28 juli 2006
De Ierse Kwestie
Er is een polemiek aan de gang tussen twee wetenschappers die over het Ierse wonder opiniestukjes instuurden naar De Tijd. Eindelijk, zou ik haast zeggen. Want ik heb zo de indruk dat intelligent Vlaanderen haar taak om een brede en weldoordachte wereldvisie uit te dragen verwaarloost door zich te veel te focussen op de actueel populaire themata en faits divers of door zich te laten meeslepen door de opwinding van het dagdagelijkse politiek gekakel.
Maar in de stukjes waarin Professor Marc De Vos en Seth Maenen aan elkaar tegenge-stelde stellingen neerzetten, blijf ik toch op mijn honger. Marc De Vos begon met het scepticisme dat hier en daar geuit zou worden over de realiteit van het Ierse wonder te ontkrachten. Het Ierse wonder, dat erin bestaat om met het beproefde recept van deregu-lering de economische groei aan te zwengelen, zou toch voor een sociaal kerkhof zorgen en dat wordt bewezen door een hoog percentage armoede. Dat de marktwerking niet kan garanderen dat de economische groei aan iedereen ten goede komt is ook de stelling van Seth Maenen. De landen waar de markt het meest vrijgemaakt is zijn landen met de grootste groei in lagere inkomensklassen. De Vos ontkent dit door erop te wijzen dat je met relatieve inkomensvergelijking geen armoede kan kwantificeren. Ik betwijfel boven-dien dat dezelfde redenering opgaat voor landen als Hongkong en Dubai, waar de vrije markt nog veel vrijer is.
Maar laat ons even aannemen dat het waar is. Laat ons veronderstellen dat er grotere in-komensverschillen ontstaan in een vrije markt. Mijnheer Maenen concludeert daaruit dat “economische groei […] geen of nauwelijks kansen [biedt] aan de minst gefortuneerden”. Maar is dat wel zo? Is het niet zo dat de kansen wel geboden worden maar dat de zoge-naamd minder gefortuneerden ze gewoon laten liggen? Hun relatieve armoede mag er dan wel op achteruit zijn gegaan, in absolute termen is de situatie verbeterd (ik spreek hypothetisch) en dus hoeft een verdere verhoging van de productiviteit en de daarmee gepaard gaande levensritme voor hen niet. Zij bekijken het liever. Lekker een pint in de pub en laat de strebers zich maar uitsloven. Ik herhaal dat ik dit zuiver hypothetisch be-nader en alleen de logische valsheid van de redenering van Maenen wil aantonen.
Maenen probeert vervolgens zijn valse conclusie te verklaren. Hij geeft er twee, maar ei-genlijk komen ze op hetzelfde neer. De eerste is dat beloning en productiviteit aan elkaar gerelateerd zijn en de tweede dat waardevastheid van het loon en productiviteit aan elkaar gerelateerd zijn. De laatste omdat de hoogproductieven “beter in staat zijn een loon af te dwingen dat voor inflatie compenseert”. De beide verklaringen komen in essentie neer op “(goed) loon naar werk”. En dat is precies het principe dat deze onuitgesproken mar-xist verafschuwt. Geen loon naar werk, maar “van ieder volgens zijn mogelijkheden, voor ieder volgens zijn behoeften”.
Verder neemt Maenen het standpunt van De Vos over de zin en de vergelijkbaarheid van relatieve armoedegrenzen op de korrel. Dat relatieve armoedegrenzen een indicatie zijn van armoede wanneer armoede gedefinieerd wordt als ‘relatieve deprivatie’, het ‘onver-mogen om volwaardig deel te nemen aan de samenleving wegens een aanzienlijke achter-stand in de middelen’ (mijn cursief), dat is nogal wiedes. De point is precies dat dat lo-gisch een foute benadering is. De waarde van iets wordt altijd beïnvloed door van alles en nog wat waar wij geen direct vat op hebben. Dat is de onderliggende gedachte aan een gezegde als “de een zijn dood is de ander zijn brood”. Om een duidelijk voorbeeld te ge-ven: alleen al door mijn smaak inzake kleding aan te passen beïnvloed ik in zekere mate de waarde de kledingzaak die een stock heeft met kleren die niet (meer) aan mijn smaak beantwoorden. Als de eigenaar van de zaak recht zou hebben op de waarde van zijn zaak, dan zou ik mijn smaak niet mogen veranderen. Dat zou een schending van zijn recht zijn.
