org

Posted by NovaCivitas at 03:24 pm | Comments (0) | Druk deze pagina

16 juni 2005

Marshallplan Wallonië niet noodzakelijk goed idee

Marshall-Plan1200.jpg Om Wallonië economisch uit de put te krijgen, moet er een Marshallplan voor Wallonië komen, vindt PS-voorzitter Elio Di Rupo. Dan valt wel te hopen dat het om een voor de Walen beter plan gaat dan het oorspronkelijke Marshallplan. Want toen dat plan midden 1952 afliep was de Waalse economie er relatief slechter aan toe dan bij de start in 1947.

In 1947 was Europa in een economisch dieptepunt beland en dreigde er zelfs hongersnood. Om die dreiging af te wenden en om het oprukkende communisme een halt toe te roepen, lanceerde Washington het Marshallplan, genoemd naar de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Marshall. In totaal stelden de Amerikanen, gespreid over enkele jaren, 17 miljard dollar ter beschikking. Dat gebeurde onder de vorm van leningen, schenkingen en wat nu 'gebonden' hulp heet, steun op voorwaarde dat er Amerikaanse producten mee gekocht werden. Met het Marshallplan kwamen ook de coca-cola, de kauwgum en de koelkast naar Europa.

De 17 miljard dollar Marshallhulp stemt overeen met 7,5 procent van het toenmalige bruto nationaal product van de VS, een inspanning die gespreid werd over een vijftal jaren. Ter vergelijking: de transfers van Vlaanderen naar Wallonië zijn goed voor zo'n 4 procent van het Vlaams primair inkomen, een inspanning die elk jaar opnieuw herhaald wordt.

Als Di Rupo het over een Marshallplan voor Wallonië heeft, moet hij het eigenlijk over een nieuw Marshallplan voor Wallonië hebben. Want het deel van de Amerikaanse Marshallgelden dat na de Tweede Wereldoorlog aan België werd toegewezen, vloeide bijna integraal naar Wallonië. Uit onderzoek van Erik Buyst, hoogleraar economische geschiedenis aan de KULeuven, blijkt dat de Waalse steenkoolmijnen het gros kregen van het voor België bestemde Marshallgeld. Vlaanderen, misschien met uitzondering van een heel klein beetje voor de haven van Antwerpen, viste volledig achter het net. Voor een deel kwam dat omdat Vlaanderen in 1947 geen kapitaalgoederenindustrie had. Het was een in hoofdzaak agrarische regio met wat textielnijverheid. Maar dat waren sectoren die niet onmiddellijk op Marshallsteun konden rekenen.
Spaarpot

Beter is Wallonië van de Amerikaanse steun nochtans niet geworden. Om te beginnen kreeg ons land al relatief weinig Marshallhulp. Ons land voelde zich zo rijk dat het weinig of geen moeite deed om meer steun in de wacht te slepen. In vergelijking met onze buurlanden was het Belgische productieapparaat relatief ongeschonden uit de tweede grote wereldbrand gekomen. Onze economie zat bij de start van het plan, in 1947, al opnieuw op het vooroorlogse peil. De haven van Antwerpen en de spoorwegen draaiden in opdracht van de geallieerden op volle toeren, terwijl alle andere belangrijke West-Europese havens en belangrijke spoorknooppunten verwoest waren.

Bovendien beschikte ons land over een goed gevuld spaarpotje dat tijdens de oorlog was bijeengespaard met de verkoop van uranium uit Congo aan de VS. We hadden in de naoorlogse periode dus weinig last van de dollarschaarste, die elders in Europa zo nijpend was. Ook de goudvoorraad van de Nationale Bank was vrijwel ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog gekomen.

Toch was de voorsprong die de Belgische economie in 1947 nog ten opzichte van onze buurlanden had tegen het einde van het Marshallplan in 1952 al omgeslagen in een achterstand. De oorzaak hiervoor is niet te vinden in de relatief beperkte Amerikaanse steun die ons land ontving, wel in een verkeerde aanwending ervan. De Marshallsteun verdween voor een groot deel in de Waalse mijnen, terwijl de hulp efficiënter aangewend had kunnen worden in de jongere en steenkoolrijkere Limburgse mijnen. Bovendien werden de dollars die in Antwerpen werden verdiend niet geïnvesteerd in de vernieuwing van productiegoederen maar besteed aan consumptiegoederen, zoals Amerikaanse auto's en citrusvruchten. Terwijl onze buurlanden met Marshallgelden hun productieapparaat vernieuwden, bleven we met ons vooroorlogse machinepark voort boeren.

Nochtans deden de Amerikanen wel degelijk pogingen om de Belgische productiviteit op te krikken. Aanvankelijk werden zelfs productiviteitsmissies georganiseerd. Arbeiders, werkgevers en vakbonden werden door de 'Belgische Dienst Opvoering Productiviteit' naar de VS gestuurd om er Amerikaanse bedrijven te bezoeken. De Amerikanen drongen erop aan dat de werkgevers de rol van de vakbonden zouden erkennen. In ruil moesten de vakbonden de noodzaak erkennen de productiviteit te verhogen. Dat laatste was dan weer een noodzakelijke voorwaarde om de massaconsumptie, zeg maar the American way of life, ingang te doen vinden. Maar volgens historici was het effect van de Amerikaanse productiviteitscampagne beperkt.

Stefaan Huysentruyt

De Tijd, 14-06-2005.


Dit artikel bereikte ons via Iskander.

Posted by NovaCivitas at 11:25 am | Comments (0) | Druk deze pagina

15 juni 2005

BENELUX NOG EEN MEERWAARDE VOOR VLAANDEREN ?

beneluxflag1.JPG

In het vooruitzicht van het aflopen van het Benelux-verdrag in 2010 [1] leverde oud-ambassadeur Jan Hendrickx in het oktobernummer 2004 van de Internationale Spectator een Vlaamse bijdrage aan het debat over de toekomst van de Benelux [2]. Dit artikel van T. Lansloot beoogt vanuit diezelfde invalshoek verder op dit thema in te gaan. Centraal daarbij staat de vraag of de Benelux (de afgebeelde vlag is het officieuze embleem) als organisatie voor Vlaanderen nog een meerwaarde biedt.

BENELUX ALS ORGANISATIE

Aanvankelijk was de Benelux een overwegend economisch gerichte internationale organisatie. Inmiddels is die op dit gebied grotendeels door de Europese Unie achterhaald. De meeste EU-lidstaten zijn bovendien toegetreden tot één muntunie. De Euro heeft de Nederlandse gulden en de Belgische en Luxemburgse frank vervangen. De Benelux is nooit tot een muntunie gekomen.

