25 september 2007
Herman Van Rompuy rondt verkenningsopdracht bijna af
Koninklijk verkenner Herman Van Rompuy rondt binnen enkele dagen zijn opdracht af. Dat is maandag gebleken nadat hij voor de vierde keer tussentijds verslag uitbracht bij de koning. Vooraleer hij zijn eindverslag bezorgt aan de vorst gaat hij hoogstwaarschijnlijk eerst nog met de vier oranje-blauwe partijen aan tafel zitten.
Woensdag is het al vier weken geleden dat de koning aan Herman Van Rompuy de opdracht toevertrouwde om de vastgelopen regeringsonderhandelingen opnieuw vlot te trekken. Sindsdien zaten de CD&V/N-VA, Open Vld, MR en cdH niet meer samen aan tafel. Ook de verkenner slaagde er dus nog niet in om de gedoodverfde toekomstige coalitiepartners rond de tafel te krijgen, een teken dat er nog niet echt veel vooruitgang werd geboekt. In de meeste gevallen achtte Van Rompuy de tijd ook nog niet rijp genoeg om dergelijke vergadering te organiseren. Dat was maandag nog het geval. Vooral bij de cdH zit er nog onvoldoende beweging in haar standpunten, stelde een Vlaamse bron.
Hoe dan ook is volgens verschillende bronnen het "moment van de waarheid" nu aangebroken. Aangezien Van Rompuy aankondigde dat hij binnen enkele dagen zijn verkenningsopdracht teruggeeft aan de koning moeten de oranje-blauwe partijen nu kleur bekennen en duidelijk maken of ze bereid zijn water in de wijn te doen. Volgens een bron dicht bij de onderhandelaars is dit vooral een boodschap aan de Franstaligen.MR-voorzitter Didier Reynders stuurde maandag echter ook een duidelijke boodschap aan de Vlamingen.
De kans is groot dat er deze week nog een vergadering met alle oranje-blauwe formaties wordt georganiseerd. Een Vlaamse bron wees er maandag op dat deze partijen tot elkaar veroordeeld zijn en op een bepaald moment wel tot een oplossing zullen moeten komen. "Het is alsof we samen in een roeiboot zitten. Er wordt gevochten om de roeispanen, maar voorlopig wil nog niemand toegeven. Het is pas als er iemand honger krijgt dat er zal geroeid worden", luidde de vergelijking.
Toch lijkt het zeker niet uitgesloten dat de opdracht van Van Rompuy met een sisser afloopt. Volgens de Vlaamse partijen ligt het dan in de lijn der verwachtingen dat een Franstalige het mijnenveld wordt ingestuurd. De Vlaamse christendemocraten maakten al verschillende keren duidelijk dat zijn hun verantwoordelijkheid al meer dan genoeg hebben opgenomen. Ze stuurden al Yves Leterme, Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy vooruit en vinden dat nu eens een Franstalige de kastanjes uit het vuur mag halen. Gezien de houding van cdH lijkt het logischer dat het dan een Franstalige liberaal wordt. Hier en daar wordt de naam van Sabine Laruelle geciteerd, hoewel dat binnen de MR als hoogstonwaarschijnlijk wordt afgedaan.
De Franstalige rooms-blauwe partijen zijn echter niet geneigd om dergelijk initiatief te aanvaarden. Zij geven er naar eigen zeggen dan nog eerder de voorkeur aan om Yves Leterme opnieuw aan zet te brengen. "Hij moet nog eens getest worden", stelde een Franstalige bron maandag. De kans
dat de CD&V dat op dit moment aanvaardt - gezien de geringe vooruitgangdie geboekt is - is dan ook weer klein.
De volgende dagen werkt Van Rompuy dus nog even voort, volgens zijn woordvoerder in "uiterste discretie".
(FEM/VOC)
Bron : Belga
Posted by NovaCivitas at
12:56 am
|
Druk deze pagina
24 september 2007
Ook Van Rompuy vindt geen uitweg
De verkennersopdracht van Herman Van Rompuy (CD&V) is op sterven na dood. Tenzij de Franstaligen alsnog een opening maken, heeft de verkenner vandaag alleen maar slecht nieuws voor de koning.
Drie weken lang al probeert koninklijk verkenner Herman Van Rompuy een doorbraak te forceren of op zijn minst een opening te creëren om de oranje-blauwe onderhandelingen vlot te krijgen. De volledige CD&V-top kon zaterdag tijdens een evaluatievergadering echter niet anders dan vaststellen dat de gesprekken met Open VLD, MR en CDH nagenoeg niets hebben opgeleverd. Mogelijke denksporen met Ecolo en PS liepen eveneens dood.
'We zijn niet optimistisch, en dat is dan nog zeer eufemistisch uitgedrukt', aldus een CD&V'er die aanwezig was op de bijeenkomst in het tijdelijke partijhoofdkwartier aan de Wetstraat 26. Het gesprek, dat ruim drie uur duurde, verliep naar verluidt zeer geanimeerd. Maar de geboekte vooruitgang is zo klein dat niemand enthousiast kon zijn.
Tenzij Van Rompuy de vier oranje-blauwe partijvoorzitters vandaag samen rond de tafel krijgt en er een Franstalige opening komt, lijkt de verkenner voor zijn vierde tussentijds verslag alweer met lege handen naar de koning te moeten. Zo'n Franstalige opening zit er niet meteen aan te komen. MR-voorzitter Didier Reynders liet gisteren verstaan dat hij een symbool eist van de Vlamingen. De Vlaamse partijen vragen heel veel, maar wat zijn ze bereid in ruil te geven, is zijn boodschap.