Dezelfde redenering – en dit zal menigeen shockeren omwille van de combinatie van onweerlegbaarheid, eenvoud en zijn flagrante strijd met het fundamenteel schuldgevoel dat de moderne ethiek in ieder van ons heeft ingeprent – dezelfde redenering kan worden aangehouden ten aanzien van de waarde van het leven zelf. Het leven heeft voor ieder van ons absoluut de hoogste waarde (ik laat de suicidanten even buiten beschouwing). Zonder leven heeft niets anders voor ons nog waarde. Voor de medemens is ons leven echter een marktartikel. De weinige tijd die we op deze aardkloot toegemeten krijgen rui-len we met anderen voor (producten van) hun tijd. En als we de productieve output con-stant veronderstellen, dan wordt een mens minder waard bij de geboorte van ieder kind. Gelukkig hoeft de output niet constant te blijven. Waar het mij hier eigenlijk om gaat is aan te tonen dat het onmogelijk is om voor het leven een waarde te claimen, omdat de waarde altijd beïnvloed zal worden door het handelen van anderen. Ayn Rand’s Anthem geeft ons het voorbeeld van hoe de uitvinding van de elektriciteit het leven van menig kaarsenmaker die leefde voor zijn ambacht, grotendeels waardeloos maakte.
Vooropgesteld dat er iemand zou kunnen opstaan die de onmetelijke wijsheid heeft om te bepalen welke waarde precies menswaardig is, dan nog zou dit het handelen van ieder ander mens volstrekt onmogelijk maken, omdat hij bij elke daad die hij wil stellen zich zou moeten afvragen, zonder het ooit met zekerheid te kunnen achterhalen, of de waarde van het leven van de ‘rechthebbende’ er niet zo door zou worden beïnvloed dat het niet langer als menswaardig kan worden beschouwd. Dat kan alleen wanneer de hele wereld vooraf geconsulteerd zou worden, maar dat lijkt zo onpraktisch dat zelfs Maenen dit niet ernstig zo bedoeld kan hebben. Een mens kan derhalve geen recht hebben op een mens-waardig leven. A fortiori geldt dit wanneer menswaardig in relatieve termen wordt uitge-drukt.
Maar wie zou denken dat Marc De Vos het Ierse wonder en zijn fundamentals door dik en dun zou verdedigen, komt bedrogen uit. Ook hij bekent dat hij voor sociale bescher-ming is, zij het dat hij daarvoor de “prijs” van meer ongelijkheid wil betalen. Door die meer ongelijkheid, zo redeneert hij, is er meer groei en meer budget voor sociale be-scherming. Dat die sociale bescherming juist echte ongelijkheid tot stand brengt, nl. die tussen de sociaal beschermenden en de sociaal beschermden, dat gaat aan hem voorbij. De beide heren schijnen bovendien niet te weten dat al tientallen economen hebben be-wezen dat (de graad van) kapitalisme volstrekt geen verband houdt met de sociale (on)ge-lijkheid en dat de kloof tussen arm en rijk nergens zo groot is als in het systeem met de valse naam: het socialisme.
Wat de Ieren de laatste jaren hebben gedaan is een klein stukje van de vrijheid die hen in de genen zit heroveren. Laat ons niet vergeten dat Ierland duizend jaar heeft gefunctio-neerd en gebloeid in volstrekte staatloosheid, met groot respect voor individuele vrijheid en in relatieve vrede, tot de Britten er in de zeventiende eeuw hun ongewijde poten op legden. Marc De Vos stelt dat wat de Ieren met hun herwonnen vrijheid hebben verwe-zenlijkt bij ons wordt bekeken met “een mengeling van bewondering, afgunst en onge-loof”. De combinatie lijkt mij niet voor te komen. Een enkeling heeft voor de Ieren op-recht bewondering, maar de grote massa wordt verteerd door afgunst. En dat is de echte kern van de Ierse kwestie.
Arjen DE NEVE
We vonden deze bijdrage op www.libertarian.nl.