De Organisatie is zich vervolgens geleidelijk gaan richten op nieuwe beleidsterreinen zoals milieu, infrastructuur, ruimtelijke ordening, grensoverschrijdende samenwerking, politiële samenwerking, immigratie, drugs, enz…Ook daar echter neemt de EU meer en meer het initiatief. Dit heeft er o.m. toe geleid dat sedert 1 september 2004 in Nederland de Benelux-coördinatie niet meer berust bij het Ministerie van Economische Zaken, maar - zoals in het federale België , bij dit van Buitenlandse Zaken.

Toch blijft de Benelux ook qua economische samenwerking actief,bij voorbeeld op het gebied van grootschalige belastingfraude ( o.m. minerale oliën, voorafbetaalde telefoonkaarten, BTW-fraude in de automobielsector), waarover de Ministeries van Financiën van de Benelux-landen 3 maal per jaar ambtelijk topoverleg plegen. Enkele significante resultaten zijn daarbij geboekt.

Een ander voorbeeld is het op 25 februari 2005 door de drie landen gesloten “Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom ( merken, tekeningen of modellen)”. Dit verdrag richt in Den Haag een Benelux-organisatie op voor bevordering van de bescherming van merken en tekeningen of modellen in de drie landen.

De grensoverschrijdende samenwerking in Benelux-verband is ruim, divers en actief. Zij verloopt vaak in EU-kader en met inzet van EU-middelen, b.v. in het kader van Interreg. Thans gaat veel aandacht naar verkeer en vervoer over land (Eurocontrol route) en over zee (“short sea shipping”).

Ook in de samenwerking op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken zit dynamiek. Eind 2003 beslisten de betrokken ministers het Senningen-memorandum van 1996 nieuw leven in te blazen. Zij breidden de drie aanvanke-lijke samenwerkingsgebieden : politie, justitie en immigratie, uit met drie nieuwe : veiligheid, drugsbeleid en rampen- en brandbestrijding. De ministers, die zelf elke drie maanden overleg plegen, richtten een centrale ambtelijke overleggroep op met daaronder een aantal vaste en ad hoc werkgroepen. De overleggroep komt bijna iedere maand bijeen. Het Benelux-secretariaat staat in voor de coördinatie en doet ook voorstellen.

De Benelux blijft dus, ook economisch, een actieve organisatie met het secretariaat als spil.

BENELUX VOORLOPER EN MOTOR VAN DE EU ?

Was Benelux aanvankelijk een voorloper van de EU, thans treedt de organisatie thans veeleer op als motor van verdieping binnen de Unie, omdat de samen-werking tussen de drie landen op tal van gebieden verder gaat dan die binnen de Unie. Diverse Benelux-organen plegen over vele belangrijke Europese dossiers overleg vooraleer die binnen de EU aan bod komen. Het verder bewandelen van die weg biedt nog tal van mogelijkheden.

De politieke samenwerking staat tot dusver buiten het Benelux-verdrag. Niettemin is ze natuurlijk zeer belangrijk, vooral dan in EU-kader, maar ook elders ( b.v. binnen de NAVO, de Verenigde Naties,enz...). Het is immers zonder meer duidelijk dat de drie landen gezamenlijk een grote invloed kunnen uitoefenen op de Europese en multilaterale besluitvorming dan elk afzonderlijk.

Aan de Europese Raad gaat meestal een Benelux-top vooraf. De laatste tijd overigens niet altijd, officieel wegens een overbelaste agenda van de regeringsleiders, in werkelijkheid omdat de standpunten van België (soms gevolgd door Luxemburg) en Nederland gewoonweg te ver uit elkaar lagen op grond van nationale overwegingen en/of bondgenootschappen binnen de Unie. België leunt aan bij de Frans-Duitse as, Nederland bij Groot-Brittannië en, via Londen, meer bij de Verenigde Staten.

De jongste EU-top ( 22-23 maart 2005 in Brussel ) heeft dit andermaal scherp in het licht gesteld. De Belgische premier stond pal achter, of was zelfs de gang-maker van de Frans-Duitse eis tot verwerping van de “ Bolkestein-richtlijn” van de Europese Commissie over vrijmaking van de dienstensector binnen de EU. Die richtlijn is vooral gebaseerd op het “oorsprongslandbeginsel”. De Franse president deed dit als “onacceptabel” af en het kwam ook niet voor in de slotverklaring. Commissievoorzitter Barroso bleef er echter bij dat dit beginsel moest worden gehandhaafd met een aantal minimumvoorwaarden, en kreeg de steun van Nederland.

België en Nederland verschilden ook van mening over de versoepeling van het stabiliteitspact ter voorbereiding van de discussie over de meerjarenbegroting.

DE BENELUX BINNEN DE EU

Binnen de EU krijgen gezamenlijke Benelux-standpunten, zoals neergelegd in Bnelux-memoranda de nodige aandacht en waardering van de Unie. Men mag geredelijk aannemen dat bij de discussie daarover in juni a.s. beide landen tegenovergestelde standpunten zullen innemen. Na afloop van de jongste Europese Raad in Brussel verklaarde de Belgische premier “het gevoel” te hebben dat die begroting 1% van het Europees BNP zal overschrijden . Nederland behoort, samen met Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, tot de zgn. “bende van zes”, die de begroting absoluut tot 1% van het Europees BNP beperkt wil houden.

Het verleden heeft nochtans geleerd dat gezamenlijke Benelux-standpunten binnen de EU meer kans maken. Benelux-memoranda kregen vroeger wél de nodige aandacht en waardering. Die rol kan nog belangrijker worden door de recente en toekomstige toetreding tot de Unie van een reeks kleinere landen. De Benelux-landen zouden binnen die groep als katalysator kunnen optreden. De Benelux heeft in zekere mate model gestaan voor samenwerking onder de Baltische staten en de Visegrad-landen.

Tijdens de derde Belgisch-Nederlandse Conferentie (28 oktober 2004) kwam de toekomst van de Benelux als organisatie vrijwel niet ter sprake. De Conferentie besteedde wel veel aandacht aan de politieke samenwerking van de drie landen, vooral dan in een zich verruimende Unie. Concrete voorstellen over hoe het tot die nauwere politieke samenwerking moet komen, gingen niet verder dan frequenter overleg onder ambtenaren van de ministeries van buitenlandse zaken en van de vakministeries. Alfred van Staden, directeur van het Instituut Clingendael, pleitte er voor de voorbereiding van de mogelijke herziening van het Benelux-verdrag aan te grijpen om de consultatieve mechanismen opnieuw in ogenschouw te nemen.

