Nova Civitas
Blog Over Nova Civitas Kalender Archief Inschrijven English
 
FAQ
Publicaties
Artikels
CNE
IES Europe
Koppelingen
 
   
Zoek


Archief
Recente bijdragen
Koppelingen
Powered by
Movable Type 2.661

 
 

28 september 2006

Cordon sanitaire vooral communautair probleem

MaddensB.jpg Een bijdrage van Bart Maddens (foto) over de schutkring rond het Vlaams Blok. Volgens een onderzoek van deze krant zijn zeven op de tien Vlaamse ondernemers gekant tegen het zogenaamde cordon sanitaire. Dat is een verrassend hoog cijfer. De jongste tijd lijkt er immers een zekere gewenning op te treden tegenover het cordon en de politieke patstelling die er het gevolg van is. Het wordt voor steeds meer mensen duidelijk dat het cordon in de eerste plaats een communautair probleem is.

Vlak na de regionale verkiezingen van 2004 was het nog anders. De vorming van een 'Antwerpse' coalitie op Vlaams niveau werd toen over het algemeen als uiterst problematisch ervaren. Er was zelfs sprake van een 'ontwrichting' van de Vlaamse democratie. Terecht wees men erop dat het normale democratische spel door het cordon werd geblokkeerd. Iets meer dan twee jaar later lijkt het onbehagen over die blokkering van de democratie plaats te hebben gemaakt voor grote gelatenheid.

Veel politici lijken er zich al bij neer te leggen dat we straks ook op federaal niveau met een Antwerps scenario zitten, waarbij alle klassieke partijen deel uitmaken van de regering. Sterker nog, sommigen zien dat met genoegen tegemoet, niet alleen omdat ze op die manier verzekerd zijn van regeringsdeelname, maar ook omdat het dan gemakkelijker wordt om een groot communautair akkoord te sluiten.

Simpelweg

Bij dit alles lijkt het cordon meer dan ooit te worden gezien als een quasigoddelijk gebod. Nochtans tonen buitenlandse voorbeelden juist aan dat een cordon tegen uiterst rechts allesbehalve een politieke natuurwet is. Internationaal gezien staat België met die radicale aanpak zelfs vrij geïsoleerd.

In de meeste landen laat men succesvolle uiterst rechtse partijen het politieke spel gewoon meespelen, inclusief het spel van de coalitievorming. En dan doet de democratie simpelweg haar werk. Uiterst rechtse partijen die er een potje van maken, zoals de LPF in Nederland, worden afgestraft. Partijen die op een verantwoordelijke manier mee besturen, zoals de Zwitserse SVP, worden beloond.

Regeringsdeelname dwingt de uiterst rechtse partijen ertoe compromissen te sluiten en zuigt ze daardoor naar het centrum. En als de achterban niet mee wil richting centrum en richting normalisering, dan valt de partij uit elkaar, zoals Haiders FPÖ overkwam.

Raadsel

De historicus die over pakweg honderd jaar de geschiedenis zal schrijven van de Belgische politiek rond de eeuwwisseling zal voor een raadsel komen te staan. Hoe is het zo ver kunnen komen dat België als een van de enige landen in Europa een absoluut cordon heeft uitgeroepen tegen uiterst rechts? Wat heeft de Vlaamse partijen bezield zich tegen beter weten in vast te rijden in dat moeras?

Het gemakkelijke deel van het verhaal is natuurlijk de houding van de linkerzijde in Vlaanderen. De historicus zal allicht vrij snel tot de conclusie komen dat het afkondigen van het cordon voor de sp.a en het ACW een normaal middel was om politieke macht te verwerven en een rechtse meerderheid te vermijden. Maar de vraag waar de toekomstige onderzoeker vooral mee zal worstelen, is hoe het komt dat ook de VLD zich zo hardnekkig vastklampt aan het cordon. Een klein kind kan zien dat de liberalen alleen al door de deur naar een coalitie met het Vlaamse Belang op een kier te laten, veel sterker zouden staan in hun onderhandelingen met de sp.a of CD&V.

Als de historicus gaat snuffelen in getuigenissen van VLD-leden en -militanten, dan zal hij snel tot de conclusie komen dat het cordon niet echt leefde aan de basis en eerder een zaak was van de partijtop. En wellicht zal de historicus in de memoires van menig VLD-parlementslid lezen dat ook velen aan de top de grootste twijfels hadden over de politieke uitsluiting van het Vlaams Belang.

Een deel van het antwoord zit misschien wel in wat sociale wetenschappers 'path dependency' noemen: de beslissingen van vandaag worden in grote mate gedetermineerd door de beslissingen van gisteren, ook al zitten we vandaag in een heel andere context. De beslissing van de Vlaamse partijen om het Vlaams Blok politiek uit te sluiten dateert van mei 1989. Op dat moment waren de implicaties daarvan beperkt. Het Vlaams Blok was nog een relatief marginale partij.

Maar toen uiterst rechts vanaf 1991 electoraal doorbrak en in de loop van de jaren negentig in toenemende mate een politieke factor van betekenis werd, was het voor de VLD moeilijk zonder gezichtsverlies terug te komen op het cordon. De rechtvaardiging daarvan maakte het bovendien noodzakelijk om uiterst rechts in steeds scherpere bewoordingen te demoniseren, waardoor het ook steeds lastiger werd de kar te keren en toch met die partij in zee te gaan.

Fundamenteel verschil

Daarnaast was er natuurlijk ook iets heel anders aan de hand. Er was en is een fundamenteel verschil tussen de hoger genoemde uiterst rechtse partijen en het Vlaams Blok/Belang bij ons. Dit is niet zomaar een antimigrantenpartij, maar ook een separatistische partij die een einde wil maken aan het politieke systeem. In die zin was het Vlaams Blok van meet af aan veel bedreigender voor de politieke elite dan de uiterst rechtse partijen in andere landen. Elke vergelijking loopt mank, maar toch doet de situatie van het Vlaams Blok/Belang sterk denken aan die van het voormalige Herri Batasuna in Baskenland. Dat was eveneens een separatistische partij die op een onverbiddelijke ramkoers zat met de unitaire staat. Het was dan ook mede daarom dat de partij door het Spaanse politieke establishment als een paria werd behandeld en uiteindelijk zelfs werd verboden.

Geen verrassing

In een onafhankelijk Vlaanderen zou een succesvolle antimigrantenpartij al lang deel uitgemaakt hebben van de regering, en misschien al zijn verdwenen of uit elkaar gevallen als gevolg daarvan. Omgekeerd zou er allicht ook geen sprake geweest zijn van een cordon mocht het antimigrantensentiment zich bij ons enkel hebben geuit via een grote Belgicistische en royalistische partij. In de jaren tachtig werd het xenofobe discours van een goede Belg als Roger Nols tenslotte ook met de mantel der liefde toegedekt.

Bekeken vanuit dat perspectief is het probleem van het cordon dus in wezen een communautair probleem. En op de keper beschouwd kan dat bezwaarlijk als een verrassing komen voor onze toekomstige historicus. Want welk probleem in het België van anno 2006 is uiteindelijk niet communautair?

Bart Maddens

Bron : De Tijd, 27-09-2006.

De auteur is verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven.

Posted by NovaCivitas at 06:35 pm | Druk deze pagina

27 september 2006

"Fair trade" ? Nee, bedankt !!!

WFT 2006.JPG Van 27 september tot 7 oktober is het de week van de Fair Trade.
De bedoeling is om "eerlijke handelsproducten en het verhaal erachter bekend te maken bij een ruimer publiek."

Dat verhaal gaat ongeveer als volgt. Wanneer boeren in de Derde Wereld een inkomen hebben waarvan ze amper kunnen leven dan is de prijs die ze krijgen voor hun producten 'oneerlijk'. De oorzaak van het lage inkomen doet daarbij niet ter zake. Of dit nu het gevolg is van een lage opbrengst door inefficiënte productiemethoden of van lage wereldmarktprijzen of handelsbarrières, oneerlijke concurrentie, afzetterij, enz., het maakt allemaal niet uit. De prijs is 'oneerlijk' en wordt pas 'eerlijk' als de consument bereid is een toeslag te betalen die de boeren een waardig inkomen bezorgt. Pas wanneer goederen verhandeld worden aan 'eerlijke prijzen' is er sprake van 'eerlijke handel' of 'fair trade'.

Echt eerlijk kan je dat allemaal niet noemen. Wat de fair trade beweging 'eerlijke handel' noemt is in werkelijkheid niets anders dan verkapte liefdadigheid. Het surplus dat uitbetaald wordt bovenop de marktprijs is een liefdadigheidstoeslag om arme boeren een hoger inkomen te garanderen.
Nu zou men kunnen zeggen dat er niets mis is met (vrijwillige) liefdadigheid. Mensen die het moeilijk hebben worden financieel geholpen en kunnen daar misschien beter van worden.

Maar het krankzinnige van 'eerlijke handel' is dat men liefdadigheid koppelt aan productie van goederen. Het surplus dat uitbetaald wordt is dus een subsidie voor de producten die door de onfortuinlijke boeren verbouwd worden.

In het geval van de lage wereldmarktprijzen subsidieert men op die manier producten waarvan de wereldmarkt al verzadigd is. Hierdoor neemt de productie verder toe en wordt de markt nog meer verzadigd, waardoor de prijzen nog verder dalen voor de overgrote meerderheid die geen subsidies ontvangt. Zoveel te hoger de liefdadigheidstoeslag, zoveel te erger wordt de overproductie en zoveel te meer armoede wordt er veroorzaakt door 'eerlijke handel'.

Indien de marktprijzen wel hoog genoeg zijn voor een fatsoenlijk inkomen maar er toch nog boeren zijn die er amper kunnen van leven, bv. door inefficiënte productiemethoden, dan komen die armere boeren in aanmerking voor de fair trade subsidie. De goed presterende boeren, die geen subsidie ontvangen, krijgen dan concurrentie van de slecht presterende boeren. Inefficiëntie wordt beloond, efficiëntie wordt bestraft. Het gevolg laat zich raden: nog meer inefficiëntie en nog meer afhankelijkheid van liefdadigheid.

De fair trade filantropen zondigen hier fundamenteel tegen de economische lessen van Bastiat en Hazlitt. Door alleen te kijken naar de groep die de subsidies ontvangt, negeert men de veel grotere groep die nog armer wordt. De eerste groep wordt zorgvuldig in beeld gebracht. De laatste, die nu met nog minder moet trachten te overleven, wordt vergeten. Op de lange termijn houden de fair trade subsidies de armen binnen de problematische sectoren van de landbouw waardoor ze worden ontmoedigd om rijk te worden op dezelfde manier waarop wij rijk zijn geworden: door industrialisatie.

Maar hoe erg dit alles ook is, het kan altijd nog erger. De fair trade weldoeners nemen geen genoegen met de bijdrage van de argeloze, schuldbewuste consument. Ze azen ook op het geld van de belastingbetaler dat ze via staatsdwang in de wacht willen slepen. Daarvoor kloppen ze aan bij onze ministers, dé specialisten in het over de balk gooien van de helft van ons inkomen. En zoals met alle mooie ideeën die een averechts effect hebben lopen onze exellenties ook warm voor de 'eerlijke handel'.

De Vlaamse overheid is de grootste consument van fair trade koffie in België en sponsort met gulle hand allerlei fair trade reclamecampagnes. Meer dan 60% van de Vlaamse gemeentebesturen is al gewonnen voor fair trade producten. De Federale regering spendeert jaarlijks 2,5 miljoen euro aan 'eerlijke handel'. Het Europees parlement en de Wereldbank zijn ook enthousiast, dus dat belooft.