'Wij zijn niet van plan te wijken', aldus een CD&V'er. 'In sommige milieus begint men zich blijkbaar zorgen te maken dat er geen regering is. Wij nemen daar akte van, maar het is geen reden om ons programma te laten vallen. Blijkbaar beseft nog niet iedereen dat de CVP niet langer bestaat en vervangen is door CD&V.'
Pieter De Crem mocht zondag in De Zevende Dag een schot voor de boeg lossen. Hij herhaalde dat het kartel CD&V/N-VA niet in een regering zal stappen zonder een oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde. De Crem, die de kamercommissie Binnenlandse Zaken voorzit, ontkende met klem dat hij woensdag op de rem zal staan en de behandeling van de splitsingsvoorstellen vertragen. 'De Franstaligen beginnen zich ongerust te maken over de eenheid bij de Vlaamse onderhandelaars', klonk het.
Open VLD-voorzitter Bart Somers benadrukte dan weer in Het Laatste Nieuws dat 'het tijd is dat de Franstaligen hun verantwoordelijkheid nemen, in plaats van België te blijven beschouwen als een verzekeringspolis'. Een top-CD&V'er verwoordde het als volgt: 'Men zal het in België toch één keer moeten leren dat het voor de Vlamingen genoeg is geweest.'
Het is onduidelijk hoe de impasse, die compleet is, doorbroken kan worden. Als er een einde komt aan het mandaat van de verkenner, is de kans onbestaande dat CD&V - dat al Jean-Luc Dehaene en Yves Leterme opofferde - opnieuw iemand in de ring stuurt.
Steven Samyn
Bron : De Standaard Online, 24-09-2007.
Posted by NovaCivitas at
10:24 am
|
Druk deze pagina
23 september 2007
Vlaanderen zonder België : een ramp, of een bevrijding ? Of geen van beide ?
Maar al te vaak wordt - zelfs bij ons - de eventuele zelfstandigheid van Vlaanderen als een dwaling voorgesteld. Vlaanderen zou “te klein” zijn om alleen zijn weg te gaan. Dat klopt niet helemaal. Qua bevolking gaat het al niet op: van de 27 lidstaten die de EU telt zijn er 11 die een kleiner aantal inwoners tellen dan de zes miljoen Vlamingen. We zitten dus binnen de EU in de middenmoot.
Op economisch vlak geldt dat argument al evenmin. Het BBP (Bruto-Binnenlands Product, de som van alles wat we samen jaarlijks produceren) van Vlaanderen is groter dan bijvoorbeeld dat van Noorwegen, Denemarken of Finland – om van de Oost-Europese landen maar te zwijgen. En wie beweert dat die landen economisch niet leefbaar zijn?
Ook het argument – voor zover aannemelijk - dat we het kliënteel van Brussel of Wallonië zullen verliezen gaat niet op. Bedrijven nemen beslissingen op grond van rationele, economisch argumenten – ze kiezen hun leveranciers niet op basis van hun politieke opinie.
Ook op taalgebied wordt vaak geschermd (door Nederlandsonkundige Belgen) met het argument dat Nederlands geen wereldtaal is. Maar er zijn wél 22 miljoen Nederlands taligen binnen de EU (16 miljoen in Nederland, 6 miljoen in Vlaanderen), tegen slechts 8 miljoen Zweden, of 4 miljoen Noren of Denen – dus waar slaat dat op?
Zowel op demografisch, economisch en cultureel gebied is er derhalve geen bezwaar tegen een onafhankelijk Vlaanderen. Moet het dan toch maar? Schrijver dezes heeft zo zijn twijfels. Een Vlaanderen met een ruggengraatloze Kris Peeters als Minister-President roept bij ons heimwee op naar Luc Vanden Brande (iets wat we nooit voor mogelijk hadden gehouden). En over Marleen Vanderpoorten als Voorzitter van het Vlaams Parlement zullen we maar zwijgen: het mens is de vleesgeworden onbenulligheid. Op cultureel vlak is het al helemaal om te huilen: na een bijzonder rijke negentiende en twintigste eeuw in Vlaanderen inzake literatuur, schilder- en beeldhouwkunst, en muziek, ligt de laat-twintigste en de eenentwintigste eeuw er als een woestijn bij. Men behoede ons voor literatoren van het kaliber Hemmerechts of Lanoye, voor “Antwerpen tangoot” evenementen die ene Patrick Janssens over ons uitstrooit, of voor één miljoen Vlamingen die nog naar de zesendertigste herhaling van FC De Kampioenen kijken.
Bekrompenheid is zowat het handelsmerk van deze regio – en ze woedt zowel ter linker- als ter rechterzijde.
Geef ons dan maar de Franse cultuur, of ook nog: nauwere banden met Nederland. Daar zijn ze tenminste ook al de politieke correctheid ontgroeid, een microbe waardoor de Latijnse landen overigens nauwelijks getroffen zijn. En tenslotte is het daar dat in 1789 de Verklaring van de Rechten van de Mens is tot stand gekomen…
R. Neuhuys
Dit artikel verscheen eveneens in 't Scheldt van augustus 2007.