Belgisch Minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht, ging volledig voorbij aan de Belgische federale staatsstructuur sedert 1993. Zijn staatssecretaris, Donfut, verwees wel naar de complexe institutionele architectuur van België, met zijn over verreikende bevoegdheden beschikkende Gemeenschappen en Gewesten. Hij sprak er zich voor uit om ook op dat niveau de Nederlands-Belgische samenwerking te stimuleren. Staatssecretaris Nicolaï wees er als enige op dat nauwere politieke samenwerking in Benelux-verband intensieve contacten vergt met niet alleen de Belgische federale regering maar ook met de Vlaamse en de Waalse.

De politieke samenwerking tussen de drie Benelux-landen, m.i.v. de Belgische deelgebieden, verdient te worden bevorderd en ontwikkeld. Zij dient louter binnenlandse overwegingen en persoonlijke ambities van sommige politici te boven te gaan. Een beter gestructureerd maar soepel overlegmechanisme zou niet langer louter vrijblijvend mogen zijn maar ingebouwd in de werking van Benelux als organisatie.

DE TOEKOMST

Zullen België, Luxemburg en Nederland bij de 50ste. Verjaardag van het Benelux-verdrag in 2010 dit verdrag ongewijzigd laten doorlopen, opzeggen, of door een ander verdrag vervangen?

Voor België is het gewoon voortzetten ervan krachtens zijn grondwet van 1993 vrijwel onmogelijk. Die grondwet heeft immers van België een federale staat gemaakt (vgl. artikel 1), bestaande uit gemeenschappen en gewesten.die zelf hun buitenlandse betrekkingen kunnen organiseren, inclusief het verdragsrecht, op alle gebieden waarvoor zij binnenlands bevoegd zijn (vgl.art.167). Op grond daarvan is het Benelux-verdrag in België een zg. “gemengd verdrag” omdat het slaat op materies waarvoor zowel de federale overheid als de gemeenschappen en gewesten bevoegd zijn (economie, ruimtelijke ordening, milieubeheer, grensoverschrijdende samenwerking, enz…).

In België is het denken i.v.m. de toekomst van de Benelux als organisatie na 2010 slechts kortgeleden begonnen. Op federaal niveau komt dit nu geleidelijk op gang en, naar verluidt, is het de bedoeling de Gewesten en Gemeenschappen ten volle bij die denkoefening te betrekken. Op 15 maart 2005 stond de Benelux op de agenda van de Interministeriële Conferentie Buitenlands Beleid. Men besloot echter alleen maar een werkgroep op te richten, bestaande uit vertegenwoordigers van zowel de federale overheid als van die van de deelgebieden. Op 18 april 2005 presenteerde het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel een Benelux-informatiedag. B.M.J Hennekam, secretaris-generaal Benelux en zijn Belgische adjunct, E.Baldewijns, maakten een stand van zaken op over de Benelux in het algemeen en ambtenaren van het Benelux-secretariaat hielden referaten over specifieke thema’s.

Federaal België schijnt veel belang te hechten aan de politieke samenwerking tussen de Benelux-landen, vooral binnen de EU. Die samenwerking valt niet onder het huidige Benelux-verdrag. Of dit in een nieuw verdrag anders zal zijn, blijft vooralsnog de vraag.

Vlaanderen wacht op de uitslag van een wetenschappelijk onderzoek om zijn houding te bepalen. Intussen groeit daar het gevoel dat Benelux een gepasseerd station is voor het aanhalen van de banden met Nederland, wat vrijwel elke Vlaamse politieke verklaring betreffende buitenlands beleid als prioritaire doelstelling vooropstelt. Of Nederland die prioriteit deelt is niet duidelijk.

In politiek Vlaanderen maakt het idee opgang van een “Algemeen Nederlands-Vlaams Samenwerkingsverdrag” dat niet alleen het Benelux-verdrag maar ook het nogal onoverzichtelijk netwerk van de overige bestaande Vlaams-Nederlandse verdragen, waaronder het Taalunieverdrag en het Cultureel Verdrag, zou vervangen. Zo zou ook het in Vlaanderen allang bestaand idee worden verwezenlijkt de Taalunie en de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland onder één dak te brengen.

In het vooruitzicht van het aflopen van het Benelux-verdrag kondigde de bevoeg-de Vlaamse Minister, Geert Bourgeois, in zijn beleidsnota “Buitenlands Beleid en Internationale Samenwerking voor de periode 2004-2009”, een wetenschappelijk onderzoek aan naar de wijze waarop de Benelux als instrument en bond-genootschap binnen de uitgebreide Unie optimaal kan worden ingezet op die gebieden waarvoor Vlaanderen bevoegd is. Dit onderzoek, dat uiterlijk op 30 juni 2006 gereed moet zijn, zal duidelijk moeten maken “ of en, zo ja, op welke manier een verruimd Benelux-verdrag een meerwaarde kan bieden voor Vlaanderen t.a.v. reeds bestaande bilaterale samenwerkingsverbanden.” [3] Op basis van dit onderzoek zal de Vlaamse Regering haar standpunt over de verdere toekomst van de Benelux bepalen.

Nederland is vooralsnog voorstander van het grotendeels behouden van de Benelux zoals die nu functioneert, mét instandhouding van het Secretariaat, waarvan het de functies opnieuw wil bekijken. Nederland laat het aan België over de rol te bepalen die de Belgische deelgebieden in Benelux-verband kunnen spelen. M.a.w. Den Haag wacht op Belgische voorstellen dienaangaande, maar is principieel niet gekant tegen een zekere "regionalisering" van het verdrag. Enkele Nederlandse vakministeries, waaronder Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid, onderzoeken nog of er niet meer uit de Benelux-samenwerking te halen valt.

Nederland hecht , net als federaal België, veel belang aan de politieke samen-werking van de drie Benelux-landen maar die valt dus buiten het verdrag. Men kan zich nochtans niet ontdoen van de indruk dat dit in beide landen meer lippendienst dan echte overtuiging is. Standpunten liggen vaak al te ver uit elkaar.