Nu zou het best kunnen dat de fair trade ideologen het allemaal goed bedoelen en geen flauw idee hebben van de desastreuze gevolgen van hun idealisme. Beseffen zij wel dat 'eerlijke handel' zorgt voor nog meer overproductie en bijgevolg voor nog meer ellende? Het antwoord op die vraag luidt: ja, ze beseffen dat. In september 2002 betoogde Oxfam in Londen tegen de lage koffieprijzen. Oxfam eiste toen dat de overheid 100 miljoen dollar zou spenderen aan het opkopen en vernietigen van 5 miljoen zakken 'surplus'-koffie.

Ziedaar de absurde logica van de fair trade ideologie: consumenten en belastingbetalers worden overhaald of gedwongen een subsidie te betalen voor een product waarvan de markt al verzadigd is. Hierdoor neemt de productie nog toe en ontstaat een koffieberg die vervolgens met belastinggeld opgekocht en vernietigd moet worden. 'Eerlijke handel', noemen ze dat.

Ondertussen komt uit Afrika de smeekbede om te stoppen met alle vormen van ontwikkelingshulp. "In godsnaam, stop ermee!" zegt de Keniaanse economische expert James Shikwati. "Ik wil geen hulp, ik wil handel," zei de Ugandese president Yoweri Museveni tijdens zijn ontmoeting met de Amerikaanse president Bush in 2003. Maar die smeekbede is niet nieuw. De Afrikanen vragen dit al 50 jaar. Het cynische is dat 'eerlijke handel' eind jaren '60 juist is ontstaan als antwoord op de slogan "Trade, not Aid". Maar de fair traders hebben dat compleet verkeerd begrepen.

Met handel bedoelen de Afrikanen niet handel met een liefdadigheidstoeslag voor onrendabele productie. Met handel bedoelen ze handel zonder subsidies, handelsbeperkingen of andere rampzalige vormen van social engineering. Wat de Derde Wereld vraagt is dus niet wat de fair trade utopisten de komende dagen nog eens extra gaan promoten, maar VRIJE handel, de enige échte eerlijke handel.

Wie dus oprecht bekommerd is om het lot van de armen in het zuiden, zegt nee tegen 'eerlijke handel'. Een heel klein gedeelte van hen zal dat betreuren, maar een overweldigende meerderheid zal er dankbaar voor zijn.


Johan BRANDERS

Posted by NovaCivitas at 12:40 am | Druk deze pagina

26 september 2006

"De derde feministische golf" door D. Verhofstadt

Derdegolf.JPG Heel wat moslimvrouwen worden onderdrukt, niet alleen in de islamitische wereld maar ook in het Westen.

Ze worden verplicht zich te sluieren, mogen geen contacten hebben met andere mannen en andersdenkenden, moeten huwen met iemand die ze niet zelf gekozen hebben, mogen niet uit hun geloof stappen, en worden desnoods uit hun familie verstoten of ver(ere)moord.

Praktijken die we zelf niet zouden aanvaarden wegens discriminerend, vernederend en inhumaan.

Net daarom moeten we de strijd steunen van moslima’s die opkomen
voor hun rechten. Omdat het niet langer kan dat ze vernederd, geslagen,
verkracht, verstoten en vermoord worden.

De derde feministische golf is een strijd voor emancipatie en ligt in het verlengde van de strijd tegen alle vormen van onderdrukking, zoals het verzet tegen de apartheid in Zuid-Afrika, tegen het kastensysteem in India, tegen de segregatie van de zwarten in Amerika en tegen de jodenvervolging in nazi-Duitsland.

Dirk Verhofstadt roept de moslima’s op om zich te ontrekken aan de dictatuur van door mannen geïnterpreteerde en opgelegde ‘heilige’ teksten. Hij roept op
tot een derde feministische golf.

De auteur maakte interviews met Yasmine Allas, Ayaan Hirsi Ali, Naima El
Bezaz, Irshad Manji, Nahed Selim en Naema Tahir die elk op hun manier model
staan voor de emancipatie van de moslimvrouwen.


Dirk Verhofstadt (1955) is een politiek denker en auteur van de boeken "Het
einde van het BRT-monopolie", "Het menselijk liberalisme" en "Pleidooi voor
individualisme".

Posted by NovaCivitas at 06:38 pm | Druk deze pagina

24 september 2006

Vrijheid van onderwijs ???

onderwijs11.jpgIn Europa staan de vrijheden steeds meer onder druk. Ook de vrijheid van onderwijs. In Duitsland werd 7 september een moeder gevangen gezet die het waagde haar kinderen thuisonderwijs te geven - dit alles op basis van Naziwetten uit 1938.

We leven in een tijd waarin ouders het krijgen van kinderen als een recht gaan zien. Ook al gaat dit recht soms in tegen de moraal en de ethiek. Wanneer het daarentegen aankomt op het opnemen van verantwoordelijkheid, de plichten ten opzichte van kinderen, zien we net de omgekeerde evolutie. Meer en meer worden ouders beperkt in de uitoefening van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de kinderen. En nog erger is het feit dat meer en meer ouders zelf deze verantwoordelijkheid willen ontvluchten.

Een van de verantwoordelijkheden van de ouder is het verschaffen van goed onderwijs aan het kind. Bij de vorming van de liberale natiestaat was de vrijheid van onderwijs een van de elementaire rechten die afgedwongen werd van het staatsgezag. België heeft dankzij de schoolstrijd een van de meest liberale wetgevingen op dit vlak. Het heeft de Kerk heel wat gekost om in het hele land duizenden scholen op te richten. De katholieke kerk beheert nog steeds het grootste scholennet – hoewel het katholieke karakter van die scholen, o.m. onder invloed van de staat, steeds meer verwaterd is. Nog steeds kan echter eenieder zonder al te veel bemoeienissen van de staat zelf een eigen school opstarten. Ook thuisonderwijs is een vrij algemeen aanvaard alternatief in dit land.

Toch valt er het laatste decennium een verschuiving te merken, en dit niet alleen in België. De linkse, neoliberale regeringen proberen meer en meer hun invloed te laten gelden op het onderwijs. Dit verloopt op een indirecte, maar efficiënte wijze, onder meer door het koppelen van de leerplannen aan de subsidieregeling. Ook het thuisonderwijs komt onder druk te staan. In Duitsland heeft deze evolutie alweer een escalatie bereikt. Sinds Adolf Hitler in 1938 homeschooling verbood, is er nog niet veel veranderd. Op donderdag 7 september ll. werd Katharina P. uit Paderborn door de politie aangehouden. Sindsdien verblijft zij in de cel. De diepgelovige vrouw is moeder van 12 kinderen. De reden van aanhouding is haar weigering om haar kinderen naar een staatsschool te sturen. Om die reden was ook haar man al eens aangehouden. Beide ouders leiden samen met enkele andere families een eigen schooltje. Tot nu toe lieten de nodige vergunningen hiervoor echter op zich wachten.

Net zoals de protestantse familie Rudolph uit Hamburg al eerder deed, is de man van Katharina P. nu met zijn twaalf kinderen naar Oostenrijk ‘gevlucht’. Net zoals het koppel Rudolph lopen zij ook de kans om uit hun ouderlijke rechten ontzet te worden.

In eigen land kwam de zaak rond Paul Belien en Alexandra Colen in juni in het nieuws. Beide ouders deden met hun vijf kinderen aan homeschooling. Vier ervan studeren nu aan de universiteit. Het vijfde kind krijgt nog thuisonderwijs en moet zoals door de wet bepaald examens afleggen voor de Centrale Examencommissie. Homeschooling is in België perfect mogelijk, in tegenstelling tot de situatie in Duitsland. Op dit ogenblik krijgen in België een 500tal kinderen thuisonderwijs, tendens stijgend.

Drie jaar terug heeft de regering een nieuwe wet gestemd om meer greep te krijgen op het fenomeen van homeschooling. In de wet wordt bepaald dat ouders die aan thuisonderwijs doen een vragenlijst moeten invullen waarin ze verklaren de fundamentele mensenrechten en culturele waarden van het kind en anderen te respecteren. Het document geeft echter geen verdere invulling aan deze beschrijving. Daarenboven stelt de staat inspecteurs aan die moeten controleren of de ouders effectief aan deze belofte voldoen. Bij twee negatieve rapporten worden ze tenslotte verplicht hun kinderen naar een officiële school te sturen. Belien en zijn vrouw weigerden omwille van deze vage invulling en het gevaar voor willekeur bij de inspectie het document te tekenen. Belien werd hierover in juni door de politie ondervraagd. Uit talrijke reacties na het bekend worden van het voorval, zagen Belien en zijn vrouw zich alleen maar gesterkt in hun opinie. Ze kregen voorbeelden te horen van families die de willekeur bij de inspectie aan den lijve ondervonden hadden.

Eens te meer krijgen we te maken met een staat die haar tentakels overal uitspreidt. Toppunt is dat hiervoor handig gebruikt wordt van internationale verdragen die in oorsprong ook bedoeld waren om de burger tegen de staat te beschermen, zoals het Verdrag van de Mensenrechten. "In naam van de wet legt een ongeremd en ongecontroleerd gezag ons al zijn grillen op" (Mgr. de Ségur).

Bruno DAEMS

Bron : www.openorthodoxie.nl.

Posted by NovaCivitas at 08:52 pm | Druk deze pagina

22 september 2006

DE OPEN MAATSCHAPPIJ VAN PIET HEIN DONNER

donner44.jpg Het wordt tijd om zo snel mogelijk paal en perk te stellen aan ons constitutioneel bestel. Niet alleen moet de gelijkheidsgedachte op de schop, ook dient de christelijke erfenis zeker te worden gesteld. Alleen zo bewaren we onze vrijheden voor wilden als Donner, Abou Jahjah en de sociaal-liberale verlichtingsdenkers die van hetzelfde laken een pak zijn.

Opeens is alles helder. Natuurlijk: Donner is een grappenmaker en de rest ook. Donner is een grappenmaker omdat hij dweept met de democratie; zelfs al loopt dit uit op onze (en zijn) zelfvernietiging. Maar ook de critici van Donner blijken grappenmakers te zijn; ook zij geven geen lor geven om de democratie. Want niet de meerderheid telt volgens hen, maar het tot nu toe bereikte resultaat dat moet blijven staan tot in eeuwigheid. Op wie moeten we hier "Amen" zeggen?

Op geen van beide standpunten. Want wat is er aan de hand? Volgens Donner moet een democratie zoals die van ons ook openstaan voor radicale geluiden. Zelfs als dit zou betekenen dat de sharia - d.i. de Islamitische wetgeving - zou worden ingevoerd [1]. Donner: "Voor mij staat vast: als twee derde van alle Nederlanders morgen de sharia zou willen invoeren, dan moet die mogelijkheid toch bestaan? Zo iets kun je wettelijk toch niet tegenhouden? Het zou ook een schande zijn om te zeggen: dat mag niet! De meerderheid telt. Dat is nou juist de essentie van democratie".