Posted by NovaCivitas at
09:55 pm
|
Druk deze pagina
22 september 2007
Het kleine arsenaal voor de morele verdediging van de vrije markt
Auke Leen (foto) is econoom en doceert aan de Universiteit Leiden. Hij studeerde algemene economie wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Het volgende idee van vraag en antwoord is naar een voorbeeld uit 1847 van Fréderic Bastiat (1). Bastiat bestreed op deze manier de vooroordelen in zijn tijd tegen de vrijhandel (2). In onze tijd worden de materiële voordelen van een markteconomie boven een centraal geleide economie en overheidsingrijpen algemeen erkend.
Veelal blijft echter onbestreden de vermeende moreel lagere status van de markt. Om het gelijke met het gelijke te bestrijden, volgen hieronder morele argumenten tegen dat vermeende gebrek van de markt (3). De tegenwerpingen brengen de discussie op een gelijk vlak en beogen de aanvaardbaarheid van de markt in morele zin te vergroten.
Stel iemand zegt tegen je: “De markt heeft geen moraal.”
Antwoord: “Dat klopt, de markt is amoreel: zij komt niet voor morele beoordeling in aanmerking. De markt is een ruilproces dat even goed of slecht is als de mensen die haar gebruiken. Maar dat laatste geldt ook voor de besluitvorming van de overheid. Zo gezien, is het voor de consument een keuze uit twee kwaden: overgeleverd te zijn aan een warme of koude overheid dan wel markt.”
Stel iemand zegt tegen je: “De markt kan pas werken als de mensen voldoende moraal hebben.”
Antwoord: “De vrije markt biedt het individu de kans zich moreel te ontwikkelen. Slechts bij eigen keuze en verantwoordelijkheid kunnen individuen bestaande waardes bevestigen, doen groeien en moreel respect verdienen. Een vrije markt met immorele mensen is daarom te verkiezen boven een onvrije samenleving met dezelfde mensen. Te wachten tot mensen voldoende moraal hebben om de vrijheid van de markt aan te kunnen, staat gelijk aan de dwaas die niet in het water wilde gaan voordat hij had geleerd hoe te zwemmen.”
Stel iemand zegt tegen je: “De markt is er alleen voor de sterken en niet voor de zwakken.”
Antwoord: “Zwakken en sterken zijn er in iedere maatschappij. Waar het op aan komt is dat in een markt de sterken alleen hun macht (in de vorm van geestelijk en materieel kapitaal) kunnen uitoefenen door producten te produceren die zwakken in vrijwilligheid kopen. Alleen door de massa van zwakken te dienen, valt er voor de sterke geld te verdienen. De kern van de markteconomie is een vrijwillige wederzijds voordelige ruil.
In de voor-kapitalistische maatschappij, daarentegen, was de zwakke het slachtoffer van, bijvoorbeeld, de macht van de roofridder. Het verwijt staat gelijk aan de angst dat bedrijven hun machtsposities uitbuiten: de winst opdrijven ten koste van de consumenten. Maar in een markteconomie, waar consumenten aan het roer staan, volgen winsten goede producten en diensten. Zolang de toetreding tot een markt vrij is, kan geen producent zijn macht uitbuiten.”
Stel iemand zegt tegen je: “Wat nodig is, is een meer gelijke inkomensverdeling.”
Antwoord: “Een ongelijke beloning en het marktproces dat rijkdom creëert gaan hand in hand. Je maakt de armen niet rijker door de rijken armer te maken. Er bestaat het idee dat je het ene kunt behouden en aan het andere kunt gaan sleutelen. Maar de maatschappij is een complex geheel van met elkaar samenhangende delen. Gelijkheid in beloning ontneemt individuen het morele recht op de vruchten van hun arbeid. Als een individu het recht heeft op zijn eigen leven, heeft hij ook het recht dat in stand te houden: op de vruchten van zijn eigen arbeid. Gelijkheid in beloning ontneemt de mens ook de prikkel om zich in te spannen. Een beleid dat de welvaart voor een ieder vernietigd is immoreel. De materiële vloed van een ongelijke inkomensverdeling tilt ieder bootje op groot of klein. De markt is een ontdekkingsproces waarin producenten de prikkel hebben om aan consumentenwensen te voldoen en te kijken of de dienstverlening goedkoper en beter kan.
We moeten een onderscheid maken tussen de goede bedoelingen van overheidsbeleid en de resultaten op de welvaart die volgen uit de prikkels die van dat beleid uitgaan. De positieve resultaten van beleid zeggen niets over de kosten. Zoals ook het aantal soldaten dat levend van een slachtveld komt niets zegt over het aantal slachtoffers.”
Stel iemand zegt tegen je: “De hoogte van de beloning van productiefactoren behoort moreel te worden getoetst.”
Antwoord: “Die stelling is niet eens een halve waarheid maar helemaal fout. Een van de centrale waardes in de economie is dat de materiële beloning van een activiteit (binnen de wet en gebonden aan concurrentie) in overeenstemming dient te zijn met de waarde van die specifieke dienst voor de gebruiker. Die beloning heeft niets te maken met de waardering die iemand in moreel opzicht als mens heeft in de ogen van anderen. Individuen moeten de vrijheid hebben om zelf de personen te kiezen die zij respecteren en die invloed op hun morele handelen hebben.