Aangezien Nederland thans niet geneigd lijkt de Benelux op te doeken, mag er van worden uitgegaan dat een algemeen Vlaams-Nederlands verdrag ter vervanging van o.m. het huidige Benelux-verdrag voor Den Haag geen optie is.

Aan het huidige Benelux-verdrag zijn jaren lange onderhandelingen voorafge-gaan. Het wordt dus de hoogste tijd dat alle betrokken partijen voor zichzelf uitmaken wat zij er bij het verstrijken ervan willen mee aanvangen. In het vooruitzicht van de afloop van het Benelux-verdrag, heeft het Benelux-secretariaat-generaal al in 2003 ten behoeve van het Comité van Ministers een interne notitie opgesteld maar het Comité heeft zich niet gehaast daarop te reageren.

Professor emeritus Dr. Wim Couwenbergh van de Erasmusuniversiteit Rotterdam en professor emeritus H.Gysels van de Universiteit Gent hebben in november 2004 het manifest : “NAAR EEN NIEUWE BENELUX” [4] opgesteld, waarin zij de betrokken regeringsinstanties oproepen de nodige stappen te ondernemen om de politieke en juridische voorwaarden te scheppen ter vervanging van de huidige primair economische Benelux door een politieke Benelux. De bedoeling is dat de drie landen in de zich uitbreidende Unie hun krachten bundelen in een hecht politiek samenwerkingsverband, dat ze in staat stelt als een politieke eenheid op te treden. Hoever de initiatiefnemers met die politieke eenheid willen gaan laten zij in het midden. Wel stond in het verleden, ook in een vrijwel louter economische Benelux, Franstalig België steeds wantrouwig tegenover een organisatie die staat voor een entiteit waarin het een kleine minderheid uitmaakt. Of het Groothertogdom Luxemburg positiever staat tegenover een politieke Benelux is nog maar de vraag. Hoe dan ook lijkt de weg naar een politieke Benelux nog moeilijker te zijn dan die naar een economische gebleken is.

VLAANDEREN EN DE BENELUX

Het is misschien vermetel op het resultaat van het door de Vlaamse overheid opgedragen academisch onderzoek te willen vooruitlopen. Toch lijkt het nu al duidelijk dat zonder diepgaande verdere staatkundige ontwikkelingen in België, een Vlaams-Nederlands overkoepelend verdrag een aan de federale Belgische staatsstructuur aangepast Benelux-verdrag, niet gewoon kan vervangen. Veel van de in Benelux-verband behandelde materies zijn immers binnen de bestaan-de Belgische staatsstructuur “gemengd”, m.a.w. de bevoegdheid er voor ligt zowel bij de federatie als bij de deelgebieden. Zo’n Benelux-verdrag past dus kennelijk nog wel binnen de prioriteit die Vlaanderen aan zijn betrekkingen met Nederland hecht.

Een Vlaams-Nederlands verdrag dat in de plaats komt van alle verdragen waarbij Nederland en Vlaanderen verdragsluitende partijen zijn, zou daarentegen slechts kunnen slaan op materies waarvoor Vlaanderen uitsluitend is bevoegd. Een dergelijk verdrag is natuurlijk wel mogelijk. Vooral Vlaanderen heeft er belangstelling voor, maar Nederland heeft er nog geen standpunt over ingenomen.

Bilaterale politieke samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen zou misschien vlotter verlopen dan de Belgisch-Nederlandse, maar Vlaanderen is
vooralsnog niet helemaal bevoegd voor zijn buitenlandse betrekkingen.

In Benelux-kader komt het er, zoals binnen de EU, vooralsnog op aan dat Vlaanderen zijn rol ten volle speelt en op zijn strepen staat, te beginnen met voorbereiding, onderhandeling, ondertekening, ratificering en uitvoering. Om dat te vergemakkelijken is wellicht een aanpassing gewenst van het samenwerkingsakkoord “buitenlands beleid” van 1994 tussen de federale Belgische overheid en de Gemeenschappen en Gewesten. Dit ter voorkoming dat, zoals in het verleden al is gebeurd, de Raad van State achteraf tot de slotsom komt dat een alleen door federaal België gesloten verdrag in feite gemengd is en dus zonder medeondertekening door de Gemeenschappen en Gewesten volkenrechtelijk ongeldig is. Het is dan ook wellicht het best dat het federale Ministerie van Buitenlandse Zaken de Gemeenschappen en Gewesten in kennis stelt van alle verdragen die het voornemens is namens België te sluiten en dat de krachtens het samenwerkingsakkoord opgerichte werkgroep vervolgens uitmaakt of het om een “gemengd verdrag” gaat.


Auteur : ambassadeur b.d. T. Lansloot

Bron : Internationale Spectator, maandblad voor internationale politiek van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael te Den Haag, uitgave Koninklijke Van Gorcum te Assen, jaargang 59 (2005) nr 5 (mei), blz. 259-262 (in Vlaanderen-België-Beneluxnummer).

Verwijzingen :
[1] Het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie werd op 3 februari 1958 in Den Haag ondertekend maar trad pas in 1960 in werking. Het heeft een looptijd van vijftig jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding. . Dit is dus tot 2010. Vervolgens blijft het van kracht voor telkens 10 jaar tenzij één van de verdragsluitende partijen één jaar voor het verstrijken van het lopende tijdvak de andere partijen in kennis stelt van haar voornemen het Verdrag te beëindigen (artikel 99)
[2] Blz. 506-509
[3] zie de lijst van de hudige , voor de Vlaams^Nederlandse betrekkingen medebepalende verdragen in Hendrickx a.w. noot 2
[4] nadere informatie op het voorlopig secretariaat van het initiatiefcomité : Hoogpadlaan, 72 te B –2180 - Antwerpen (Ekeren) ; e-post: vik.eggermont@belgacom.net

Posted by NovaCivitas at 02:48 am | Druk deze pagina

14 juni 2005

Antwerpse VLD boet voor chaos in Brussel

sintpieter1.jpg Drie mannen verschijnen aan de hemelpoort en stellen zich voor aan Sint-Pieter. "Mijn naam is Guy Verhofstadt en ik was premier van België", zegt de eerste. Hij mag op de stoel rechts van Sint-Pieter gaan zitten. "Ik heet Patrick Dewael en ik was ooit Vlaams minister-president", vertelt de tweede. Hij krijgt het zitje aan de linkerkant. Waarop de derde zegt: "Ik ben Karel De Gucht en wat doet u op mijn stoel?"