Dit alles is te lezen in een interview met hem dat is opgenomen in een boek van de journalisten Margalith Kleijwegt en Max van Weezel van het weekblad Vrij Nederland dat vandaag, 13 september, verschijnt. Hierin zegt hij meer. Zoals dat de - volgens Donner dreigende "gewelddadige confrontatie buiten de regels van het democratisch rechtsbestel om" moet volgens hem worden vervangen door een democratisch treffen binnen het bestel. Als iemand als Dyab Abou Jahjah, de leider van de Arabisch Europese Liga (AEL), deel zou uitmaken van de Tweede Kamer zou Donner dat toejuichen: "Hij blijft binnen de grenzen van de wet en functioneert als bliksemafleider voor de onlustgevoelens onder jonge moslims. Wat hij wil bereiken, doet hij door met anderen samen te werken".
Minister Donner zet in bij een weerbare democratie waarin ruimte is voor iedereen: "Mensen vanwege hun geloof, overtuiging of opvatting op voorhand uitsluiten van het democratisch proces, is geen oplossing. Het is een oplossing van ’bange’ mensen, die de gevaren waar ze bang voor zijn alleen maar groter maakt. Vergis u niet, we zullen waakzaam moeten zijn; de Europese samenleving behoeft bescherming; er zijn vele krachten die de fundamenten daarvan aantasten. Democratie is geen rustig bezit en het vergt moed." Zo'n democratie is volgens Donner geen "democratie die zich weert", maar "een weerbare democratie".

Een element van gelijk

Er zit een element van gelijk in de benadering van minister Donner. Let wel: we spreken hier niet over een element van waarheid, maar slechts van gelijk. Zij het dat dit gelijk allang haar grenzen heeft bereikt en zelfs heeft overschreden. Het gelijk is dus uitgewerkt en waar we niets voor kopen. Donner ziet dit niet. Hoe komt dat? En wat is er in feite aan de hand? Donner redeneert logisch verder in de tot nu toe gebruikelijke opvatting over democratie. Democratie is een open systeem met daarin ruimte voor elke opvatting, ook als deze op gespannen voet staat met de grondwet of de gangbare opvattingen over moraal, religie en de politieke inrichting van een land.

Achterliggende gedachte achter deze opvatting was de positieve werking die men toedicht aan het systeem zelf. Het participeren in het systeem zelf heeft een matigende invloed op radicale opvattingen. Zoals Donner het eerder zei: "Democratie is geen statische toestand die aan de grenzen beschermd wordt, maar een dynamisch proces dat door betrokkenheid en actieve participatie wordt beschermd. De uitkomst wordt niet op voorhand bepaald door verboden en geboden, maar door deel te nemen in het proces en dat te beïnvloeden. Waarden, beginselen en normen zijn uitkomst, geen input.

Opvattingen die men als radicale minderheid had, zijn tegen de tijd dat men een meerderheid behaalt doorgaans aangepast en geïntegreerd." [2]

En hier zit iets in. Het Nederlandse systeem stond open voor radicale geluiden die regelrecht tegen de rechtsorde en de grondwet ingingen. Partijen als PSP en CPN kregen in het verleden de volle ruimte om hun opvattingen uit te dragen, zolang ze dat maar deden met de binnen ons stelsel toegestane middelen. Partijen die geweld van Rusland goedpraatten en soms dweepten met communistische dictators, het koningshuis wilden afschaffen, de opvattingen over leven en sterven om zeep wilden brengen (en waarvan de aanhangers inzake de euthanasie ook "voor de wet uitliepen") of de grondrechten wilden inperken of afschaffen kregen tot nu toe de volle ruimte binnen ons bestel. Tenminste: zolang ze maar ultralibertijns of extreemlinks/communistisch waren. Zolang er maar sprake was van een interne ideologische verwantschap was er ruimte. En die verwantschap was er. Communisten, sociaal-democraten, libertijnen en VVD-liberalen hebben en hadden veel gemeen.

Onlangs werd dit nog eens duidelijk in en rond de discussie binnen de VVD over de rol van Art. 1 van de Grondwet. Volgens het Liberaal Manifest, en volgens Marc Rutte, moet dit artikel een super-artikel worden dat alle andere grondrechtelijke bepalingen van de Grondwet moet gaan overheersen. Frits Bolkestein wees er fijntjes op dat dit een merkwaardig standpunt is voor liberalen. Volgens hem is juist de onbepaaldheid van Art. 1 reden om van een prioriteitstelling af te zien, en - hier komt het - het is des te vreemder omdat juist deze onbepaaldheid erin is gebracht door het toenmalige communistische kamerlid Marcus Bakker van de CPN! [3]

De VVD en de communisten

Met andere woorden: de liberalen in ons land willen, net als de linkse partijen, een communistisch paradepaardje tot hoeksteen van onze samenleving maken. Een partij die in haar beginjaren dweepte met het moordlustige regime van massamoordenaar Stalin, de militaire acties van communistisch Rusland tegen haar satellietstaten goed praatte - de erfenis van deze partij is volgens de liberalen, de sociaal-democraten en anderen in ons land de "hoeksteen van de samenleving". Als we daarnaast ook nog eens in aanmerking nemen dat de CPN gelieerd was aan onze directe militaire bedreiging: het communistische blok dat militair samenwerkte in het Warschaupact en belangrijke elementen van onze traditie, cultuur en constitutie verwierp (het koningshuis), kunnen alle liberale, socialistische en progressieve krachten in ons land niets anders doen dan Donner gelijk geven wanneer deze stelt dat "opvattingen die men als radicale minderheid had, zijn (...) geïntegreerd."

Het gelijk van Donner reikt verder. Donner begrijpt de systeemlogica van het democratische proces an sich. Donner: "Democratie is geen statische toestand die aan de grenzen beschermd wordt, maar een dynamisch proces dat door betrokkenheid en actieve participatie wordt beschermd. De uitkomst wordt niet op voorhand bepaald door verboden en geboden, maar door deel te nemen in het proces en dat te beïnvloeden. Waarden, beginselen en normen zijn uitkomst, geen input." Met name de woorden "door betrokkenheid en actieve participatie beschermd" zijn hier van belang. Mensen die actief deelnemen aan het democratische systeem identificeren zich na verloop van tijd met dit systeem. Men raakt beïnvloed door de informatie die men voortdurend op het bordje krijgt van bewindslieden, ambtenaren en adviseurs en men raakt onder de indruk van dilemma’s en de complexiteit van problemen en ontmoet continu hen die men bestrijdt als debatpartners - en soms als (ad hoc) samenwerkingspartners in het politieke bedrijf.

De kracht van de assimilerende werking van het democratische proces ligt in de aanname dat democratische proces waarden produceert, in plaats van dat bestaande waarden de democratie dragen. Donner: "Waarden, beginselen en normen zijn uitkomst, geen input." Wie ondergaat in de complexiteit van regelgeving, nota's, adviezen, mediageluiden, verplichtingen, verdragen, etc. etc. raakt op den duur vanzelf het zicht kwijt op de eigen, voorheen zo gekoesterde, meta-ethiek van tijdloze, dragende waarden en houdt vanzelf enkel en alleen micro-ethische situatiebepaalde waarden, beginselen en normen over.

Donner vertrouwt op het gebrek aan innerlijke weerbaarheid en vastberadenheid van de moderne mens, ook van de moderne moslim-mens. Donner gelooft nog meer. Hij gelooft in de kracht van de Westerse waarden en de plicht deze "actief te onderwijzen, dagelijks vorm te geven en in debat uit te dragen." Hij gelooft in de kracht van het systeem. In de ontvankelijkheid van de ander. Donner gelooft in de scheiding van kerk en staat. Hij gelooft heilig in de seculiere staat. Donner heeft vertrouwen in... - ja, in wat eigenlijk niet? En op basis van wat schenkt hij vertrouwen in mensen? Hij heeft vertrouwen in mensen op basis van het resultaat van processen waar mensen in participeren die juist geen gezamenlijke basis van vertrouwen met ons delen.

Donner vertrouwt lukraak alles en iedereen. Tot en met het vaderlandse linkse journaille dat geen enkele moeite doet de woorden van onze minister juist weer te geven [4], terwijl toch van meet af aan duidelijk was dat Donner niet de sharia propageerde, maar bezig was met een theoretisch gedachte-experiment [5]. Donner vertrouwt hersenschimmen. Hij blaakt van burgerzin en werpt zich op als de profeet van de democratie. Overtuigd dat hij is van haar kracht gooit hij de grenzen open.

Maar teveel burgerzin is dodelijk voor de publieke moraal. En teveel geloof in de werking van de democratie ook. Idem dito wat betreft de neutrale staat. Donner zweert bij de heilzame werking van de democratie en de neutrale staat. Zijn krachtige zelfbewustzijn drijft hem ertoe te verklaren dat hij in staat is om in elke situatie, onder elk systeem te overleven. We vermoeden dat het nog waar is ook...

Adders onder het gras

En dan verschuilen er de adderen onder het gras. Want vertrouwt Donner zijn medemens wel echt? De man die voor de Europese Grondwet was omdat anders het gevaar dreigde van massagraven en mensenafslachtingen? Die man die overal "intelligente camera's" wil plaatsen? Die man die "haatzaaien" wil verbieden, terroristen bestrijdt door fietsers met een kapot achterlicht op te pakken wegens het niet bij zich hebben van een identiteitskaart? De man die de pedagogische tik door ouders heeft verboden om onder meer het fenomeen kindermoord aan te pakken? Nee. Donner vertrouwt geen mens. Hij vertrouwt vooral denkbeelden.

Eén zo'n adder komt aan het licht in: "Door als overheid ontwikkelingen die de samenleving versterken en binden, actief te stimuleren en te bevorderen, en andere af te remmen." Duidt Donner hier op een eerlijk debat? Een debat waarin je radicalen binnenhaalt om ze vervolgens op een tweede plan te zetten en ze knarsetandend laat indoctrineren met "gezond geestelijk voedsel"? En wat is dan de inhoud van zijn boodschap? Die is er niet. Donner is door en door relativistisch. Donner: "Welke opvattingen beter zijn en welke slecht zien mensen vaak heel goed, maar ze zien het alleen verschillend; hoe stelliger de eigen overtuiging des te scherper ziet men de gebreken in andere. Er is geen maatstaf. Ik hanteerde in het voorgaande het criterium of een opvatting heilzaam of schadelijk is voor mens en samenleving. Maar ieder acht zijn opvatting doorgaans heilzaam voor zichzelf en anderen." [2]

Donner heeft dus geen maatstaf. Hij denkt zomaar in het wildeweg. Net als zijn criticasters. Eén zo'n wild om zich heen denkende criticaster van Donner is het PvdA–Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem: "De minister van justitie moet zijn energie steken in het bestrijden van dit soort opvattingen in plaats van het signaal te geven dat dergelijke ideeën onderdeel zouden kunnen uitmaken van onze democratie". De minister lijkt volgens hem te vergeten dat de sharia op tal van punten regelrecht in strijd is met de Nederlandse grondwet. Ook deze kritiek is een grap. De Nederlandse Grondwet is immers volgens onze politiek-culturele elite een dynamisch document dat - zodra er tweederde meerderheid is - radicaal omgegooid kan en mag worden?

Men schijnt te zijn vergeten dat veel wat in de tegenwoordige Grondwet staat een gruwel moet zijn geweest voor onze voorouders en zelfs voor de opstellers ervan. Wat moreel, politiek en religieus volkomen verwerpelijk was, staat nu te blinken in de zinderende middagzon van ons trotse zelfbewustzijn. De veranderingen zijn altijd en immer tot stand gekomen door een elite die "gebruik" (of misbruik) makend van het vertrouwen van het volk, ditzelfde volk bestookte met denkbeelden die volkomen vreemd waren aan dit volk. Door maar te blijven drammen via klaslokalen, pers en media, preekstoelen en schouwburgen werd het volk steeds weer en meer omgeturnd. Er is in ons land dus niet zozeer sprake van een sociaal-culturele continuïteit op basis waarvan men een sharia zou kunnen weren. Ook is er nooit sprake geweest van een proces van wederzijdse aanpassing en matiging door samenwerking en participatie. De elite heeft haar agenda uitgevoerd; het volk moest zich steeds maar weer aanpassen. Wat ze door de verraderlijke houding van Koning, Kerk en Elite ook daadwerkelijk deed.