Posted by NovaCivitas at
12:00 pm
|
Druk deze pagina
27 juli 2006
Midden-Oosten ontploft binnen VLD
Het conflict tussen Israël en de Hezbollah heeft een uitloper tot binnen de VLD. Een bijdrage van W. Verschelden uit De Standaard van 26-07-2006.
'HET liberalisme is een huis met vele kamers, alleen voel ik plaatsvervangende schaamte voor sommige bewoners'', zegt senator Jean-Marie Dedecker (VLD) over zijn VLD-collega kamerlid Claude Marinower. Zaterdag nog verweet Marinower Dedecker op de opiniebladzijden van De Standaard een ,,nieuwsoortig negationisme'' uit te dragen.
Het conflict tussen beiden is een voortzetting van de Palestijns-Israëlische confrontatie. De Antwerpse jood Marinower kiest onvoorwaardelijk de Israëlische kant, de Oostendse senator staat aan de Palestijnse zijde. Dedecker stak de lont aan het vuur door naar aanleiding van de ravage in Libanon de Israëli's de mantel uit te vegen (DS 19 juli) . Hij wees onder meer op wat hij 'de holocaustindustrie' noemde.
De joodse Amerikaan Norman Finkelstein gebruikt die term om het historische proces uit te leggen waarbij de Holocaust beschouwd wordt als een unieke gebeurtenis in de geschiedenis die door belanghebbenden wordt aangestuurd en gebruikt om er politiek en/of financieel voordeel uit te slaan.
,,Het is de eerste keer dat een Belgische politicus dit soort terminologie hanteert. Het heeft me erg geshockeerd. Ik moest gewoon reageren, ook al zijn Dedecker en ik van dezelfde partij. Hij weet trouwens heel goed dat als hij termen als 'holocaustindustrie' gebruikt, dat hij daar alle joden diep mee kwetst'', zegt Marinower.
,,Marinowers reactie getuigt van selectieve verontwaardiging en ideologische dyslexie. Als de boodschap niet te weerleggen is, moet je schieten op de boodschapper. In werkelijkheid heeft hij een onderliggende agenda: de komende gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen. Het gerinkel van de kassa klinkt altijd luider dan het geruis van het geweten'', reageert Dedecker.
De twee schudden elkaar al geen hand meer sinds 2002, toen Dedecker op bezoek ging in de Gazastrook. ,,Op die reis zag ik met eigen ogen het leed. Een 11-jarige meisje dat in het hoofd geschoten is door Israëlische soldaten, dat blijft hangen hoor'', zegt Dedecker.
,,Hij verklaarde achteraf dat hij waarschijnlijk ook terrorist zou worden als hij in de Gazastrook zou wonen. Dat heeft hij nooit teruggenomen, ik zie geen enkele reden om hem nog de hand te schudden. Gelukkig zitten we niet in hetzelfde halfrond'', legt Marinower uit.
,,Als er één partij de joodse lobby klakkeloos napraat, is dat Vlaams Belang. Deels uit viscerale afkeer voor de islam, deels uit wiedergutmachungs-angst maar vooral uit plat opportunisme: de stem van de joodse Antwerpenaar. Dat Marinower meeloopt in dit opbod, is des te schrijnender'', zegt Dedecker nog.
Beiden waren dinsdagochtens uitgenodigd bij Radio Eén, alleen Dedecker kwam. ,,Geen zin in een scheldpartij'', zegt Marinower. ,,Hij heeft wijselijk zijn kat gestuurd, want op argumenten kan hij de discussie niet winnen'', zegt Dedecker.
,,Neen, neen, hier gaat VLD-voorzitter Bart Somers echt niet op reageren'', zucht zijn woordvoerder. ,,Als partij nemen wij het standpunt over van de regering.''
Al lachend klinkt het bij de liberalen dat minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (VLD) misschien een verzoeningspoging kan ondernemen met wat pendeldiplomatie.
W. Verschelden
Posted by NovaCivitas at
05:26 pm
|
Druk deze pagina
26 juli 2006
Migrantenstemrecht slag in het water
Zeker in Vlaanderen werd hard gevochten om de invoering van migrantenstemrecht. De doelgroep ligt er niet wakker van.