De mop circuleert binnen de Antwerpse afdeling van de VLD en geeft aan hoe groot de samenhorigheid in de partij momenteel is. De Gucht heeft het verkorven bij de basis, maar hij wordt niet gestraft voor zijn flaters. Normaal had hij zich gisteren voor het partijbureau moeten verantwoorden, maar hij zat in Luxemburg en dus ging het niet door. Ook deze stunt wordt met de mantel der liefde bedekt.

De ravage binnen de VLD, waaraan Karel De Gucht een royale bijdrage heeft geleverd, is enorm. Volgens de meest recente peiling, zaterdag in Het Laatste Nieuws, valt de partij terug van bijna 25% (twee jaar geleden) naar een historisch dieptepunt van 13,3%. Brussel-Halle-Vilvoorde, de uitspraken van De Gucht over Jean-Marie Dedecker aan de vooravond van het congres dat een nieuwe start moest inluiden, de stalinistische zwijgplicht die voorzitter Bart Somers invoerde, het incidentje met Nederland over premier Harry Potter en de leugens van De Gucht: het blijft niet zonder gevolgen.

De Antwerpse VLD deelt in de klappen. De meeste VLD-kiezers die afhaken, gaan naar Vlaams Belang en de kartelpartners CD&V en N-VA. Ook de afstand met de sp.a groeit. Zo worden in het Antwerpse bijna alle andere partijen beter van een verzwakte VLD. En dat is geen fraaie uitgangspositie voor de blauwe fabriek in het vooruitzicht van de gemeenteraadsverkiezingen in 2006.

Jammer voor de Antwerpse VLD, die het helemaal niet slecht doet. De blauwe schepenen werken goed samen met hun partners binnen de meerderheid. Ludo Van Campenhout vormt een tandem met de burgemeester, Leo Delwaide leidt de haven met succes, Luc Bungeneers heeft de stadsfinan- ciën onder controle en Dirk Grootjans sleutelt met zijn Stadsplan Veilig aan de kankers van de grootstad. In de gemeenteraad leidt Ann Coolsaet een vrij sterke fractie. En in de Antwerpse rand houden routiniers zoals Dirk Van Mechelen en Marc van den Abeelen een oogje in het zeil.

Helaas zijn VLD-nationaal en VLD-Antwerpen communicerende vaten. Gaat het in Brussel goed met de partij, dan zijn er problemen in Antwerpen en omgekeerd. Enkele jaren geleden nam de VLD-top de Antwerpse afdeling in de tang omdat ze te rechts was volgens de trojka van Verhofstadt, Dewael en toenmalig voorzitter De Gucht. Dat leidde tot het vertrek van Ward Beysen en later ook Hugo Coveliers. Tijdens de Visa-crisis wees Brussel hooghartig de voordracht van Leo Delwaide als kandidaat-burgemeester af. En nu dreigt de Antwerpse VLD mee het slachtoffer te worden van het geklungel aan de top. Zou die afdeling dat zomaar blijven pikken?


Bron : Gazet van Antwerpen, 14-05-2005.

Posted by NovaCivitas at 01:27 pm | Druk deze pagina

10 juni 2005

Bruno Pinochet

jose_pinera.jpg Op 9 juni sprak de Chileense economist José Piñera (foto) in Brussel als centrale gast op een colloquium over pensioenen. Naast minister van Pensioenen Bruno Tobback, namen ook vertegenwoordigers van de zogenaamde "sociale partners" aan het colloquium deel. Siegfried Bracke modereerde. Hij doorbreekt daarmee een nieuw cordon rond "extreem-rechts," want Piñera was 25 jaar geleden minister van Sociale Zaken in het Chili van Augusto Pinochet. Ik kan me vergissen, maar voor zover mij bekend ontmoette Piñera tot dusver nog maar één Vlaamse politicus: een politica van het Vlaams Blok.

Nu Robert Stevaert het zinkende paarse schip verlaten heeft, mag de kleine Tobback ook naar andere landen kijken dan Cuba. Rijkelijk laat, overigens, want de hervormingen die Piñera in 1980 in Chili doorvoerde, werden reeds overgenomen in Zuid-Amerika, Oost-Europa, Australië en Zweden. Bovendien inspireren ze momenteel de regering-Bush in de VS.

Kapitalisme

Chili voerde in 1980-81 een pensioenhervorming door waarbij van een repartitiestelsel werd overgestapt op een kapitalisatiestelsel. Een repartitie- of herverdelingsstelsel is een stelsel zoals het onze: de overheid betaalt de gepensioneerden met geld dat de staat afpakt van de beroepsactieven. Zo'n systeem werkt zolang het aantal beroepsactieven toeneemt (of gelijk blijft) ten opzichte van het aantal gepensioneerden. Maar wanneer het aantal gepensioneerden groeit ten opzichte van het aantal actieven, wordt de last op de actieven steeds groter. Op een bepaald ogenblik stort het systeem in elkaar. Dan worden de jongeren zodanig belast dat werken niet meer loont. Vandaag staan wij aan de vooravond van zulke implosie.

Onze politici kennen het probleem al jaren, maar de vaders schoven het probleem door naar de zonen. Zo zadelde de grote Tobback de kleine Tobback met de hete aardappel op. Pinochet was een betere vader. Hij gaf Piñera een kwarteeuw geleden in Chili de vrije hand om een systeem in te voeren waarbij de actieven niet langer moeten betalen voor de gepensioneerden van vandaag, maar geld opzij zetten waarmee hun eigen pensioen later betaald zal worden. Dit geld komt op een persoonlijke pensioenspaarrekening en wordt belegd. Deze kapitalisatie levert opbrengsten op die ervoor zorgen dat het pensioenspaarpotje gestaag groeit.

De werknemer mag kiezen bij welk privaat pensioenfonds hij zijn persoonlijke pensioenrekening opent. Zijn werkgever moet op die rekening elke maand 10% van het brutoloon storten. Aan een netto-opbrengst van 4% gedurende de hele actieve loopbaan, levert dit een werknemer een pensioen op van 70% van zijn laatste loon.