De criticasters van Donner kletsen dus maar wat. Heeft Donner dan toch gelijk? Nee. Eerder lijkt hij last te hebben van mentaal autisme. Hij lijkt te leven bij gematerialiseerde post-christelijke trauma's zoals Elsevier-commentator Eric Vrijsen het treffend formuleert: "Ongetwijfeld ziet Donner in zo'n groepering een herhaling van de Antirevolutionaire en de Rooms-katholieke partijen, die de emancipatie van de "kleine luyden" en de katholieken bewerkstelligden. Daarop doorredenerend komt de minister tot de stelling dat de islamitische rechtspraak (sharia) mag worden ingevoerd zodra de moslims een meerderheid van de bevolking uitmaken. Het is een levensgevaarlijk gedachte-experiment. In het Nederland van pakweg honderd jaar geleden leefden katholieken en protestanten min of meer gescheiden. Maar ze behoorden tot een en dezelfde Nederlandse cultuur. Ze aanvaardden de spelregels van de democratie, waarbij er altijd respect is voor een minderheid. Het probleem met radicale islamieten is thans dat zij niet (willen) deelnemen aan de nationale cultuur." [6]

Maar het alternatief voor Donner is ook niet bijster hoopgevend. Jeroen Dijsselbloem, en met hem de PvdA, lijdt aan een ernstige vorm van constitutioneel narcisme: ons toevallige perspectief is eeuwig en universeel, kent geen noemenswaardig verleden en heft het belang van de toekomst op. Een Grondwet die altijd veranderd mocht worden zolang het sociaal-democratische en/of libertijnse ideaal nog niet was bereikt, is nu aan het Einde van de Geschiedenis een heilig document geworden. Alleen liberalen als Marc Rutte en zijn vrienden mogen er naar hartelust mee rotzooien.

Het alternatief

Wat is dàn het alternatief? Het enige alternatief bestaat hierin dat men het failliet erkend van het huidige democratische systeem. Een land dat het communisme prijst en vereert met een zaal in het parlement - de Marcus Bakker zaal - heeft geen moreel recht zich tegen fundamentalistische moslims te keren. Wie de Grondwet dynamisch maakt en de klassiek-christelijke moraal verwerpt, heeft geen verweer tegen hen die de sharia willen invoeren. De enige oplossing is een radicale: het schrappen van het gelijkheidsdenken, het schrappen van Art. 1 van de Grondwet en dit vervangen door een verwijzing naar de christelijke traditie die paal en perk stelt aan onze grondrechten en paal en perk stelt aan het democratische experiment.

Zoals Elsevier het stelt: respect voor minderheden werkt alleen als er sprake is van eenzelfde Nederlandse cultuur waar men in verworteld is. Het is een mythe te denken dat mensen in enkele maanden tot een paar jaar tijd verworteld kunnen raken in zo'n cultuur. Zelfs niet als duidelijk is wat deze cultuur inhoudt. En zelfs daar is geen sprake van. In plaats van tijd en energie in rare gedachte-experimenten te steken, zou Donner er beter aan gedaan hebben burgers - als de lezers van de Elsevier en vele anderen - duidelijk te maken wàt onze nationale cultuur is.

Maar daarvoor moet eerst het besef groeien dat een Grondwet de expressie is van een gezamenlijke, historisch gegroeide en verankerde basis van moraal, cultuur, religie en gewoonten. Dat besef zal men bij Donner niet aantreffen. De verachting die hij koestert ten aanzien van het verleden - getuige zijn weerzin tegen de "christelijke staat" - leent zich niet voor de houding van dankbaarheid ten aanzien van ons nationale verleden.

Ten tweede dient er een besef te ontstaan dat democratie onverenigbaar is met de liberale inzet bij de individu. In de discussie rond de uitlatingen van Donner kwam het menigmaal ter sprake: een democratie is niet alleen gefocust op de meerderheid, maar is ook inherent aan het rekening houden met minderheden. Wie echter de groep ontkent en vanuit individualistisch oogpunt steeds meer moeite krijgt met het verlenen van groepsgebonden rechten, kent geen minderheden meer, maar slechts individuen die toevallig anders denken dat de meeste andere individuen; en het is voor een staat onmogelijk rekening te houden met al die losse individuen.

Ten derde is er besef nodig dat de weerbaarheid waar Donner over spreekt niet voortkomt vanuit vertrouwen in een abstract systeem als democratie, maar verbonden is met de verworteldheid van burgers in opvoeding, natuur, cultuur en historie van een land. Deze verworteling is niet los verkrijgbaar en kan niet worden verondersteld bij mensen die vanuit culturen komen die fundamenteel wezensvreemd zijn aan onze eigen cultuur.

Het besef van Donner dat een gesloten systeem zich niet leent voor een krachtige en weerbare vorm van democratie is het waard doordacht te worden. Bolkestein wees al op de onbepaaldheid van Art. 1 van de Grondwet. Er zijn echter diverse vormen van onbepaaldheid te noemen. Het wetsvoorstel van de CDA'er Van Haersma Buma om radicale partijen te kunnen verbieden herbergt zo'n onbepaaldheid. Want moet de burger weerloos gemaakt worden als er de (theoretische) mogelijkheid bestaat dat een democratisch gekozen meerderheid de rechten van de burgers schendt? Zou een verbod op radicale partijen - die geweld voorstaan of anderszins tegen de rechtsorde c.q. openbare orde zouden ingaan - niet gecombineerd moeten worden met een superlegale benadering van klassieke grondrechten die persoonlijk, maar ook gemeenschappelijk erkend worden? Want wie absolute gehoorzaam eist, dient ook absolute waarborgen te verlenen aangaande de rechten van personen en groepen. Hiervoor is het nodig dat Art. 1 van de Grondwet sneuvelt, aangezien dit artikel op vijandige voet staat met de andere - klassieke - grondrechten.

Conclusie: common senses

Er zat iets dubbels in de reacties van politici en media op dat wat Donner zei. Veel burgers zijn verontwaardigd. Net als veel primaire reacties van media en politici. De latere politieke reacties vanuit de politiek zijn andere: wat Donner zegt, is weliswaar theoretisch mogelijk, maar daarom niet verstandig want een verkeerd signaal richting fundamentalistische moslims die zich nu gesterkt zouden kunnen weten in hun laakbare opvattingen.

Opvallend is de weerzin tegen de theoretische mogelijkheid bij burgers en in primaire reacties en de theoretische reactie in tweede instantie bij de politici. Vanuit het leven van alledag is de theoretische constructie die democratie heet minder belangrijk dan de vrijheden, de rechten en de identiteit van volk en burger. Het is dit secundaire karakter van democratie waar de politiek wel eens meer rekening mee zou moeten houden. Een open systeem is slechts mogelijk naar hen toe die historisch, etnisch, cultureel en/of religieus/moreel met ons volk zijn verklonken. In dit opzicht is het voorstel van Wilders tot wijziging van de Grondwet een eerste stap in de goede richting die ook de andere partijen ter harte zouden moeten nemen.

Het wachten is op een breder draagvlak voor een soortgelijke "politiek van common senses" als die van Wilders. Openheid en weerbaarheid zijn slechts samen te verkrijgen bij een structurele afbakening van ons constitutionele bestel. Het is jammer voor de islamieten en de libertijnen, maar vele eeuwen cultuur-, moraal- en natievorming is geen voer voor theoretische democratische experimenten zoals die van Donner die slechts gegrond zijn op een ambivalent vertrouwen in een medemens waar ondertussen de beveiligingscamera's op gericht dienen te zijn.

Erik VAN GOOR

Eerder verschenen op OpenOrthodoxie.nl

Noten[1] Donner hekelt toon integratiedebat in Reformatorisch Dagblad d.d. 13/09/2006.
[2] Open brief van Piet Hein Donner aan Bart Jan Spruyt in Trouw d.d. 15/07/2006, als reactie op Open brief aan Piet Hein Donner door Bart Jan Spruyt op Open Orthodoxie, welke eveneens is verschenen in Trouw d.d. 08/07/2006.
[3] Frits Bolkestein tegen superartikel 1 in Nederlands Dagblad d.d. 06/09/2006.
[4] Donner: sharia moet kunnen in Algemeen Dagblad d.d. 13/09/2006 & Donner: Invoering sharia moet mogelijk zijn in Telegraaf d.d. 13/09/2006.
[5] Donner handhaaft uitspraken over sharia in Algemeen Dagblad d.d. 13/09/2006 & Donner handhaaft uitspraken over sharia in Reformatorisch Dagblad d.d. 13/09/2006.
[6] Wat bezielt Piet Hein Donner op Elsevier.nl d.d. 13/09/2006.

Posted by NovaCivitas at 08:48 pm | Druk deze pagina

12 september 2006

Verslag van het Kopstukkendebat - NC Antwerpen, 11 september 2006

IMG_0512.jpg Het debat tussen Antwerpse politieke kopstukken dat Nova Civitas op maandag 11 september 2006 organizeerde in het IPV (Internationaal Perscentrum Vlaanderen) leverde levendige en bijwijlen geanimeerde discussies op voor het talrijk opgekomen publiek.

De zaal zat afgeladen vol, en het debat duurde meer dan drie uur.

Moderator De Ceuster benadrukte in zijn inleiding dat de panelleden 75 procent van de Antwerpse kiezers vertegenwoordigen, van het centrum tot uiterst rechts, en dus perfect in staat zouden zijn om een alternatieve, centrum-rechtse coaiitie te vormen, die ook eens klassiek-liberale accenten in het beleid zou kunnen leggen.

Het is niet mogelijk dit drie uur lange steekspel in enkele paragrafen samen te vatten, maar hierbij enkele uittreksels uit de verklaringen van de panelleden:

Cathy Berx (CD&V) pleitte voor een beleid dat zich in positieve zin tot de burger richt, met een actief huisvestingsbeleid dat jonge gezinnen moet aantrekken, meer nadruk op integratie van allochtone jongeren, en vooral meer zuiverheid en reinheid in de stad: Antwerpen ligt er in vergelijking met andere Europese steden smerig en vuil bij.

Haar kartelgenoot Bart De Wever (NV-A) benadrukte zijn Vlaams-nationale overtuiging maar nam met klem afstand van het Vlaams Belang. Hij pleitte ook voor een verdraagzame en realistische houding tegenover nieuwe burgers, en zag meer heil in een onafhankelijke Vlaamse regio die haar eigen beleid kan bepalen. Hij ziet wél de noodzaak in van een centrum-rechtse coalitie in Antwerpen, maar wijst daartoe resoluut elke samenwerking af met het VB, ondanks opvallende parallellen in de partijprogramma's van NV-A en VB inzake de toekomstige staatsvorm voor Vlaanderen.

Filip De Winter (Vlaams Belang) trok als naar gewoonte en met cijfers en feiten bij de hand alle registers open om het huidige beleid, vooral inzake veiligheid en zuiverheid, zwaar op de korrel te nemen, en kreeg daarin bijwijlen duidelijk bijval vanuit het publiek.

Hij citeerde vergelijkende cijfers tussen 1994 (het jaar waarop de huidige coalitie aan de macht kwam) en 2004, waaruit bleek dat de criminaliteit in Antwerpen op 10 jaar tijds beduidend is gestegen.

Hij verwees tevens naar de continue vlucht van de autochtone bevolking uit Antwerpen, en parallel daarmee de groeiende immigratie in de Stad van nieuwe, allochtone burgers: indien de huidige tendens zich doorzet zal Antwerpen, dat nu zowat 24 procent allochtone burgers telt, straks, tegen 2012 bij de volgende gemeenteverkiezingen, zowat 35 tot 40 procent allochtonen tellen.