We moeten een onderscheid maken tussen naar believen gekozen morele normen die slechts menselijke wensen dienen---naar meer gelijkheid bijvoorbeeld---en morele normen die juist dienen als een beperking van die menselijke wensen: het verbieden van immoreel gedrag. Een onderscheid dat gelijk is aan het onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheidsrechten. Normen zijn geen middelen voor de bevrediging van onze wensen (wat we leuk vinden) maar middelen (de morele waardes van eigendom en eigen verantwoordelijkheid) die bijdragen aan de groei van onze welvaart. Van deze laatste norm, niet-inmenging in andermans aangelegenheden, is de vruchtbaarheid aangetoond theoretisch door de economische wetenschap en praktisch in de markteconomie door groei van de welvaart en bevolking.”
Stel iemand zegt tegen je: “Winst wordt slechts aangewend voor zelfverrijking en blijft in particuliere handen.”
Antwoord: “Een kapitalist die zijn winst niet investeert naar de wens van de consument verliest die winst. Eigendom in een kapitalistische economie, voor zover het productiemiddelen betreft, is een publiek mandaat. Een bedrijf heeft waarde, en ook slechts voor zolang, als het investeert daar waar de consumenten dat willen.
Stel iemand zegt tegen je: “We zijn op de wereld om elkaar te helpen. We kunnen allemaal best iets inleveren en solidair zijn met onze medemens die het niet zo breed heeft.”
Antwoord: “Volkomen gelijk. Alleen moet dat helpen wel in vrijheid gebeuren. Het idealisme van een doel kan worden betwijfeld als voor de vervulling daarvan het nodig is de middelen die anderen voor zichzelf hebben gecreëerd door middel van belastingheffing te gebruiken. Gedwongen solidariteit, via belastingheffing of het betalen van sociale premies, heeft niets met echte solidariteit te maken. Echte solidariteit dient, wil zij morele waarde bezitten, gebaseerd te zijn op vrijwilligheid.
Bovendien, de private charitatieve hulp die er bij afwezigheid van dwang zal zijn, helpt, zo leert de ervaring, veel meer mensen dan overheidshulp. Er blijft minder aan de strijkstok hangen en het sluit oneigenlijke gebruikers beter uit. We kunnen toe met veel minder hulp.”
Stel iemand zegt tegen je: “De armen kunnen zich zelf niet helpen.”
Antwoord: “Daargelaten specifieke groepen zoals zwakbegaafden, chronisch zieken, gehandicapten en ouderen komt dat ten dele door de immoraliteit van de vele regels. Regels die het een arme verhinderen zichzelf te helpen. Vroeger kon een arme zich een auto permitteren door die auto voor een gedeelte van de week als taxi te gebruiken. Zoals velen zich nu nog een bepaald huis kunnen veroorloven door er kamers in te verhuren. Wat niet uitsluit dat de oplossing: het ontdekkingsproces van de markt, tijd kost. Maar dat doet overheidsbesluitvorming en de uitvoering daarvan ook.”
Stel iemand zegt tegen je: “Als democratisch tot een beleid van herverdeling wordt besloten, is dat beleid ook moreel gerechtvaardigd.”
Antwoord: “We moeten een onderscheid maken tussen politieke en persoonlijke vrijheid. Een democratisch politiek besluit kan totalitair zijn en de vrijheid van het individu aantasten. De mogelijkheid van individuele vrijheid komt er dus uiteindelijk op neer hoe individuen over zichzelf denken. Het komt er dus op aan of de morele visie van de mens op zichzelf is als middel van de gemeenschap of als een uniek doel waarbij hij moet worden beschermd tegen de passies van de momentane meerderheid.
Kortom, bij de genoemde uitspraak ligt de nadruk op de vorm van democratische besluitvorming en niet op de inhoud van de persoonlijke vrijheid. De uitspraak is een voorbeeld van een bepaald zelfbeeld van de mens. Een zelfbeeld waarbij niet de politieke vorm verandert, de democratische besluitvorming, maar het gebruik dat ervan wordt gemaakt: het belang van de gemeenschap prevaleert boven dat van het individu ”
Stel iemand zegt tegen je: “De uitkomsten van het marktproces vragen om een morele toets.”
Antwoord: “De uitkomsten van het marktproces zijn door niemand te bepalen. Zij zijn het gevolg van geluk en kunde en kunnen dus ook niet moreel worden beoordeeld. Het is even onzinnig om een vulkaanuitbarsting moreel of immoreel te noemen. Het is juist de kracht van de markt dat het niet berust op een eenduidig geordende lijst van doelen die moreel kan worden beoordeeld. Op de markt hebben individuen de vrijheid om hun eigen doelen na te streven, zonder dat dit met het nastreven van de doelen van andere individuen in botsing komt. Als doeleinden van individuen en groepen verschillen geeft de markt een orde van vrede.
Auke Leen
Noten:
(1). Fréderic Bastiat, “The Little Arsenal of the Freetrader,” in: Economic Sophisms, Irvington-on-Hudson, NY: Foundation for Economic Education, 1964, pp. 251-257, .
(2). Voor een hedendaags voorbeeld zie: Mary J. Ruwart, Short Answers to Tough Questions, Kalamazoo, Mich.: SunStar Press, 1998. www.ruwart.com.