Eigen geld

Indien de Chileen het wil, mag hij extra stortingen doen tot 20% van zijn loon. Daarop moet geen inkomstenbelasting betaald worden. Extra stortingen geven een recht op een hoger pensioen of de kans om vervroegd met pensioen te gaan. Het pensioenfonds moet de werknemer om de drie maanden een overzicht van zijn persoonlijke pensioenrekening sturen. Daaruit blijkt hoe het fonds gepresteerd heeft in het beleggen van het geld. Als een Chileen ontevreden is over zijn fonds, kan hij van fonds veranderen en zijn kapitaal meenemen. De fondsen concurreren met elkaar en zijn private instellingen. De overheid ziet erop toe dat zij alleen aan pensioenbeheer doen en dat ze geen gevaarlijke beleggingsrisico's nemen.

Wanneer een Chileen met pensioen gaat, zal het fonds hem maandelijks minstens 70% van zijn laatste loon moeten uitbetalen. Al het geld dat op zijn rekening staat en dat hoger is dan het bedrag dat het fonds nodig zal hebben om deze som uit te betalen, mag de Chileen volledig opnemen. Het geld is immers van hem. Dat is het grote verschil met het repartitiestelsel bij ons, waar de overheid geld van ons afneemt in ruil voor een belofte dat de staat ons later een pensioen zal betalen met geld van anderen. De Chileen mag zijn geld echter ook laten staan en zichzelf een hoger maandelijks pensioen laten uitbetalen. Indien er bij zijn overlijden nog geld over is, gaat dit naar zijn erfgenamen. Het was immers zijn geld, niet dat van de staat.

José Piñera garandeerde de Chilenen bij het begin van zijn hervorming dat niemand er slechter van zou worden. Daarom mochten de burgers bij de invoering van het nieuwe stelsel op 1 mei 1981 kiezen of zij onder het oude repartitiestelsel wilden blijven of overstappen op het nieuwe systeem. Wie overstapte, kreeg, ter compensatie van zijn vroegere repartitiebijdragen, van de overheid een obligatie met een reële rente van 4% die geboekt werd op zijn nieuwe pensioenrekening. Wie na 1981 op de arbeidsmarkt kwam, begon automatisch in het nieuwe stelsel.

Gemengd
Tegenstanders wijzen erop dat de Chileense pensioenfondsen vandaag excessieve beheerskosten hanteren die oplopen tot 20% van de premies. De Belgische aanvullende private pensioenfondsen werken met een kostenmarge die nog geen tiende daarvan bedraagt. Deze kritiek betekent niet dat het kapitalisatiemodel verkeerd is, maar wel dat er vandaag veel corruptie is in Chili.

Het sociaal-democratische Zweden was niet te beroerd om een voorbeeld te nemen aan het Chili van Pinochet. Zweden voerde in 1998 een door Piñera geïnspireerde pensioenhervorming in. Het werd een gemengd systeem waarbij repartitie en kapitalisatie naast elkaar bestaan. De Zweden moeten 18,5% van hun inkomen opzij zetten voor pensioenen. Daarvan wordt 16% door de staat gebruikt om, middels repartitie, de huidige gepensioneerden te betalen, terwijl de overige 2,5% gestort wordt op een persoonlijke pensioenrekening van de werknemer. Dankzij deze hervorming zal tegen 2030 slechts 16,5% van de Zweedse inkomens naar pensioenlasten gaan, terwijl dit 26% zou zijn indien het oude stelsel van volledige repartitie was behouden. Bij ons is het dringend tijd het roer om te gooien. Komaan, Bruno, wees socialer dan papa: liberaliseer de pensioenen!

30/05/05
P. Beliën


Bron : www.secessie.nu

Opmerking : over J. Piñera en het Chileense pensioenstelsel werd reeds een bijdrage in deze blog gepubliceerd op 22-06-2004. Klik hier.

Posted by NovaCivitas at 08:48 pm | Comments (0) | Druk deze pagina

7 juni 2005

"Zo kan je als minister niet functioneren"

deguchtcongo1.JPG "Dit incident is gesloten, maar daar blijft iets van hangen hoor. De Europese premiers en ministers van Buitenlandse Zaken ontmoeten elkaar haast wekelijks op informele bijeenkomsten. Als je dan niet met elkaar kan omgaan in een vriendschappelijke relatie..."

Derk-Jan Eppink en Mark Eyskens werden geïnterviewd over de gevolgen voortvloeiend uit de diplomatieke uitschuiver van buitenlandminister Karel De Gucht.

Die had in een interview de Nederlandse premier "stijfburgerlijk" genoemd en verwezen naar zijn Harry Potter-imago. Na achtereenvolgens het excuus te hebben opgedist dat de pers zijn woorden had verdraaid - wat werd tegengesproken door de bandopname van het interview - en te hebben voorgehouden dat er "geen toestemming was gegeven" om het interview te publiceren was overleg tussen ministerpresident Balkenende en premier Verhofstadt noodzakelijk om de plooien glad te strijken.

Eyskens

Voormalig minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens (CD&V) vindt dat minzaamheid geboden is voor een minister van Buitenlandse Zaken. "Ook al is dat soms een beetje schijnheilig. Minzaamheid is van groot strategisch belang om je doelstellingen te bereiken."

"Een minister van Buitenlandse Zaken van een klein land als België heeft een efficiëntieprobleem: hij heeft geen macht maar hij kan wel invloed hebben door zijn intellectuele creativiteit. Door aan de tafel van de Europese ministers met knappe ideeën voor de dag te komen. Dat kan je maar doen als je goede relaties hebt met je collega's. Vertrouwensrelaties. Die speel je kwijt als je ruziet met je collega's of ze schoffeert. Dat maakt je relatie én je doelmatigheid kapot. Zo kan je niet functioneren."

"Moet hij ontslag nemen? Neen. Bovendien zullen 'ze' wel voortsukkelen tot aan de volgende verkiezingen zeker. Maar we maken met De Gucht een accumulatie mee aan incidenten. Twee keer Congo, een verklaring over Taiwan die bij de Chinezen in het verkeerde keelgat is geschoten, interne partijtwisten als laatst met Dedecker. De toenemende frequentie aan incidenten is op buitenlands vlak zeker contraproductief."

Eppink

"Nu dit weer" "Karel de Gucht is sinds korte tijd minister van Buitenlandse Zaken maar zijn taalgebruik én zijn toon zijn die van een partijvoorzitter." Zo reageert 'Nederbelg' en voormalig Wetstraatjournalist Derk-Jan Eppink op de uitspraken van Karel De Gucht over de Nederlandse minister-president.