Schepen voor Integrale Veiligheid Grootjans (VLD) sprak zich in nogal barokke termen uit tegen elke samenwerking met het Vlaams Belang en citeerde cijfers die aantoonden dat het met de criminaliteit in Antwerpen sedert 2001 de goede weg opgaat. Hij hield tevens een zwaar pleidooi tegen strenge repressie van misdaad, en voor preventie, en sociale klimaatsverandering, daarbij de overheersende mening in Franstalig België en van Justitieminister Onkelinckx vertolkend.

Hugo Coveliers (VLOT) arriveerde met enige vertraging maar compenseerde dat door in zijn gekende stijl en met typisch Antwerps-cynische humor de vloer aan te vegen met het beleid van de VLD, met de repressieve sfeer die meer en meer onze burgerlijke vrijheden bedreigt, en die ook binnen de VLD heerst, en met de politieke zeden van paars.

Hij herinnerde eraan dat hij door zijn partij in 2004 officieel was naar voren geschoven als nieuwe Antwerpse Burgemeester en dat de VLD hem nauwelijks 14 dagen later in de rug heeft geschoten door opeens onverwacht de kandidatuur van een socialistische Burgemeester te steunen.

Naarmate het uur vorderde verhoogde de toon en raakten de meningen
meer en meer gepolarizeerd, waarbij opviel dat het al bij al een doorgaans beleefde discussie bleef, ook vanuit de zaal.

Een nieuwe coalitie zit er dus voorlopig niet in, maar zoals Bart De Wever op het einde aanstipte, het is pas op 9 oktober, de dag na de verkiezingen, dat de besprekingen daarover zullen aangevat worden.

De overgrote meerderheid van de aanwezigen verklaarde achteraf een bijzonder interessante avond te hebben meegemaakt. Of hoe politiek ook "entertainment" kan zijn - als men de politici eens laat uitspreken.

RDC
11/09/06

Posted by NovaCivitas at 05:10 pm | Druk deze pagina

10 september 2006

Vrijheid = democratie ?

karl-popper.jpg We publiceren vandaag een kritiek op de filosofie van Karl Popper, van de hand van de Nederlandse libertariër Bart Croughs. B. Croughs is een regelmatig publicist in HP/De Tijd en heeft ook een persoonlijke webpagina op de site van de Stichting Meer Vrijheid. Hij nam kort voor het zomerreces deel aan het debat met als thema "Het Westen in defensief ?" Van zijn hand verschenen al eerder stukjes in deze weblog.

De Oostenrijkse filosoof Karl Popper (foto, 1902-1994) heeft op het gebied van de politieke filosofie vooral bekendheid verworven als criticus van het totalitaire gedachtegoed. In zijn onlangs verschenen essaybundel 'all life is problem solving' probeert Popper antwoord te geven op de vraag hoe de samenleving dan *wel* dient te worden ingericht.

Hoewel de totalitaire staat niet deugt, is onbeperkte vrijheid voor ieder individu volgens Popper eveneens onwenselijk. Popper redeneert als volgt: vrijheid betekent de vrijheid om alles te doen wat je wilt. Wie vrij is om alles te doen wat hij wil, is ook vrij om andere mensen van hun vrijheid te beroven. Ongelimiteerde vrijheid leidt dus tot slavernij; om de vrijheid te beschermen moet de vrijheid aan banden worden gelegd.

De vraag die Popper zich vervolgens stelt, luidt: wat voor inperkingen van de individuele vrijheid zijn noodzakelijk, en welke inperkingen gaan te ver? Aan welke criteria moet worden voldaan om te kunnen spreken van een vrije samenleving?

Popper komt met het volgende antwoord: "een staat is politiek vrij als de politieke instituties het de burgers in de praktijk mogelijk maakt om een overheid zonder bloedvergieten te vervangen wanneer een meerderheid een dergelijke verandering wenst." De beste methode om dit te bereiken, aldus Popper, is het houden van vrije verkiezingen.

Volgens Popper's criterium zijn alle inperkingen van de individuele vrijheid dus toegestaan, zolang de meerderheid maar accoord gaat. Vrijheid = democratie.

Met andere woorden: de enige reden waarom de slachtoffers van Hitler, Stalin, of Mao reden tot klagen hadden, was het feit dat er geen democratie heerste. Waren er netjes elke 4 jaar verkiezingen gehouden, en had 51% van de bevolking z'n instemming met deze regimes betuigd, dan hadden we volgens Popper's criterium moeten spreken van 'vrije samenlevingen'. En Popper geeft dit ook bijna expliciet toe met zijn stelling: "het maakt niet uit wie regeert, zolang de regering maar zonder bloedvergieten kan worden verwijderd."

Popper lijkt de onzinnigheid van zijn gelijkstelling van vrijheid aan democratie zelf ook te beseffen, want hij merkt op dat zijn theorie 'een beetje grof' is - prachtig understatement! - omdat er geen rekening wordt gehouden met 'de bescherming van minderheden'. Maar de voor de hand liggende conclusie dat dit zijn theorie onbruikbaar maakt, weigert hij te trekken. Ook waarschuwt Popper tegen het gevaar van de 'dictatuur van de meerderheid'; maar hoe een dergelijke waarschuwing te rijmen valt met Popper's eigen definitie van een vrije samenleving, blijft volledig in het duister.

Waarom is Popper, fanatiek bestrijder van het totalitarisme, desondanks zo'n zwakke en inconsistente verdediger van de vrijheid? Een belangrijke oorzaak ligt waarschijnlijk in de definitie van vrijheid waar Popper van uitgaat. Volgens Popper's Orwelliaanse definitie van vrijheid leven mensen in een staat van pure vrijheid als ze elkaar vrijelijk tot slaaf kunnen maken: vrijheid = slavernij. Voor Popper is dat een reden om de vrijheid aan banden te leggen. Maar omdat hij geen antwoord heeft op de vraag tot hoever de vrijheid dan wel aan banden mag worden gelegd, wordt principiele kritiek op tyranniek overheidsoptreden onmogelijk. Kritiek kan altijd worden afgedaan met de woorden: 'jawel, deze maatregel betekent inderdaad een beperking van de individuele vrijheid, maar dat is nu eenmaal noodzakelijk: absolute vrijheid leidt immers tot slavernij.' Popper's definitie van vrijheid komt als een boemerang terug; een betere definitie van vrijheid kunnen machtsbeluste politici zich onmogelijk wensen.

Had Popper de definitie van vrijheid gehanteerd die door de meer consistente en radicale denkers van het klassieke liberalisme werd gebruikt, dan zouden deze problemen niet zijn opgetreden. Wanneer vrijheid wordt gedefinieerd als de vrijheid van een ieder om vrijelijk over zichzelf en de vruchten van zijn arbeid te beschikken, dan valt de innerlijke contradictie weg. De vrijheid van de een betekent in dat geval niet meer de slavernij van de ander, maar juist de vrijheid van de ander: als iedereen de vrijheid heeft om over zijn eigen lichaam en eigendommen te beschikken, dan volgt daar automatisch uit dat niemand de vrijheid heeft om inbreuk te maken op andermans lichaam en eigendommen. Popper's oorspronkelijke reden om de vrijheid te beperken vervalt daarmee.

Op dat moment kunnen alle overheden die inbreuk maken op de individuele vrijheid op principiele gronden worden bestreden, en niet meer met het slappe verwijt: 'eerst verkiezingen houden alvorens door te gaan met deze onderdrukkingspraktijken!'. Consequentie van een dergelijke definitie van vrijheid is natuurlijk wel dat dan niet alleen verre dictaturen worden ontmaskerd als vijanden van de vrijheid, maar ook de moderne democratische staten, gezien de eindeloze hoeveelheid wetten en reguleringen waarmee die inbreuk maken op de vrijheid van een ieder om naar eigen goeddunken over eigen lichaam en eigendommen te beschikken.

De meer principiele denkers onder de klassiek liberalen schrokken voor een dergelijke radicale kritiek op de moderne democratische staat niet terug, maar voor Popper is dit duidelijk een brug te ver.

Het is opmerkelijk dat Popper, die zichzelf expliciet in de liberale traditie plaatst, klaarblijkelijk nauwelijks kennis heeft genomen van het gedachtegoed van zijn voorgangers. Nergens blijkt dat Popper op de hoogte is van de ideeen van klassiek liberalen als Herbert Spencer of Frederic Bastiat, laat staan van twintigste-eeuwse denkers als Robert Nozick, Ayn Rand of Murray Rothbard. Maar de grondleggers van het totalitarisme - Plato, Hegel, Marx en hun vele volgelingen - zijn in de boeken van Popper alomtegenwoordig. Het heeft er alle schijn van dat Popper het te druk heeft gehad met het bestuderen en weerleggen van de onzin die zijn politieke tegenstanders hebben uitgekraamd, om zich ook nog te kunnen verdiepen in filosofen van wie hij *wel* wat had kunnen opsteken.

Wie geinteresseerd is in een kritiek op totalitaire politieke stromingen, is bij Popper aan het juiste adres; maar wie geinteresseerd is in een verdediging van de vrijheid, zal zijn heil elders moeten zoeken.

Bart Croughs

Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd en op Meervrijheid.nl.

Posted by NovaCivitas at 10:17 pm | Comments (0) | Druk deze pagina

9 september 2006

De XXIXe "Université d'Eté de la nouvelle economie", of het liberalisme anders dan op z'n Vlaams

AmphiDavid.jpg De Universiteit Paul Cézanne (Aix-Marseille III) vormt jaarlijks het decor voor de Université d’Eté de la Nouvelle Economie, een van de hoogfeesten van het intellectuele liberalisme. De Zomeruniversiteit werd in 1977 voor het eerst georganiseerd door een groep economen onder leiding van de Franse economieprofessor Jacques Garello. Drie jaar geleden nam zoon Pierre Garello, ondertussen professor aan dezelfde universiteit, de fakkel over samen met zijn collega Jean-Yves Naudet. De beide Garello’s zijn ook de drijvende krachten achter het Institute for Economic Studies Europe, bekend van de zomerseminaries die vier maal per jaar studenten de gelegenheid bieden zich vertrouwd te maken met de idee van de vrije markt en van de vrije samenleving, in de traditie van denkers zoals Hayek, Mises en vele anderen. De organisatie aanvaardt geen subsidies van overheidswege maar moet het hebben van private sponsoring, zowel van ondernemingen als van particulieren die aan beide kanten van de grote plas te vinden zijn.

Dit jaar was het de tweede keer dat ik aan de Zomeruniversiteit deelnam en net zoals vorig jaar was het geen teleurstelling, wel integendeel. Ofschoon geen enkele der deelnemers zal ontkennen dat de charmes van de bruisende Zuidfranse stad Aix-en-Provence in hoge mate de aantrekkingskracht van het gegeven verhogen en velen onder hen de lezingen afwisselen met een kleine promenade op de Cours Mirabeau, een toertje door het omliggende provencaalse landschap of een uitstapje naar nabijgelegen plaatsen zoals Cassis, Marseille of Avignon, kan niet worden betwist dat de Zomeruniversiteit een trefplaats is voor mensen die naam gemaakt hebben als econoom, filosoof, jurist of politicus. De lijst van mensen die in de voorbije jaren het woord voerden is indrukwekkend en ik zal het daarover nog hebben verder in deze bijdrage. Mijn artikel is bedoeld als stimulans voor de vrijheidslievende individuen die ons land (hopelijk) nog kent, opdat zij toekomend jaar een paar dagen zouden vrijmaken om zich samen met andere liberalen in het Aixoise bad van de vrijheid te komen verfrissen.