(3). Het volgende is voornamelijk gebaseerd op de volgende literatuur:
Friedrich. A. Hayek, “The Principles of a Liberal Social Order,” in: Studies in Philosophy, Politics and Economics, London: Routledge, 1976, pp. 160-177.
Friedrich. A. Hayek, “The Moral Element in Free Enterprise,” in: Studies in Philosophy, Politics and Economics, London: Routledge, 1976, pp. 229-236.
Friedrich. A. Hayek, “The Origin and Effects of Our Morals: A Problem for Science,” in: The Essence of Hayek, eds C. Nishiyama en K.R. Leube, Stanford: Hoover Institution Press, 1984, pp. 318-330.
Keith Joseph, Stranded on the Middle Ground? Reflections on Circumstances and Policies, London: Centre for Policy Studies, 1976.
Thomas Sowell, Basic Economics, A Citizen’s Guide to the Economy, New York: Basic Books, 2004.
Posted by NovaCivitas at
06:10 pm
|
Druk deze pagina
18 september 2007
Waarom ze de markt haten.
Onder intellectuelen is het altijd populair om de vrije markt de schuld van alle maatschappelijke problemen te geven. Er is zelfs een publicatie die stelt dat de markt ‘The God That Sucked’ is. De samenvattingen van de cursussen in de catalogus van mijn universiteit, de thema’s van de lezingenreeksen die gehouden worden, en de redactionele inhoud van de studentenkranten suggereren dat veel studenten en mensen van de faculteit het daarmee eens zijn.
De populaire minachting van de markt is zorgwekkend. Er zijn weinig instituties die alom zo gehaat worden. Maar er zijn wellicht ook maar weinig instituties die alom zo verkeerd begrepen worden. Dit onbegrip kan gevaarlijk zijn: de radicalen die zo fel protesteren tegen de vrije markt begrijpen maar zelden dat ze in feite pleiten voor het slachten van de kip met de gouden eieren.
Robert Frost aan te halen, we moeten eerst zien hoe de hemelen bewegen, voor we de wereld proberen te veranderen. Met andere woorden, we moeten eerst kijken wat is voor we kunnen praten over wat hoort te zijn. In dit artikel wil ik juist dit doen: Ik verhelder de definitie van een ‘vrije markt’ en betoog dat de veronderstelde zonden van de markt berusten op misverstanden.
Het is van groot belang om te definiëren waar we het over hebben. Vaak verschillen mensen van mening doordat ze de termen die de ander gebruikt verkeerd begrijpen. Laten we daarom de ‘vrije markt’ definiëren: dictionairy.com definieert een “markt” als “een gelegenheid om te kopen en te verkopen” en een “vrije markt” als “een economische markt waar vraag en aanbod niet of nauwelijks gereguleerd worden.” “vrije markten” en “kapitalisme” zijn praktisch synoniemen, en George Reisman definieert “kapitalisme” op een eloquente manier:
'Kapitalisme is een sociaal systeem gebaseerd op privaat bezit van de productiefactoren. Het wordt gekarakteriseerd door het in vrijheid nastreven van materieel eigenbelang [1] en het berust op een fundament van de culturele invloed van de rede. Gebaseerd op haar fundering en essentiële aard, wordt kapitalisme verder gekenmerkt door sparen en kapitaal accumulatie, ruil en geld, financieel eigen belang en het winstmotief, de vrijheden van economische competitie en economische ongelijkheid, het prijssysteem, economische vooruitgang, en een harmonie van de materiële eigenbelangen van al de individuen die eraan deelnemen.'[2]
We kunnen dus de “vrije markt” definiëren als een sociaal systeem gebaseerd op de vrijwillige uitwisseling van eigendomsrechten. En toch wordt de “vrije markt” alom gehaat binnen de academische wereld.
Veel populaire kritieken op de vrije markt zijn zo bekend dat het bijkans clichés zijn geworden (de critici van het kapitalisme spreken allicht zelf liever over ‘axioma’s’). We zullen hier de essentie van de kritiek in een aantal algemene beweringen uiteenzetten. Ze zijn als volgt: de markt is a-sociaal, de markt vertrappelt mensenrechten, de markt is de vijand van het milieu, en de markt is het wapen van de rijken tegen de armen. Laten we elk van deze beweringen beschouwen.
Één van de populairste mythes over de markteconomie is dat het noodzakelijkerwijze een Hobbesiaanse “oorlog van iedereen tegen iedereen” inhoudt, een gevaarlijke wereld waarin we allemaal strijden om de zero-sum hoeveelheid van grondstoffen. In een ingezonden opiniestuk dat recent verscheen in de Washington University Student Life werd geponeerd dat het “apocryphale idee van de realiteit [van de markt]… er toe kan leiden dat de hele menselijke soort zichzelf vernietigt.”[3] Dat zijn angstaanjagende woorden. Hieruit volgt dan dat de markt op een oorlog lijkt: als grondstoffen schaars zijn en iedereen leeft om te kunnen consumeren, dan zal er onherroepelijk conflict – en oorlog - uitbreken.
Maar conflict en oorlog zijn juist de exacte tegenpolen van de principes van de vrije markt. De essentie van handelen op de markt is samenwerking: twee partijen ruilen goederen en diensten, en beide zijn hierdoor beter af. Je betaalt Wal-Mart voor een stropdas. Wal-Mart koopt de stropdas van een producent. De producent betaalt de arbeid en het land dat hij heeft gebruikt om de stropdas te produceren. Iedereen wint.