"Je kunt een buitenlandse premier niet toespreken als het VLD-partijbureau of als de afdelingsvoorzitter van Zichen-Zussen-Bolder. Tussen haakjes, Nederland is ook niet zonder schuld. Annemarie Jorritsma heeft als vice-premier ooit Jacques Chirac omschreven als een 'engerd'. Ook niet meteen een compliment. Het incident moest snel worden bijgelegd."

"Als Nederbelg zit ik er precies tussenin. Ik ken beide betrokkenen in zekere mate. Het is nu eenmaal zo dat Karel De Gucht de zaken altijd op het scherp van de snee brengt. Nu heeft hij een openliggende zenuw geraakt in Den Haag. Zo zet je natuurlijk een mechanisme in gang dat niet meer is tegen te houden."
"In het algemeen geldt dat hoe hoger je politieke functie is, hoe meer je moet opletten hoe je je boodschap verpakt. De Gucht heeft gelijk met zijn kritiek op de Nederlandse campagne in voorbereiding op het referendum over de Europese Grondwet. Maar ik ben ervan overtuigd dat ook in Vlaanderen een meerderheid neen zou hebben gezegd. Het triomfalisme van De Gucht vind ik hier dus niet op zijn plaats. In Vlaanderen heerst eveneens een sfeer van anti-establishment. Het bewijs daarvoor is dat Vlaams Belang de grootste partij is."
"Voor Karel De Gucht was het de zoveelste confrontatie. Twee keer Congo, het interview net voor het VLD-congres en nu dit weer. Dit maakt hem politiek kwetsbaar en hij komt zonder meer in de gevarenzone. Ook al omdat hij aanvankelijk probeerde de journalist de schuld te geven."

"In België zal de oppositie zeker nog een nummertje opvoeren. De federale regering zal pogen aan schadebeperking te doen. De Vlaamse regering zal dit incident aangrijpen om zich te profileren als een goed gesprekspartner. Vanop de achtergrond bekeken, is het echter wel betreurenswaardig dat België en Nederland ten aanzien van de Europese politiek op een verschillend spoor zitten."

Bron : GVA, 07-06-2005.

Posted by NovaCivitas at 11:52 pm | Comments (1) | Druk deze pagina

6 juni 2005

Een klus voor Karel

DeGucht-Story_399_03.jpg De kracht van minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht is zijn rationaliteit. Mogelijk dringt zich een dilemma op: overleeft het Belgische federalisme een falen van het Europese federalisme? In de Wetstraat hoor je vaak dat België op den duur 'verdampt' in een federaal Europa. Typisch Belgische problemen, zoals B-H-V, zouden zich vanzelf oplossen. Die redenering verdampt als het Europese federalisme strandt op de mislukking van de Europese grondwet (Frankrijk, Nederland).

Belgische politici zijn dolenthousiaste Europeanen, de premiers voorop: Leo Tindemans (CVP), Wilfried Martens (CVP), Jean-Luc Dehaene (CVP) en Guy Verhofstadt (VLD). Ze konden Belgische problemen naar Europa exporteren (extra subsidie voor Wallonië) of Europa gebruiken als drukmiddel voor de begrotingsdiscipline die ze in eigen huis niet verkocht kregen. Belgische premiers dromen van een 'federaal Europa' als remedie voor eigen kwalen. Tindemans en de politieke unie. Verhofstadt en de Verklaring van Laken. Dehaene met het monnikenwerk op de Conventie. Zelfs bij een Europese belasting zeggen Belgische premiers: ja, graag! Ze zijn de enigen.

De Europese retoriek is niet consistent. België is voor een Europese defensie, maar laat het eigen leger verkommeren tot een fanfare. België is voor Europese regelgeving, maar past ze zelf niet goed toe. Belgische politici waren lid van de Conventie, maar ze kwamen zelden. Belgische ministers, zowel federale als regionale, prediken over Europa, maar laten dikwijls verstek gaan op Europese ministerraden. Ze hebben het 'te druk' met hun dorp.

Toch is Europa voor de Wetstraat een psychologische vluchtheuvel: we gaan op in Europa! Het is geruststellend. Hoe ingewikkeld de problemen ook zijn, ze verdwijnen vanzelf. De eigen grondwet is niet meer dan een 'vodje papier', zoals Tindemans in 1978 proclameerde. Een schone gedachte. Maar schone schijn.

Een 'neen' aan de grondwet is niet het einde van Europa, maar wel het einde van het Europese federalisme, dat België als canonieke waarheid omhelst. Frankrijk en Nederland behoren tot de oudste naties van Europa. Zij vinden een grondwet, ten onrechte, bedreigend. Frankrijk vreest een Constitution ultralibérale en Nederland vreest een 'Nieuwe Europese Orde'. Een 'neen' blokkeert een 'Verenigde Staten van Europa'. We gaan verder met een 'Verenigd Europa van Staten'.

Daar wringt de schoen: België is geen natiestaat, zelfs geen verenigde staat, maar een lat-relatie tussen twee bevolkingsgroepen. Hoe kan het Belgische 'fédéralisme à deux' werken als het Europese 'fédéralisme à 25' niet lukt? Tindemans kan gelijk krijgen: een federalisme van twee is de canapé voor een scheidingslogica. Er is steeds meer 'apart' en steeds minder 'samen'. Wat blijft over als de mentale vluchtroute 'Europa' is gesloten?

Een 'neen' werpt België terug op zichzelf. Belgen moeten zelf de grenzen formuleren van hun samenlevingsmodel. B-H-V blijft sudderen tot een volgende communautaire ronde. Vlaams onbehagen zal sociaal-economische dossiers in communautair vaarwater brengen: splitsing van fiscaliteit of van de sociale zekerheid. Subsidies naar Wallonië drogen op. Het Bergen van Elio Di Rupo (PS) heeft een werkloosheid van 35 tot 40 procent. Franstalige politici juichten te vroeg: Wallonië is hulpverslaafd, terwijl sociaal-economische kerndossiers in 2007 of eerder de communautaire breuklijn zullen raken. Vluchten kan niet meer.

Toen Karel De Gucht lid was van het Vlaams parlement pleitte hij voor een Belgische confederatie. De tien punten van het Belgische stemgewicht in Europa konden volgens hem worden gesplitst in 6 voor Vlaanderen en 4 voor Wallonië. Een prikkelende gedachte. Wellicht kan hij als minister van Buitenlandse Zaken deze denkpiste nader uitwerken zodra het 'federale dilemma' zich voordoet.

Derk Jan Eppink

De auteur is publicist in Brussel.