Een vaststelling om mee te beginnen, en die verklaart waarom ik nu al twee jaar met genoegen naar Aix ga : intellectueel vertegenwoordigt het liberalisme in Vlaanderen niet al te veel meer. Op een paar uitzonderingen na wordt het liberale debat gevoerd in termen van goedkeuring of afkeuring van het regeringsbeleid en dit kan men nu toch moeilijk liberaal noemen. Met de pers is het zo mogelijk nog erger gesteld. Een aantal witte raven niet te na gesproken wordt de gemiddelde Vlaamse paperazzo (zelfs behorend tot de redactie van sommige zich ernstig noemende kranten) niet gehinderd door enige vorm van kennis van – laat staan belangstelling voor – het intellectuele liberalisme. Als er toch ‘ns een artikeltje wordt gepleegd geschiedt dit naar aanleiding van bepaalde broedertwisten in een politieke partij – en dan mag de vraag worden gesteld of de bedoeling er nu in bestaat het publiek te informeren of om de betrokken personen schade toe te brengen – of gebeurt het met de intentie de vrije-marktbeweging in een slecht daglicht te plaatsen als zou het om waterdragers van extreem-rechts of van bepaalde conservatieve bewegingen gaan.

Kortom de tijd dat liberale politici en denkers (voor zover er in Vlaanderen nog liberale denkers zijn) zich verdiepten in de studies van Hayek, Mises, Buchanan en anderen is allang vervlogen. Als zij dit nu riskeren worden zij beschouwd als propagandisten voor het rechts-extremisme. Het debat vandaag wordt beheerst door hoofddoeken, cordon-sanitaires, politieke correctheid en dergelijke. Het is jammer te aanschouwen dat liberalen ook in Vlaanderen het geloof in de kracht van de spontane ontwikkeling hebben ingeruild voor de idee dat de maatschappij maakbaar is. Ook al bestaan er uitzonderingen – mensen die nog echt bereid zijn het debat ten gronde te voeren – het rationalistisch constructivisme (de Hayekiaanse benaming voor de idee van de maakbare samenleving) heeft in de Vlaamse (Belgische) maatschappij van heden de bovenhand. Wie ergens niet mee akkoord is roept al gauw om een tussenkomst van de wetgever om dit of dat verplicht te stellen of te verbieden. Het zogenaamde primaat van de politiek wordt niet echt in vraag gesteld en dat is jammer.

Het thema van dit jaar : een liberaal project voor Europa

Een van die geloofspunten van de hedendaagse politieke klasse is dat de superstaat Europa het middel zal zijn om veel problemen op te lossen. Nu is een Europees project zeker niet verwerpelijk, maar de vraag is welke inhoud aan dat project gegeven moet worden. Onze regering zag – samen met nagenoeg alle andere Europese regeringen – alle heil in het project van Europese grondwet, maar door de veto's van de Nederlandse en Franse kiezers is die illusie aan flarden geschoten. De Europese grondwet (hoeveel mensen hebben dit vod eigenlijk gelezen ?) is dood en we hopen dat hij niet herleeft.

Het begraven van de Europese grondwet opent hopelijk nieuwe perspectieven voor een liberaal Europees project en dit was nu precies het thema van de zomeruniversiteit van dit jaar (de 29ste editie al). Het zou ondoenlijk zijn alle voordrachten en discussies die tussen 28 en 30 augustus gehouden werden weer te geven. Daarom wil ik hier enkel de krachtlijnen weergeven van het liberaal Europees project dat op de Zomeruniversiteit werd besproken (en dat, voor alle duidelijkheid, NIET in de Europese grondwet kan worden teruggevonden):

- het liberale Europa verdedigt en cultiveert de idee van de diversiteit op alle vlakken;
- het liberale project verwerpt alle pogingen tot harmonisatie en het verenigen van macht in handen van centrale instellingen, hetgeen slechts tot willekeur en uiteindelijk chaos kan leiden;
- het liberale Europa verwerpt elk protectionisme en staat voor het primaat van het recht, waardoor de vruchten kunnen worden geplukt van de globalisering en de verscheidenheid die onze planeet zo'n boeiende plaats maken;
- het liberale Europa verwerpt de alwetendheid van centrale instellingen, maar ziet in de mededinging een krachtige motor voor de economie en de samenleving, inbegrepen op het vlak van het beleid en de financiering ervan;
- het liberale Europa wil de energie bevrijden van de miljoenen mensen die het bevolken, maar ze niet onderwerpen aan centrale planning en harmonisering, ofschoon van sommige plannen schijnbare aantrekkingskracht uitgaat;
- het is een Europa dat op zichzelf vertrouwt : het heeft een rijk verleden, het is technologisch sterk en het kan zich versterken door nieuwe uitwisseling, ook op cultureel vlak.

Een dag aan de Zomeruniversiteit

Een internationale bijeenkomst als deze verloopt in een gans aparte sfeer en ik wil hierna pogen wat sfeerbeelden op te roepen.

Voor de mensen die goedkoop aan de Zomeruniversiteit willen deelnemen (wat mijn geval was, mijn budget liet niet meer toe) bestaat de mogelijkheid een kamer te boeken in een van de studentenhomes (40 € voor vier nachten). De gezamenlijke toiletten en douches moeten op de koop toe worden genomen en wie op enige luxe hoopt komt van een kale reis thuis (de Cité-Universitaire des Gazelles die ik al ken van een vorige uitgave heeft meer iets van een Hôtel Sac à Puces). De meer gefortuneerden opteren dan ook voor een hotelkamer. Wie écht een gevulde bankrekening heeft, kan terecht in het poepsjieke Grand Hotel du Roi René, waar ook de meeste sprekers gehuisvest zijn. Rond negenen wordt iedereen verwacht in het Amphithéatre René David, op de tweede verdieping van de faculteit rechten en economie, waar het ochtendprogramma van start gaat.

Wie ontmoet men zoal tijdens een dagje aan de Zomeruniversiteit ? Het is niet doenbaar om de volledige deelnemerslijst te overlopen : er zijn politici, professoren, filosofen, economen, journalisten, juristen, ondernemers en dergelijke meer. Verschillende instellingen zijn vertegenwoordigd: zo o.a. het American Enterprise Institute (de huidige werkgever van Ayaan Hirsi Ali), de Atlas Economic Research Foundation (het netwerk van denktanks dat werd opgericht door sir Anthony Fisher, zelf een discipel van Hayek), de Mont Pelerin Society (opgericht door Hayek zelf), het Liberty Fund , het Hayek Institut, de Friedrich Naumann Stiftung en het Cato Institute. Tot de sprekers dit jaar behoorden o.a. Barbara Kolm-Lamprechter (secretaris-generaal van het Hayek Institut in Wenen), Angelo Petroni (professor aan de universiteit te Turijn en directeur van de Italiaanse "Scuola Superiore della Pubblica Amministrazione", Veronique de Rugy (doctor in de economische wetenschappen van de Sorbonne, maar sinds jaren werkzaam in de Verenigde Staten bij organisaties zoals CATO en het American Entreprise Institute), Victoria Curzon Price (professor Economie aan de Universiteit van Genève en presidente van de Mont Pelerin Society), Jacques de Guénin (directeur van de Fondation Frédéric Bastiat), Leonard Liggio (vice-president van de Atlas Economic Research Foundation, en vice-president van de Mont Pelerin Society), Nick Gillespie (hoofdredacteur van het gezaghebbende Amerikaanse filosofische tijdschrift "Reason"), Gerald O'Driscoll van het CATO institute, Krassen Stanchev van het Bulgaarse Institute for Market Economics, Elena Leontieva van het Lithuanian Free Market Institute, de Amerikaanse filosofen Douglas Rasmussen en Douglas Den Uyl, Jo Ann Kwong van de Atlas Economic Research Foundation en Hardy Bouillon van het Centre for the New Europe. Het deelnemersveld beslaat eveneens een aantal Franse politici, academici en zakenlieden die door hun optreden aldaar het Franse politieke landschap in liberale zin willen beïnvloeden. Afwezigen dit jaar (ofschoon zij wel deelnamen aan eerdere edities) waren o.a. professor Michael Novak (gezaghebbend Amerikaans filosoof), Henri Lepage (invloedrijk Frans econoom, door Guy Verhofstadt ooit bestempeld als zijn intellectuele vader… hoewel volgens hardnekkige geruchten de liefde allang niet meer wederzijds is), de economisten Gary Becker, Ronald Coase, James Buchanan en Israël Kirzner (de eerste drie zijn nobelprijswinnaars economie, de laatste is naast een gezaghebbend econoom van de Oostenrijkse school ook een vooraanstaand rabbijn), de Amerikaanse rechtsfilosoof en jurist Randy Barnett en Nova Civitas-voorzitter professor Boudewijn Bouckaert.

Het is overigens niet onmogelijk om al die mensen van naam te benaderen : tijdens de dag zijn ze gewoon aanspreekbaar en het middagmaal wordt samen met de "gewone" deelnemers gebruikt (zowaar in het studentenrestaurant), waar iedereen de kans heeft de betrokkenen aan te spreken en indrukken of e-mailadressen uit te wisselen. Ook tussen de verschillende sessies door bestaat die mogelijkheid. Een dag aan de zomeruniversiteit begint met een audiovisuele presentatie over het die dag behandelde thema, waarna een aantal plenaire sessies volgen (met simultaanvertaling); in de namiddag kan de deelnemer kiezen uit een aantal panels die ofwel in het Engels, ofwel in het Frans verlopen. 's Avonds is iedereen vrij om op zijn manier van Aix-en-Provence te genieten en dat wordt ook intensief gedaan, niet alleen door de grote tenoren en de "gewone" deelnemers maar ook door de tientallen studenten, Franse zowel als buitenlandse, die elk jaar aan de Zomeruniversiteit deelnemen. Onder hen vinden we regelmatig studenten van het LVSV-Leuven, de Gentse collega's blijven opvallend afwezig. Het is echter een publiek geheim dat er tussen de twee grootste LVSV-afdelingen een diepe ideologische kloof gaapt en het klassiek-liberale of libertarische gedachtengoed in Leuven met meer aandacht en welwillendheid wordt bestudeerd dan in Gent. Misschien moet de nieuwe libertarische vereniging Phaedrus dat gat opvullen ?

"Top of the bill" dit jaar : Vàclav Klaus, president van Tsjechië

Nu goed, elk jaar heeft de Zomeruniversiteit minstens één topgast en dit jaar mochten de organisatoren niemand minder dan Vàclav Klaus, president van de Tsjechische Republiek verwelkomen. Ondanks de zware verplichtingen die eigen zijn aan het presidentschap maakt Klaus er een punt van regelmatig internationale bijeenkomsten bij te wonen (zo neemt hij regelmatig deel aan de vergaderingen van de Mont Pelerin Society). Ofschoon het eerst de bedoeling was dat hij ook op één van de sessies zou spreken zorgden agendaproblemen ervoor dat hij zijn inbreng moest beperken tot het houden van de toespraak op het openingsbanket (dat, voor alle duidelijkheid, toegankelijk was voor iedereen die de overigens zeer democratische prijs wilde betalen… 60 € om rijkelijk te tafelen en een topgast als Klaus te aanhoren is naar de gebruikelijke maatstaven erg goedkoop en zelfs voor een beperkt budget als het mijne haalbaar).

De toespraak van Klaus komt neer op een kritiek op wat hij het "Europeisme" noemt. Klaus houdt er naar eigen zeggen niet van dat men hem als Euroscepticus labelt : hij is er immers rotsvast van overtuigd dat Europa een unieke kans biedt om de instellingen en het beleid in een aantal landen fundamenteel te veranderen. Hij benadrukte dan ook van meet af aan zijn geloof in Europa, maar niet in het Europa van de "Europeisten".