De lezer dient ook op te merken dat niemand ooit een onderwerpingsoorlog is begonnen om de vrijwillige ruil van goederen en diensten uit te breiden. Integendeel, veel oorlogen vinden plaats voor redenen die fundamenteel anti-kapitalistisch zijn: namelijk, handelsconflicten. We doen er goed aan om de wijsheid van Frederic Bastiat in acht te nemen die stelde dat als goederen niet over de grens kunnen reizen, legers dit wel zullen doen.
Een ander populair punt van kritiek op de vrije markt is dat het mensenrechten zou vertrappelen. Slavernij, racisme, seksisme en “sweatshops” zijn de kinderen van het kapitalisme; daarom zou de vrije markt post haste omver geworpen moeten worden.
Ten eerste, slavernij is per definitie anti-markt: vrije markten worden geleid door principes van vrijwilligheid. Ten tweede, racisme en seksisme zijn moeilijk in stand te houden in competitieve markten: het maakt niet uit hoeveel een werkgever zwarten, vrouwen, joden, homoseksuelen etc. haat, daar consumenten zelden bereid zijn om de extra prijs te betalen die het de werkgever mogelijk maakt om aan zijn verlangens om te discrimineren gevolg te geven. De markt is diepgaand goedaardig geweest voor zelfs de meest onderdrukte minderheden. In zijn meesterwerk Competition and Coercion: Blacks in the American Economy 1865-1914 zet Robert Higgs de spectaculaire vooruitgang die de zonen en dochters van slaven maakten toen zij eenmaal deel konden nemen aan de markt economie, op een rij.
Ten derde, we moeten onszelf twee vragen stellen wanneer we het lot van arbeiders in “sweatshops” beschouwen.[4] Allereerst, waardoor zijn hun arbeidsomstandigheden zo slecht? En daarnaast, wat zijn de op-één-na-beste alternatieven? Arbeidsomstandigheden zijn zo slecht in de Derde Wereld omdat veel Derde Wereld landen pas net begonnen zijn met het opzetten en aannemen van instituties die de markteconomieën van het Westen kenmerken. De alternatieven voor arbeiders zijn vaak verschrikkelijk: veel kinderen ontvluchten de criminaliteit, prostitutie en honger om in sweatshops te gaan werken. Als we de sweatshops sluiten, zullen ze waarschijnlijk terugvallen in een leven van criminaliteit, prostitutie en honger.
Het is ook populair om de markt ervan de schuld te geven dat ze de vijand van het milieu is. Ook dit is onjuist: de toestand van het milieu verslechtert juist daar waar eigendomsrechten slecht gespecificeerd zijn of slecht gewaarborgd worden. Als er iets of iemand is die in dit opzicht gefaald heeft, is het de staat wel. Er is hiervoor voldoende bewijs in de voormalige communistische landen: veel meren en stromingen in de voormalige Sovjet-Unie zijn zo sterk vervuild dat ze onbruikbaar zijn geworden. De econoom George Reisman besteedt een fors deel van zijn meesterwerk Capitalism aan de relatie tussen markt en milieu, en hij laat zien dat de bewering “de markt is de vijand van het milieu” op fictie berust.
De vrije markt wordt er ook van beschuldigd het ultieme wapen van de rijken tegen de armen te zijn. De kapitalistische “meritocratie” is verantwoordelijk voor wijdverbreide armoede, stuitende ongelijkheid, en de wurggreep die Big Business op de wereld heeft. Deze beweringen zijn weliswaar intrigerende retorische vondsten, maar ze zijn ook gewoonweg onjuist.
De arme landen van vandaag waren al arm lang voordat de moderne liberale markteconomieën in Europa en Noord-Amerika ontstonden; daarom kunnen we kapitalisme niet de schuld geven van de armoede. Veel critici verwijten de vrije markt ook dat het verantwoordelijk is voor de ongelijke verdeling van welvaart in de Verenigde Staten, maar hier zien ze twee zaken over het hoofd.
Ten eerste, de inkomensmobiliteit: iemand die in de VS in armoede wordt geboren, heeft een heel goede kans om zich op te werken. Ten tweede, het mag dan zo zijn dat de verdeling van geldelijke inkomens behoorlijk ongelijk is, maar de verdeling van toegang tot goederen van soortgelijke aard is veel gelijker geworden. In het grootste deel van de wereldgeschiedenis was het verschil tussen arm en rijk het verschil tussen hen die aten en hen die verhongerden. In de markteconomieën van vandaag de dag, is het verschil tussen de super-rijken en de armen dat de een een Dodge Viper rijdt en de ander een Chevy Cavalier uit 1987.
De lezer dient ook op te merken dat de macht van “big business” behoorlijk overdreven wordt. Een uniek kenmerk van het kapitalisme is dat het de grootste beloningen brengt voor diegenen die het beste in de behoeften van de gewone man voorziet. Neem Wal-Mart, dat vaak bekritiseerd wordt door linkse intellectuelen, als voorbeeld: de klanten van Wal-Mart zijn vrijwel allemaal afkomstig uit de lagere of middenklassen. Kapitalisme genereert enorme rijkdom, en de voordelen belanden bijna allemaal bij diegenen die relatief het slechtst af zijn.