Bron : Knack, 1 juni 2005.

Posted by NovaCivitas at 12:12 am | Comments (0) | Druk deze pagina

5 juni 2005

Fransen en Nederlanders bieden Europese Unie een tweede kans

TheoLansloot1.jpg Ambassadeur b.d. Theo LANSLOOT (foto) geeft deskundige commentaar bij de Nederlands-Franse verwerping van het Europees grondwettelijk verdrag.

De politieke heisa na het afwijzen door het Franse en het Nederlandse volk van het “Verdrag tot vaststelling van een Europese Grondwet “ wil ons doen geloven dat dit een spijtige ontwikkeling is met dramatische gevolgen voor de toekomst van de Europese Unie. Niets is minder waar: Het Franse “non” en het Nederlandse “nee” was niet gericht tegen Europa maar duidelijk voor een ander Europa. De Unie krijgt aldus een vitale tweede kans. Of de gevestigde politici die kans zullen grijpen lijkt voortgaande op hun reacties in binnen en buitenland, ook in Vlaanderen, helaas weinig waarschijnlijk. Tegenstanders van de “grondwet” worden afgedaan als de lager opgeleide “jan met de pet “die van het grootse Europese project niets heeft begrepen en geleid door gevoelens van angst en onzekerheid, naar het verleden teruggrijpt. Dit is gewoon nonsens. In Vlaanderen b.v. zitten ook eminente professoren en andere politiek bewuste burgers in het neekamp of staan in ieder geval zeer kritisch tegenover de thans voorliggende tekst. [1] In het beste geval wijzen de politieke voorstanders van de “grondwet” op een gebrek aan informatie om de afwijzing te verklaren.. Het tegendeel is waar. Indien de burger echt duidelijk was gemaakt wat die zgn. grondwet precies behelst zouden waarschijnlijk nog meer mensen hebben tegengestemd.

De politieke voorstanders van de zgn. “grondwet” zijn kennelijk niet bereid na te gaan of de verwerping ervan niet precies ligt in dit verdrag zelf en de nog altijd weinig democratische manier waarop het is tot stand gekomen al was er al enige vooruitgang in vergelijking met vroegere Europese verdragen. Niet alleen was de conventie die een eerste compromis heeft uitgewerkt niet bijzonder democratisch samengesteld maar daarna heeft een intergouvernementele conferentie dit compromis op tal van punten grondig gewijzigd zonder enige democratische inspraak. Het Verdrag vertoont weliswaar enkele positieve aspecten maar ook tal van negatieve: te lang en te ingewikkeld, tegenstrijdigheden, vaagheid ook qua geografische begrenzing van de Unie, overheveling van nog meer bevoegdheden naar de EU en dus uitbreiding van de rechtsmacht van het Europees Hof in Luxemburg zonder democratisch tegenwicht, onvoldoende waarborg voor subsidiariteit, loodzware procedure voor amendering, machtsverschuiving van de kleinere naar de grotere lidstaten op basis van de bevolking. Bij een eventuele toetreding van Turkije zal daardoor op middellange termijn veel macht van Europa naar Klein-Azië verschuiven. Er is dus wel degelijk een band tussen het goedkeuren van de “grondwet “ en de toetreding van Turkije.

Hét belangrijkste euvel is echter dat het Verdrag de voor een democratische besluitvorming noodzakelijke scheiding van de machten niet volkomen doorvoert. Afgesproken was dat het Verdrag maar van kracht wordt nadat alle EU-lidstaten het hebben geratificeerd. Alhoewel dit nu niet meer kan willen de meeste politici toch gewoon met de ratificatie in de verschillende lidstaten voortgaan. De huidige voorzitter van de Europese Raad, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, heeft dit zopas nog bevestigd. Misschien wijzigt hij nog zijn houding indien zijn eigen volk op 10 juli ook de “grondwet” verwerpt. Momenteel worden de Luxemburgse voorstemmers nog op 59% geraamd tegen 76% in oktober 2004 en de dalende trend houdt aan. Hoe dan ook is het niet ernstig de regels in de loop van het spel te wijzigen en het oordeel van de Franse en Nederlandse kiezers eenvoudig te negeren of te overwegen enkele minder controversieel geachte delen van het Verdrag sluiks in te voeren.

Dit oordeel gaat duidelijk in de richting van een hooguit confederale structuur van de EU en zeker geen federale. De Unie zou zich dus nu in de eerste plaats moeten toeleggen op het uitwerken van een blauwdruk van een institutionele bestel dat met dit confederaal gegeven rekening houdt m.a.w. de Unie krijgt beperkte maar belangrijke bevoegdheden die voor het geheel van de lidstaten van belang zijn zoals macro-economie, munt, buitenlandse zaken, veiligheid en defensie. Op die gebieden primeert de Unie op alle lidstaten, ook de grotere. De grondwet dient dus te vermijden dat de as Berlijn/Parijs of een clubje van grotere landen de kleinere lidstaten hun wil kan opleggen. Voor het overige geldt onverkort het subsidiariteitsbeginsel wat ook een beperking van de centrale bureaucratie betekent. Pas als daarover eensgezindheid is bereikt kan worden gedacht aan het opstellen van een beknopte, politiek neutrale grondwet die er zich toe beperkt de institutionele opbouw van de EU en de werking van haar instellingen nauwkeurig te omschrijven. Belangrijk daarbij is dat de grondwet de burger beschermt tegen een te grote overheidsinmenging en dat er een echt Europees parlement komt. Zogenaamde grondrechten zoals die in het thans in het Verdrag opgenomen handvest voorkomen, horen niet thuis in zulke grondwet. Elk lid van de confederatie moet wel de verplichtingen van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de mens en de Fundamentele vrijheden van de Raad van Europa naleven.

De Unie is tot dusver voor de nationale regeringen een gebied geweest waar zij, samen met een door hen benoemde Commissie en een naamloze bureaucratie, haast vrij spel hebben zonder vervelende pottenkijkers met echte parlementaire macht. De “Europese Grondwet “ zou deze droom die zelfs in onze vaak tot particratie verworden democratieën niet helemaal te verwezenlijken is, hebben geconsolideerd. De Franse en de Nederlandse burgers hebben dit, om welke redenen dan ook, verijdeld. Dank zij hun neen krijgt Europa dus een tweede kans om met een schone lei te beginnen aan een nieuw, doordacht Europees project dat veel dichter bij de burger staat. Als die burger dan oordeelt dat een grondw