Vijf dagen voor het verstrijken van de deadline hebben in Vlaanderen 2.338 burgers uit niet-EU-landen zich laten registreren om te kunnen deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen, slechts 5,48 procent van de totale doelgroep. Spirit-senator Fouzaya Talhaoui spreekt van verschrikkelijke cijfers en verwijt de overheid onvoldoende actie. De Vlaamse minister van Binnenlandse Zaken, Marino Keulen (VLD), ontkent. Hij vermoedt desinteresse.
Begin 2004 keurde de Kamer na heftige discussies het migrantenstemrecht goed. Burgers uit niet-EU-landen die vijf jaar in België verblijven, kregen zo na registratie het recht om deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Aan Vlaamse kant steunden enkel de socialisten en Spirit deze wet - Groen! was niet in de Kamer vertegenwoordigd.
De registratiecijfers zijn ontnuchterend. Leuven en Gent (allebei met SP.A-burgemeester) behoren met tien procent tot de beste van de klas. Antwerpen (SP.A-burgemeester) doet het met een goede zes procent al een stuk minder goed. Maar gemeenten zoals Mechelen (VLD-burgemeester), Oostende en Sint-Niklaas (allebei SP.A-burgemeester) maken het met nul procent nog veel bonter. Ook in Genk (CD&V-burgemeester) viel de interesse met een goede drie procent dik tegen.
Talhaoui vindt het resultaat ,,miserabel'' en spreekt van ,,een gemiste kans''. Zij verwijt de overheid onvoldoende te hebben geïnvesteerd in begrijpelijke informatiecampagnes. ,,In Antwerpen mogen we nog van geluk spreken dat de stad de betrokkenen heeft aangeschreven, al was de brief te ambtelijk. In andere steden, vooral met VLD-burgemeesters, gebeurde dat bewust niet.''
De bevoegde minister Keulen spreekt dat tegen. ,,Wallonië heeft wel een campagne gevoerd. Het resultaat is er nauwelijks beter. Lokale besturen hebben heel wat inspanningen gedaan. Het dossier is ook nooit uit de media geweest. Als de cijfers vervolgens tegenvallen, dan kun je alleen besluiten dat de doelgroep niet is geïnteresseerd. En die mensen zeggen dat ook. Zij laten zich heel bewust niet naturaliseren.''
,,De discussie over het migrantenstemrecht heeft veel Vlamingen de gordijnen ingejaagd. Het was een symbolenkwestie met veel emotionaliteit. Leuk voor intellectuelen, maar het beroerde de betrokkenen helemaal niet. Dit is een schoolvoorbeeld van een discussie die de Wetstraat niet oversteeg'', besluit Keulen.
Talhaoui spreekt dat tegen. ,,De mensen zijn wel geïnteresseerd. Maar als je vier administratieve stappen moet doen vooraleer je kunt kiezen, dan zie ik ook veel Vlamingen afhaken.'' Opnieuw ziet de minister het anders. ,,Vlamingen mogen dan apolitiek zijn, voor het lokale niveau hebben ze wel interesse. Het gaat immers om de problemen in hun straat met kandidaten die ze kennen.''
B. BRINCKMAN
De Standaard, 26-07-2006.
Posted by NovaCivitas at
10:02 pm
|
Druk deze pagina
18 juli 2006
7 - 8 - 10 - 19 - 20 - 34 zes getallen veranderen je leven
In deze vrije tribune, gepubliceerd in "De Morgen" van 18-07-2006 verdedigt prof. Thevissen (foto) de mede door hem ontwikkelde "Stemmenkampioen".
Zes getallen veranderen je leven: ooit lijfspreuk van de Lotto, maar vorige week helemaal op maat van de VLD toen De Stemmenkampioen het eerste, tussentijdse resultaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen bekendmaakte. Afgerond: Groen! 7 procent, andere 8 procent, VLD/Vivant 10 procent, CD&V/N-VA 19 procent, sp.a/Spirit 20 procent en VB 34 procent.