Klaus betreurt dat het Europeisme de meeste geesten veroverd heeft, ongeacht de partij waartoe zij behoren of het land waarin zij wonen. Het Europeisme heeft nooit een duidelijke definitie gekregen, maar men vindt er de sporen van terug in allerlei teksten (zoals het project van de Europese grondwet). In feite betreft het een samengaan van verschillende elementen waarvan Klaus er een vijftal onderkent.

Ten eerste noemt Klaus de sociale markteconomie. Het Europeisme opteert voor een regime van reglementering, van herverdeling, gesteund op de overtuiging dat de markt ernstige tekortkomingen vertoont en dat het kapitalisme onder controle moet worden gehouden indien men niet wil uitmonden in de jungle of in de anarchie. Uiteraard gaat men voorbij aan de omstandigheid dat de tekortkomingen van de staat veel verder reiken dan de zogenaamde "falingen van de markt". Met overheidstussenkomst wil men een myriade van problemen oplossen, wat Klaus doet besluiten dat de Europeisten geen enkele les hebben getrokken uit de communistische periode.

De wil om de Europese integratie te bewerkstelligen door harmonisatie en centralisatie is volgens Klaus een tweede kenmerk van het Europeisme. Tegenover de stelling dat de Unie een ruimte zou bieden voor openheid, een model van liberalisatie, wordt de idee geplaatst dat alle landen zich moeten verenigen in een geharmoniseerd en gehomogeniseerd geheel. De eenmaking door reglementering wordt verkozen boven de concurrentie. Dit mondt onvermijdelijk uit in een supranationale autoriteit en in eengemaakte normen die geïnspireerd worden door de landen waar de kosten het hoogst zijn en de mededinging het zwakst is.

Klaus klaagt de vorm van "democratie" waarin de bevolking geen rol te spelen heeft aan als derde kenmerk van het Europeisme. De Europeïsten geven inderdaad voor democraten te zijn, maar de werkelijkheid is dat zij geen enkele achting hebben voor de burger en voor de individuele rechten. Wat hen interesseert zijn de spelletjes van sociale organisaties, in feite: de corporaties, de grote ondernemingen, de grote vakbonden en de grote administraties die het maatschappelijk leven beheersen. Dit leidt tot een constellatie die J.K. Galbraith dierbaar zou geweest zijn : de sociale dynamiek spruit voort uit de confrontatie tussen macro-economische entiteiten, terwijl de burger geen enkele mogelijkheid tot inspraak heeft.

Voor de Europeisten is de diplomatie het voorbehouden terrein van de regeerders. Zij malen er niet om wat de burger denkt. Die wordt per definitie niet geconsulteerd over het voeren van het buitenlands beleid. Diplomatie wordt gevoerd met een geopolitieke benadering, in termen van het evenwicht tussen machtsblokken en naties. Uiteraard hebben de kiezers weinig in de melk te brokkelen. De idee van een "nationale" diplomatie wordt uiteraard met kracht verworpen : de diplomatie moet Europees zijn, Europa moet met één stem spreken… al klinkt die nog als de toren van Babel.

De vijfde aanklacht van Klaus tegen het Europeisme is dat het vertrekt van een constructivistische logica. Zonder twijfel is dit het ernstigste en gevaarlijkste element. De Europeisten geloven niet dat gemeenschappen evolueren volgens een spontane orde, die vertrekt van de initiatieven van de miljoenen mensen die Europa bevolken (Mises : "sociale fenomenen zijn het ongewilde resultaat van de vrijwillige actie der mensen"). Zij zijn overtuigd dat de maatschappelijke orde gecreëerd moet worden en geleid door de "verlichte" geesten van een kleine elite. Hun opvatting is dat de maatschappij wordt georganiseerd volgens een verticale structuur, met aan de top de regeerders die de beste der werelden zullen scheppen. Deze "fatale illusie" werd reeds lang door Hayek aangeklaagd. Het is nieuwe utopie, een nieuwe droom van een "perfecte samenleving" die in het beste geval tot vergissingen en in het slechtste geval tot totalitarisme leidt.

Klaus concludeert dat de Europeisten de wereld zoals hij is fundamenteel miskennen, en al evenmin begrip hebben voor de beginselen die de evolutie van de instellingen beheersen. Zij zeggen dat hun project kadert in een "normale" evolutie, daar waar het volkomen artificieel is. Totnogtoe hebben de Europeisten belangrijke successen geboekt, maar de vraag is of zij werkelijk de bevolking hebben overtuigd ? Klaus hoopt dat de Europeanen zullen begrijpen dat de normale gang van zaken berust op diversiteit, vrije mededinging, vrijheid. "Als Europa een "normale" weg moet volgen, laat het dan die van de vrijheid zijn", besluit hij.

De Zomeruniversiteit, liberalisme en conservatisme

Een bepaalde pers (ook in Vlaanderen) neemt elke gelegenheid te baat om de vrije-marktliberalen te catalogeren als volgelingen van het Amerikaanse conservatisme. We krijgen dergelijke artikels de laatste tijd ook in Vlaanderen te lezen : dikwijls gaat het dan om openlijke of verdoken persoonlijke aanvallen tegen mensen als Paul Beliën die de waterdrager – of pleitbezorger – van de Amerikaanse conservatieven zou zijn. Ik herinner me dat Beliën ooit schreef (Brussels Journal van 25-02-2006) dat volgens hem de vrije markt niet kan overleven zonder wat de Europeanen "sociaal conservatisme" of de Amerikanen "moreel conservatisme" noemen. Er kan niet worden ontkend dat op veel manifestaties conservatieven en liberalen samen aangetroffen worden, verenigd als zij zijn rond de vrije-marktidee en een aantal andere Westerse waarden.

Dat er op een aantal punten coalities worden afgesloten mag nochtans niet doen vergeten dat liberalen en conservatieven er fundamenteel verschillende standpunten op nahouden. Hayek – een klassieke liberaal – liet in het nawoord van zijn "Constitution of Liberty" al waarschuwende geluiden horen tegen het conservatisme en wat de libertariërs betreft zitten de conservatieven al helemaal in een andere hoek van het politieke spectrum… Libertariërs hebben per definitie een hekel aan de indeling tussen links en rechts, voor hen telt enkel het verschil tussen vrijheid en onvrijheid (wat zelfverklaard "serieuze" publicisten als Tom Cochez – die overigens het verschil tussen paleo- en neoconservatieven niet kent en ook moeite heeft om libertairen en libertariërs uit elkaar te houden - en dito ook mogen beweren) en zij houden er over een groot aantal dingen (bezit van wapens, gebruik van drugs, verhoudingen tussen mensen van hetzelfde geslacht, etc.) opvattingen op na die diametraal tegenover die van de conservatieven staan.

De Zomeruniversiteit is in hoofdorde een trefplaats voor libertariërs en klassiek-liberalen. Zij ontvangt elk jaar wel een aantal conservatieve bezoekers maar het moet gezegd worden dat die in Aix-en-Provence niet de eerste viool spelen. Dit blijkt wel uit verschillende van de tussenkomsten en ook uit de slottoespraak van IES-directeur Pierre Garello, organisator van het gebeuren. In die toespraak komt het verschil tussen liberalen en conservatieven nogmaals sterk tot uiting. Garello waarschuwt dat de liberalen zich moeten hoeden voor al te vergaande associaties met "dubieuze vrienden" waarbij hij uitdrukkelijk naar de conservatieven verwijst. Conservatieven pleiten (terecht) voor de vrije-marktwaarden, maar bekritiseren de liberalen omdat zij niet aandringen op het verdedigen van bepaalde "morele waarden" die volgens hen een wettelijke bescherming moeten krijgen. Naast de "dubieuze vrienden" klaagt Garello ook de openlijke vijanden aan : met name gaat het om de socialisten voor wie kapitalisme en liberalisme rijmen met egoïsme – voor de liberalen zou enkel het geld tellen – en voor wie de vrije markt gelijkstaat met de jungle.

Wie de vijand was wisten we al, maar het doet toch deugd nog 'ns te lezen dat het ook zin heeft de conservatieve "vrienden" in de gaten te houden.

Hoe dan ook, volgend jaar komt de dertigste editie eraan. Misschien een excuus voor sommige Vlamingen – als zij zich liberaal noemen, maar lidmaatschap van een bepaalde partij is daar geen garantie voor – om in die week toch 'ns het zonnige zuiden te gaan opzoeken en in de Mistral de werkelijke vrijheid te horen ruisen…

Guido TOLWYN


Inschrijven voor de zomeruniversiteit - die doorgaat in de laatste week van augustus of de eerste week van september - kan aan de prijs van 60 €. Het openingsbanket kost evenveel, maar het is de moeite waard. Een kamer in een van de studentenhomes wordt geboekt aan 40 € voor vier nachten. Andere hotels in Aix-en-Provence – in alle maten en prijzen – zijn te vinden via het internet. Hou er verder ook rekening mee dat je in Aix als automobilist slecht gezien bent...


Relevante websites :

Institute for Economic Studies Europe
Liberté et Responsabilité (voor de beknopte verslagen)
Informatie : mailto:contact@ies-europe.org.

De openingsrede van president Vàclav Klaus en de slottoespraak van prof. Pierre Garello zijn te vinden in de sectie "artikels".

Posted by NovaCivitas at 11:28 am | Comments (0) | Druk deze pagina

3 september 2006

A-Team staat voor anarcho-kapitalisme

ateam1.jpg Het A-Team steunt op het idee van natuurrecht. Ze verwerpen het nominalisme en het relativisme op ethische en epistemologische gronden. Daarnaast laat het A-Team een liefde zien voor de vrije markt, ondernemersschap, arbeidsdeling en de monetaire economie. Aan de andere kant laten ze juist een afkeur van regulatie zien. De moraal van de helden gebaseerd op het beginsel van non-agressie. Het A-Team maakt duidelijk hoe de overheid fouten maakt en de maatschappij gevormd word door menselijk handelen.

De "A" in de geroemde tv-serie staat waarschijnlijk voor anarcho-kapitalist.

1.Allereerst is het A-Team een illegale, anti-overheids en ondergrondse organisatie waarvan de leden uit een gevangenis zijn ontsnapt. Ze zijn bandieten, betalen zeker geen belasting en het leger achtervolgt het A-Team in de meeste afleveringen. Zijn deze mannen slecht? Zeker niet. Ze worden afgebeeld als helden terwijl de overheid als onrechtvaardig word gezien omdat zij deze mannen in gevangenschap wil nemen.

2.Het A-Team respecteert het rechtpositivisme niet omdat deze statische uitvinding verantwoordelijk is voor hun vlucht. De serie is aan de andere kant gebaseerd op gemakkelijk te herkennen ethische normen die niet in twijfel kunnen worden getrokken door mensen of de staat. Er is geen moreel of epistemologisch relativisme. De kijker herkend door zijn intellect precies wat goed of fout is. Een wet, veroordeling of een wens van een generaal kan dat feit niet veranderen. Officiële instanties kunnen de aard van dingen alleen maar vaag maken en niemand heeft de macht om ze te veranderen. Dit komt overeen met het natuurrecht. Bastiat stelde al dat rechtspositivisme dat natuurrecht ontkent een gevolg heeft: een aantasting van het recht. Het A-Team geloofd terecht in universele en onveranderlijke normen die altijd door iedereen gerespecteerd dienen te worden.