Ludwig von Mises zei het kort en krachtig in een serie lezingen die postuum zijn gepubliceerd als Economic Policy: Thoughts for Today and Tomorrow. Hij merkt op “dit is het fundamentele principe van kapitalisme zoals het vandaag de dag bestaat in al die landen waar er een hoog ontwikkeld systeem van massaproductie bestaat: Big business… produceert vrijwel alleen om de behoeften van de massa’s te bevredigen.” De “machtsrelaties” waar Marxisten over spreken zijn precies het tegenovergestelde van wat we veelal denken: consumenten, niet producenten, leiden de dans.
Desalniettemin houden tegenstanders van de vrije markt vol dat de enige reden waarom mensen de vrije markt tolereren, is omdat ze daartoe gedwongen worden. Het bewijs van de immigratie in de 20e eeuw ondersteunt deze hypothese echter niet. Duizenden mensen kwamen om toen ze naar het vrije West-Duitsland of Zuid-Korea probeerden te vluchten, en er was maar weinig verkeer de andere kant op. Op dezelfde manier hebben duizenden Cubanen hun lijf en leven geriskeerd om naar Amerika te komen. Weinigen, of misschien zelfs helemaal niemand, zijn de oceaan op een zelfgemaakt vlot overgestoken om een beter leven in Cuba te zoeken.
Tenslotte is het simpelweg gebrekkig vakmanschap om enkel de litanie van (vermeende) misdaden van de markt op te sommen en vervolgens te suggereren dat de markt op enige betekenisvolle manier gefaald heeft. Wat men moet doen is een superieur alternatief bieden. In dit geval staan zowel de theorie als de geschiedenis sterk aan de kant van de vrije markt. Mises en Hayek demonstreerden dat rationele calculatie onmogelijk is als er geen sprake is van privé-bezit van de productiefactoren. Dit betekent niet dat een “socialistische economie” inefficiënt is – het is letterlijk een oxymoron. Onze ervaringen met radicale revoluties en planeconomieën in de twintigste eeuw zijn ook niet erg bemoedigend: in de naam van “het volk” heeft Che Guevara duizenden mensen vermoord, Hitler miljoenen en Stalin en Mao tientallen miljoenen.
Het mag dan in de mode zijn om de vrije markt de schuld van alle maatschappelijke problemen te geven, maar deze schuld is onverdiend en het vertrouwen of zelfs geloof dat veel academici in alternatieven voor de markt hebben, is nergens op gebaseerd. Er is geen enkel socialistisch land dat ooit vrije verkiezingen heeft gehouden, en geen enkele vrije markt die ooit een vernietigingskamp heeft geproduceerd. Populaire academische meningen niettegenstaande, de vrije markt werkt. En daar kunnen we mee aankomen.
Art CARDEN
Noten
[1] Gedefinieerd in ibid, p. 21 het gebrek aan de initiatie van fysiek geweld. (italics in origineel).
[2] Reisman, George. 1996. Capitalism: A Treatise on Economics (Ottawa, IL: Jameson Books), p. 19.
[3] Redden, Shawn. 2004. "Enslaved by 'Free Markets.'" Student Life, February 20, 2004.
[4] Zie Carden, Art. 2003. "Grit, Grime, and Economic Development." The Free Market 23 (12): 1–3 voor een diepgravender discussie.
Posted by NovaCivitas at
06:12 pm
|
Druk deze pagina
9 september 2007
Libertariërs zijn geen socialisten, profeten, alwetend of specialisten in alles
Moeten libertariërs antwoorden hebben op alle mogelijke vragen over hoe problemen als defensie, zorg voor de armen, werkloosheid, drugs, rechtspraak enzovoorts in een libertarische samenleving zouden worden opgelost? Manuel Lora zegt van niet: 'Ik ben toch geen socialist?'
De eigenschap die de libertariër kenmerkt is zijn oppositie tegen agressie. Het maakt niet uit of de agressor een straatrover is of een organisatie die zichzelf ‘de overheid’ noemt. De fundamentele premisse is dat agressie niet gerechtvaardigd is en dat de overheid per definitie agressie gebruikt. Het is werkelijk zo simpel en de argumenten voor vrijheid volgen hier rationeel uit.
Daarom vind ik het altijd zo vreemd wanneer ik vragen hoor, zelfs van andere libertariërs, die de volgende vorm hebben: “Hoe zou X werken in een libertarische samenleving? Hoe zou probleem Y opgelost worden? Is er wel een garantie dat Z wel/niet gebeurt?” Al deze vragen zijn natuurlijk gerechtvaardigd omdat ze de geest inspireren. Ze laten ons nadenken over de mogelijkheden die er zouden zijn in een markt van vreedzame, vrijwillige oplossingen.
Het probleem begint echter wanneer de “levensvatbaarheid” van vrijheid afhankelijk wordt van het “antwoord” op deze vragen. Dat wil zeggen dat als het “juiste” en volledig bevredigende antwoord op zo’n vraag niet gegeven kan worden (waarbij het feit dat zo’n antwoord nooit 100 procent correct kan zijn), het verlangen naar vrijheid op één of andere manier opeens minder wordt en het verlangen naar een rol voor de overheid weer groter.
“Hou zouden wegen werken? Hoe kan een griepepidemie voorkomen worden? Of handel in organen? Zouden we autoverzekeringen nodig hebben? Hoe hoog zouden de premies zijn? Wie zou dat bepalen? Wat als drugs goedkoop en overal beschikbaar waren? Ik wil; niet dat mensen AK-47’s hebben! Hoe zit het met vergunningen en standaarden? Als iedereen zijn eigen geld kan produceren zal er chaos zijn!”