De acute kieskoorts die meteen na bekendmaking uitbrak in het nationale en Antwerpse VLD-hoofdkwartier, had alles te maken met een ongenadig lage electorale tussenstand voor VLD/Vivant in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen. Op zo'n moment zou je wensen dat partijen, uit pure zelfbescherming, het verstand hadden te doen wat ze tegenover journalisten altijd beweren te doen, met name "geen rekening te houden met peilingen". Dat laatste is behalve een geijkte uitdrukking, vooreerst een geijkte leugen. Er is immers weinig dat een politieke partij zo snel kan doen ontvlammen als een (slecht) peilingsresultaat. In de crisiscommunicatie over tegenvallende peilingen zijn er grosso modo drie basisstrategieën. In dalende volgorde van geloofwaardigheid: (1) Akte nemen van de resultaten en daar de juiste betekenis en acties aan verbinden, (2) de peiling relativeren en zo het resultaat maximaal afzwakken ("het is maar een peiling") of (3) de peiling in haar geheel betwisten en de schuld voor het geboekte resultaat integraal afwentelen op de organisator van de peiling en de gebruikte methode.
Vorige week koos het VLD-hoofdkwartier voor dat laatste. Dat zorgde voor een hilarische pseudomethodologische aanval van het VLD-hoofdkwartier op De Stemmenkampioen, met onder meer verwijten richting CD&V dat ook zij, mogelijks nog ijveriger, de peiling zouden gemanipuleerd hebben. Je kunt op zulke momenten alleen maar hopen dat zo'n spektakel geen neerslag is van de kwaliteit van het strategische denken en het tactische vernuft dat een partij, zo vlak voor de verkiezingen, in huis heeft. Voor een drenkeling die niet kan zwemmen is wild spartelen immers de kortste weg naar de verdrinkingsdood.
Gelukkig, zou je dan denken, is er nog het wetenschappelijke debat: het innovatieve potentieel van het electorale onlineonderzoek maakt dat er wel degelijk ruimte is voor een interessant wetenschappelijk-maatschappelijke debat over de zin en onzin van peilingen. Helaas was dat buiten de Leuvense socioloog, Koen Abts gerekend, die afgelopen zaterdag in deze krant nog maar eens, met belegen en al veelvuldig weerlegde kritiek op De Stemmenkampioen, de indruk probeerde te wekken dat hij een nieuwe, bijzondere ontdekking had gedaan. Nu hebben we sinds de lancering van De Stemmenkampioen in 2004 al heel wat methodologische onzin over dat panelonderzoek bij elkaar geharkt, waar socioloog Abts evenwel zeker niet voor hoeft onder te doen. In een notendop: De Stemmenkampioen zou "uitermate goedkoop", "niet representatief" en "gevoelig voor externe manipulatie" zijn en de zelfselectie van deelnemers zou voor vertekeningen zorgen, zodat "bejaarde vrouwelijke, laag opgeleide en werkloze kiezers in internetpanels ondervertegenwoordigd blijven".
In principe zou het kunnen volstaan erop te wijzen dat het inmiddels twintigduizendkoppige panel van De Stemmenkampioen vele malen meer bejaarde, vrouwelijke, laag opgeleide en werkloze kiezers telt dan eender welke 'representatieve' toevalssteekproef die in Vlaanderen ooit is samengesteld. Je zou kunnen aanvoeren dat onlineonderzoek allerminst goedkoop is en het aan de criteria voldoet die bij internationale, hoogwaardige onlineresearch worden toegepast om kwaliteitscontroles op internetpanels mogelijk te maken en fraude maximaal uit te sluiten. Of je zou kunnen betogen dat ook bij toevalssteekproeven uiteindelijk mensen zelf bepalen of ze al dan niet aan een peiling willen meedoen en dat de resultaten van een wetenschappelijke toevalssteekproef bijgevolg alvast niet representatief zijn ten overstaan van zij die weigerden of geen tijd hadden om aan het onderzoek deel te nemen, laat staan zij die nog geen electorale voorkeur hebben op het tijdstip van de bevraging. Je zou ook de kritiek kunnen smoren door aan te geven dat de 'representatieve peiling' van de VRT/De Standaard bij de regionale verkiezingen van 13 juni 2004 van alle peilingen drie keer de slechtste prognose neerzette en nul keer de beste prognose berekende en dat deze peiling maar liefst 16,8 procent afweek van het uiteindelijke verkiezingsresultaat. (De Stemmenkampioen berekende in 2004 van alle peilingen drie keer het beste verkiezingsresultaat en geen enkele keer het slechtste verkiezingsresultaat en week globaal 8,6 procent af van de reële verkiezingsuitslag, waardoor De Stemmenkampioen de beste gepubliceerde peiling in Vlaanderen neerzette).