3.Een bekende zin uit de serie is de verwijzing naar "crime they didn't commit." Een kolonel gaf tijdens de Vietnam oorlog bevel om een bank te overvallen. Toen ze klaar waren kwamen ze er achter dat hun hoofdkwartier vernietigd was. Nu was het onmogelijk om te bewijzen dat ze handelden op het bevel van hun kolonel. Het openbaar ministerie besluite om ze te vervolgen. Hier zie je een voorbeeld van falend rechtspositivisme. Het is een misdaad als individuen iets fout doen tijdens het handelen op eigen houtje. Maar het is geen misdaad als de overheid zich met het zelfde soort gedrag bezig houd. Het alom bekende voorbeeld is belasting. De staat mag een deel van iemands inkomen nemen zonder zijn instemming maar als een individu dat doet word het gezien als diefstal.

4.De filosofie van het A-Team is gebaseerd op het non-agressie beginsel. Ze hebben nooit het bezit van een ander in eigendom genomen, ondanks de mogelijke winst dat het zou kunnen opleveren. Ware agressors worden nooit verdedigd door het A-Team. Het tegendeel is echter waar, het A-Team wordt meestal in dienst genomen door mensen die bedreigd worden door agressors. Dit is een belangrijke punt voor hen om een opdracht aan te nemen. In elke aflevering maken ze een analyse over wat er gebeurt, wie er verantwoordelijk voor is en hoe de agressie gestart is. Verder handelt het A-Team met instemming van personen die zijn aangevallen. Dit doet een staat niet. Een staat geeft zichzelf het recht om te beslissen om iemand te verdedigen of niet.

5.Het A-Team is duidelijk een anarcho-kapitalistische creatie en geen linkse anarchistische. Het handelen van het team is gebaseerd op een vergaande arbeidsdeling. Het heeft zowel interne als externe organisatie omdat het A-Team de markt gebruikt om haar doel te bereiken. De klanten zijn vaak mensen die niet goed zijn in het produceren van veiligheid maar zij gebruiken hun tijd om iets anders te produceren. Met het verdiende inkomen nemen zij iemand in dienst met een comparatief voordeel, het A-Team dus om hun leven en bezit te beschermen.

6.Het A-Team is als organisatie antilinks omdat ze steunt op economische berekeningen. De organisatie is weldadig en efficiënt. Ze heeft prijzen voor input en output. Elk productie proces behoeft kapitaal aldus worden de productiefactoren gekocht (wapens, olie, arbeiders en andere hulpmiddelen). Het hele proces om veiligheid voor de klant te produceren en winst voor de onderneming te maken heeft natuurlijk een prijs. Vergeet dus maar dat het A-Team enigszins flirt met het linkse idee van anarchisme. De productie van veiligheid is gegrond op commerciële basis. Alle economische goederen zijn schaars. Iemand moet er een prijs voor betalen.

7.Het anarchisme van het A-Team is dat van het Oostenrijkse type en niet het neoklassieke. Natuurlijk zijn de geproduceerde diensten geprijsd. Er word echter niet altijd gehandeld als een neoklassieke producent die zoekt naar de kleinste input en de hoogste opbrengsten. Kapitalisten zoals het A-Team bieden soms hun diensten aan voor een lagere prijs of op liefdadige basis. Daarom is het team homo agens, kiest het middelen om een doel te bereiken en is het niet een homo economicus die automatisch reageert op de prijs. In andere woorden, hoewel economische berekeningen belangrijk zijn voor het goed functioneren van de organisatie zijn er beperkingen bij die berekeningen. Sommige dingen zijn gewaardeerd zonder referentie naar marktprijzen.

8.Het succes van het A-Team is ongekend ondanks dat de overheid ze vogelvrij heeft verklaard. Ze worden niet alleen volgens de officiële wet vervolgt, wat nog meer inspirerend is is dat ze een compleet ongereguleerde organisatie zijn. Ze hebben geen toestemming van de overheid om te handelen, bureaucraten stellen hun niet bloot aan controle, ze hebben geen boekhouding of advocaten en ze hoeven niks toe te lichten of te verantwoorden aan politici. Het A-Team doet gewoon zijn werk door het produceren en aanbieden van diensten die gevraagd worden door vredelievende individuen. Zonder overheidsregulatie zijn hun prestaties ongelofelijk.

9.Het A-Team bewijst dat de free rider of wellicht in hun geval de positieve externe effecten irrelevant zijn bij de productie van veiligheid. Volgen de statische theorie moet de productie van veiligheid worden aangeboden door een dwingende monopolist omdat iedereen profiteert van de productie maar de consumenten niet kunnen worden uitgesloten van consumptie als ze besluiten niet te betalen voor het product. Het A-Team vindt dat geen probleem. Natuurlijk zijn er mensen die voordeel hebben van hun productie zonder dat ze er voor betalen. Elke onderneming die veiligheid produceert begunstigd personen die eigendomsrechten respecteren ondanks niet iedereen deze onderneming betaald. Dit verandert niet het feit dat het A-Team alleen op vrijwillige basis werkt en zijn klanten vind zonder de dwang van een monopolie. Ze kunnen klanten vinden zonder dat de consumptie wordt afgedwongen.

10.Het hierboven geschreven is een beschouwing die pleit voor marktwerking en particulier eigendom. De productie door de overheid leidt uiteindelijk tot het falen van de overheid. Het A-Team wordt ingeschakeld omdat de overheid ondanks het heffen van belasting mensen niet kan helpen met het verdedigen van zichzelf. De overheid is meer geïnteresseerd in het jacht maken op ondernemers dan in het efficiënt vervolgen van criminelen. Gelukkig steekt het A-Team de gek met de bureaucraten aan door te ontsnappen uit gevangenisschap met grote lachen op hun gezichten. De leider van het team is Hannibal Smith, een groot leider, natuurlijk planner, sigaar roker, een symbool van ongehoorzaamheid aan de socialistisch-puriteinse ethos van deze tijd.

Mateusz Machaj
Vertaald door Mathijs ter Wee

Het origineel is geschreven door Mateusz Machaj op de mises weblog: http://blog.mises.org/archives/005325.asp#more De vertaling werd overgenomen van de website van het Libertarisch Centrum Nederland.

Posted by NovaCivitas at 09:47 pm | Druk deze pagina

1 september 2006

Kapitalisme en liefdadigheid

gates_buffet.jpg Paul Frentrop schrijft regelmatig voor HP/De Tijd en werkte eerder voor o.a. Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad, waar hij later nog een kritisch artikel in de HP/De Tijd over schreef. Frentrop promoveerde in 2002 met een studie naar 'corporate governance' door de eeuwen heen. Tegenwoordig is hij directeur van Deminor dat de belangen behartigt van minderheids-aandeelhouders. In dit artikel belicht hij een zijde van het kapitalisme die door de "politiek correcte" - versta "linkse" - pers weinig of niet in de verf gezet wordt.

De twee rijkste mensen ter wereld, Warren Buffet en Bill Gates (foto), slaan de handen ineen om behoeftigen te helpen. Dit soort filantropie van kapitalisten lijkt niet aan Nederland besteed.

Goed nieuws bereikte ons vorige maand. De voor zover bekend op een na rijkste man ter wereld schenkt het grootste deel van zijn vermogen aan een liefdadigheidsfonds, opgericht door de voor zover bekend rijkste man ter wereld. Beide heren hebben hun vermogen op zeer kapitalistische wijze verdiend.

Warren Buffett, eigenaar van beleggingfonds Berkshire Hathaway, geeft aandelen weg ter waarde van ruim 37 miljard dollar. Het leeuwendeel gaat naar de Bill and Melinda Gates Foundation. In deze stichting van de oprichter van Microsoft zit zo’n 30 miljard dollar, al heeft Gates de afgelopen twaalf jaar reeds 8 miljard dollar uitgegeven aan zaken als onderwijs en gezondheid in ontwikkelingslanden. Ter vergelijking: alle organisaties van de Verenigde Naties bij elkaar spenderen op dat gebied 12 miljard dollar per jaar.

En in de marge van dit grote nieuws uit de Verenigde Staten was er ook nog een berichtje uit het Verenigd Koninkrijk. Daar blijkt een hedgefonds de grootste filantroop van het land te zijn. Hedgefondsen worden steevast afgeschilderd als aasgieren, in Duitsland zelfs als sprinkhanen, en worden altijd getooid met het smalend bedoelde bijvoeglijk naamwoord ‘Angelsaksisch’. Dat moet impliceren dat ze koud, kil en meedogenloos zijn.

Maar The Children’s Investment Fund (TCI) gaf vorig jaar 75 miljoen euro aan een liefdadigheidsinstelling die de kinderarmoede in ontwikkelingslanden bestrijdt. Oprichter Chris Hohn zegt dat hij elk jaar 1 procent van zijn niet onaanzienlijke vermogen aan liefdadigheid zal schenken.

Oorverdovend is de stilte waarmee deze berichten door ‘oud links’ in Nederland zijn ontvangen. Wat vinden opinieleiders als de voormalige communisten Elsbeth Etty (NRC Handelsblad) en Anet Bleich (de Volkskrant) van dit nieuws? Is hiermee niet bewezen dat het kapitalisme minder hardvochtig is dan zij altijd hebben gedacht? En wat vindt ‘nieuw links’? Wouter Bos omarmt het kapitalisme voorzichtig. Voelt hij zich gesterkt in dit streven? Wat vindt Jan Marijnissen hiervan, die het kapitalisme nog steeds afwijst en roept hier geen harde Amerikaanse toestanden te willen, maar borg wil staan voor warme solidariteit? Wat vindt Paul Kalma, de ideoloog van de Partij van de Arbeid, die steeds waarschuwt tegen de dominantie van het marktdenken? Wat vindt Marcel van Dam, zelf ondanks een werkzaam leven dat zich geheel in de publieke sector afspeelde, toch ook niet onbemiddeld. Voelt hij zich aangesproken?

Over niet onbemiddelde mensen in de publieke sector gesproken. Wat vindt onze vorstin hiervan, die in haar jaarlijkse kersttoespraak steevast zij die het beter hebben oproept de minderbedeelden niet te vergeten. Maakt zij bij het lezen van de krant de aantekening om op 25 december aanstaande de heren Buffett en Gates als lichtend voorbeeld voor te houden aan haar onderdanen die op de Quote 500 lijst prijken? Zal ze zelf misschien het Angelsaksische voorbeeld volgen? Ik vermoed van niet.

Toch verdient de gulheid van Amerikaanse rijken mijns inziens nadere beschouwing. Buffett en Gates staan in een lange traditie van gulle ondernemers. Andere grote liefdadigheidsstichtingen zijn de Ford Foundation met 11 miljard, de Lilly Endowment met 8,3 miljard dollar en de Andrew W. Mellon Foundation met 5,5 miljard dollar. In Den Haag staat het Vredespaleis, betaald door staalmagnaat Andrew Carnegie. De oorsprong van deze trend is te vinden onder de puriteinen die zich in de zeventiende eeuw in New Engeland vestigden en ondanks hun armzalige omstandigheden wel meteen het geld bijeenbrachten om de universiteit van Harvard te stichten, nu de meest vooraanstaande universiteit ter wereld.

In Nederland kennen we dit verschijnsel slechts op bescheiden schaal. De door olievatenfabrikant Oscar van Leer opgerichte stichting doet goed werk. Het VSBfonds wendt de opbrengst aan van de verkoop van spaarbanken aan Fortis. Maar voor de rest vinden Nederlanders dat de overheid maar voor de behoeftigen moet zorgen. Dat heet bij ons ‘sociaal’. Eigenlijk is zulk socialisme killer dan kapitalisme.

Paul Frentrop

Dit artikel verscheen eerder in FEM Business en in MeerVrijheid.nl.

Posted by NovaCivitas at 08:05 pm | Druk deze pagina