Feit is dat de zoveelste ondermijningspoging van de Leuvense sociologen het debat over electorale peilingen in het algemeen en De Stemmenkampioen in het bijzonder, geen meter vooruithelpt en dat het vergelijken van toevalssteekproeven met het onlinepanel van De Stemmenkampioen, zowat neerkomt op het vergelijken van duikboten met vrachtvliegtuigen: je kunt er natuurlijk over blijven doorbomen dat duikboten niet vliegen, maar een duikboot afschrijven omdat die onder gaat, lijkt ons toch wat minnetjes. Het doet onwillekeurig denken aan iemand die voor het eerst een iPod in handen krijgt en dan met veel misbaar gaat uitleggen hoe ondeugdelijk die toestellen wel zijn omdat er geen aandrijfassen, wis- en opnameknoppen op zitten of geen cassettes in passen. We zijn graag bereid de discussie over De Stemmenkampioen verder aan te gaan, tenminste als die enig niveau haalt en bijdraagt tot de meerwaarde van het debat over electorale (online)peilingen. Maar we kunnen ons niet blijven uitputten in het bevechten van de volhardende ondeskundigheid. Nogmaals, De Stemmenkampioen is een niet-representatief onlinepanel, samengesteld op basis van zelfselectie. Binnen dat panel worden de oorzaken en motieven van electorale voorkeurverandering permanent geregistreerd, geanalyseerd en worden electorale verschuivingen in kaart gebracht. De peiling is daarvan slechts een risicovolle afgeleide. Risicovol omdat de accuraatheid van een peiling door veel meer factoren wordt bepaald dat de 'representativiteit'. Afgeleide omdat het niet de corebusiness van De Stemmenkampioen is om verkiezingsresultaten te voorspellen, maar wel een antwoord te formuleren op de vraag wanneer welke kiezers onder invloed van welke factoren hun electorale voorkeur veranderen.
Intussen hebben een aantal partijhoofdkwartieren en politici ontdekt dat het antwoord op zulke vragen veel relevanter en nuttiger is dan met zogenaamde 'representatieve' steekproeven te peilen naar de electorale voorkeuren van kiezers. Zij vormen het bewijs dat ze wel degelijk op een verstandige manier kunnen omspringen met de resultaten van De Stemmenkampioen en uit de inzichten maximaal voordeel trachten te halen. Geleidelijk groeit het besef dat louter een electorale peiling zowat het minst interessante onderzoek is dat je als politieke partij kunt uitvoeren. Dat laatste is zonder meer een heugelijk inzicht waartoe De Stemmenkampioen bij een aantal partijen alvast zijn steentje heeft bijgedragen. Vandaar trouwens ook de merknaam.
Prof. dr. Frank Thevissen is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel
Posted by NovaCivitas at
06:34 pm
|
Druk deze pagina
15 juli 2006
Wat zijn Westerse waarden?
Om te weten wat westerse waarden eigenlijk zijn moeten we terug in de geschiedenis en ontdekken waarom het westen al sinds de 18e eeuw het voortouw heeft genomen bij de ontwikkelingen op diverse vlakken, zowel sociaal-maatschappelijk, financieel-economisch, taalkundig als politiek-cultureel.
De westerse cultuur is feitelijk begonnen bij de oude Grieken. De Hellenistische cultuur werd gecontinueerd door de Romeinen en later de Byzantijnen. Terwijl in West-Europa de donkere middeleeuwen domineerden, hielden de Byzantijnen de Grieks-Romeinse cultuur in ere, onder Keizer Constantijn werd het Joods-Christelijke gedachtegoed daaraan gekoppeld.
In de laat-Middeleeuwen kwam de Renaissance op gang, welke terughaakte op de oude Griekse filosofie. Deze ‘wedergeboorte’ vond plaats op veel terreinen. Niet alleen op het gebied van de filosofie, maar ook op het terrein van staatsinrichting, de plaats van religies, de kunst, de politiek en vooral de individualisering. Uit dit alles kwam het humanisme naar voren, die het oorspronkelijke Christendom had gepropageerd, toen deze nog een gnostische inslag had, dus zonder interventie van zogenaamde tussenpersonen, pauzen, kardinalen en bisschoppen.
Na de renaissance brak de periode van de reformatie aan en begonnen christenen aan hun eigen herontdekking van hun religie. Het is opvallend dat de protestanten geen tussenpersonen als pauzen of bisschoppen dulden, maar vooral in het begin zich baseerden op een individuele geloofsbelevenis. In reactie op deze reformatie ging de dominante kerkcultuur van het katholicisme in de tegenaanval via de contra-reformatie. Men ziet dat er een terugslag is van de religieuze macht naar het verleden. In deze tijd was bijvoorbeeld de inquisitie, ketter- en heksenjacht het meest actief.
Pas twee eeuwen later brak in West-Europa de verlichting aan. Schrijvers als Jean-Jacques Rousseau en Baron de Montesqieu op politiek-filosofisch gebied en Richard Cantillon en Adam Smith op financieel-economisch terrein gaven al de richting aan voor een verandering van de starheid van het ancien regime. Deze hadden niet alleen een enorme invloed tevens op de Amerikaanse en Franse revoluties die weldra volgden, maar ook op de industriële revolutie welke Europa zou ondergaan.
Nu zag men in de 20e eeuw weer een terugslag of contra-reformatie ten aanzien van de verlichtingsfilosofie, men zou het dus een ‘contra-verlichting’ kunnen noemen. Diverse politiek-ideologische stromingen wilden een terugkeer naar een vorm van autoritaire samenleving. We zagen dit duidelijk reeds in de opkomst van het socialisme eind 19e eeuw, welke enorme consequenties had voor de eeuw erna. Uit de ideologie van het socialisme zijn een aantal totalitaire subideologieën naar voren gekomen, zoals het fascisme, nazisme en het communisme. Deze subideologieën zijn evenals het socialisme despotisch van aard en herbergen tevens een behoorlijke feodale inslag. Het individualisme dat tijdens de renaissance naar boven kwam, maar die eigenlijk reeds aanwezig was in de vroeg-christelijke cultuur werd vooral tijdens de 20e eeuw met groot geweld onderdrukt.
Pas laat in de 20e eeuw kwam er geleidelijk weer een aarzelend herstel van het individualisme en zien we daarom dat er veel belangstelling is voor het liberalisme als levensfilosofie.
Als conclusie kan men stellen dat het liberalisme of liever gezegd het klassiek-liberalisme voort is gekomen uit de Grieks-Romeinse en Joods-Christelijke cultuur en tot volwassenheid is gekomen via de weg van de renaissance, reformatie en verlichting. Men moet niet vergeten dat dit liberalisme zich alleen kon vormen in tijden van individualisering en autonoom denken. Massabewegingen, zowel religieus als seculier van aard met een strakke hiërarchie zijn wat dat betreft haar tegenpolen. Derhalve zijn in mijn opinie de westerse waarden vooral gelegen in de ontplooiïng van het individu en de uitoefening van de individuele vrijheid, dat zijn de vrijheid van meningsuiting, van associatie, van bezitsvorming, van onderwijs, van pers en van geloof.
Als we kijken hoe de Europese Unie zich in dit respect ontwikkelt dan gaat er een aantal alarmbellen af. Allereerst omdat de Eurocratie zich blijkt te schikken naar totalitaire invloeden zoals het socialisme, (het sociaal handvest binnen de afgewezen Grondwet is hiervan een pregnant voorbeeld) en de islam (de Deense cartoonaffaire ligt hierbij nog vers in het geheugen en de veroordeling daarvan door de EU). Dat is ook waarom ik een tegenstander ben en blijf van de Europese Unie en zie het als een groot gevaar voor de westerse waarden en het liberalisme.
Albert SPITS
Deze lezing werd gepresenteerd in het debat Westerse Beschaving in het Defensief? gepresenteerd in het Internationaal Perscentrum te Antwerpen op 26 juni 2006.
Posted by NovaCivitas at
12:32 pm
|
Druk deze pagina