Laat ik daarom de vraag zo duidelijk mogelijk beantwoorden. Ik ben geen socialist!
Ik kan geen antwoord geven op elke mogelijke vraag over hoe de organisatie van de samenleving er uit zal zien. Op zijn best kan ik meningen geven maar nooit garanties, En dat betekent niet dat er geen antwoorden bestaan, het betekent alleen dat op dit moment het onmogelijk is om te weten wat het antwoord zal zijn.
Daarnaast, er zouden verschillende mogelijke antwoorden kunnen zijn, die elkaar zelfs overlappen. Met de overheid is er slechts één manier om de dingen te doen. Vrijheid is onbekend, maar daarom nog niet minder gerechtvaardigd als we op dit moment nog niet in staat zijn om antwoorden te geven op vragen over een realiteit die nog niet bestaat.
Pas op voor mensen die claimen dat ze een volledig en gedetailleerd plan hebben ontworpen voor sociale organisatie, rechtspraak, beschermingsdiensten, de dynamiek van de markt en de verdeling van productiefactoren. Het is meestal zo dat zulke mensen niet echt pleiten voor vrijheid, maar voor centrale planning.
Er zijn echter ook intellectuelen en op vrijheid georiënteerde bijdragers die proberen te beredeneren hoe het eruit zou kunnen zien. Sommigen gebruiken historisch bewijs, anderen beruiken economische inzichten of huidige standaarden om grofweg een beeld te schetsen van hoe een libertarische samenleving er in de praktijk uit zou kunnen zien. Over al die scenario’s valt natuurlijk te discussiëren, maar zolang eigendomsrechten erin gerespecteerd worden zijn ze in ieder geval coherent.
Libertariërs hoeven niet op alles een antwoord te hebben. We beweren dat dwang ongerechtvaardigd is. Na de aanvaarding van dat principe is het de verantwoordelijkheid van de entrepreneur, de sociale leider, de visionair, the uitvinder, of gewone mensen om met oplossingen te komen. De enige vereiste is dat je niemand ergens toe dwingt. Laten we geen geweld gebruiken: het lost nooit iets op en er vallen altijd slachtoffers door.
Manuel Lora
Manuel Lora is een freelance TV producer en multimedia specialist in New Orleans. Dit artikel verscheen eerder op Lewrockwell.com en werd vertaald door Meervrijheid.
Posted by NovaCivitas at
08:55 pm
|
Druk deze pagina
5 september 2007
Het belgicisme is een dodelijk gif
In een column van de extreem - liberale “ denktank” Liberales trekt ene Mathias De Clercq – alles netjes op z’n Belgisch met een hoofdletter, jawel – van leer tegen ‘het nationalisme’. Hij doet dat op zo’n onbeschofte manier, dat een antwoord hierop niet kan uitblijven. Zijn tekst bulkt van de scheldwoorden: “ gebrul en zwaaiende leeuwenvlaggen, provincialisme, mediocriteit, “slachtofferisme, bruut nationalisme" en dat soort lieflijkheden meer. Ik kan Mathias helpen. Er bestaat een heus webwoordenboek voor synoniemen: www.synoniemen.net. Daar vindt hij zeker zijn gading, want naar de bitterheid van de gal die hij uitspuwt te oordelen, zal hij nog héél veel scheldwoorden nodig hebben om zijn wrok uit te braken.
Mathias van Liberales –- tiens, merk ik daar niet dat ook de onvermijdelijke Bruno Yaminne, de beroemde BUB-er, tot die selecte club behoort? -, Mathias Liberales dus, heu.. Mathias De Clercq- alles netjes met een hoofdletter, op z’n Belgisch, jawel, kan het maar niet verkroppen dat de regeringsvorming zolang aansleept. D’er zijn toch belangrijke problemen genoeg, vindt hij. Iets waarmee Mathias zeer zeker een punt heeft. “Een goed draaiende economie, meer werkgelegenheid, een sterke sociale zekerheid, een performante ( dat is nieuw - Vlaamsch) politie en justitie, een verdere afbouw ( sic: ik dacht dat we die moesten verminderen) van de overheidsschuld, een humane aanpak van het migratieprobleem, meer aandacht voor de milieuproblematiek en een moedig buitenlands beleid. Ziedaar de grote problemen waarvoor Mathias zich als jonge politicus geplaatst ziet. Nou: zo te zien is er nog werk aan de winkel voor de kennelijk ambitieuze politicus die Mathias wil zijn. Groots ziet hij de dingen wel.
Alleen rijst de vraag: moet je daarvoor nu uitgerekend liberaal wezen? Want “een goed draaiende economie, meer werkgelegenheid enzovoorts: daar is toch iedereen voor gewonnen? Toen ik deze zin las, dacht ik meteen aan Johan Vandelanotte. En is dat niet de voorzitter van de socialistische partij? Die wil dat toch òòk allemaal? Ziezo: Matthias De Cercq - alles netjes met een hoofdletter, op z’n Belgisch - blinkt voorwaar uit in originaliteit.
Een en ander doet dan meteen een andere vraag rijzen: snapt Mathias zelf niet welke open deuren hij intrapt of is die hele mondvol mooie dromen slechts een intro voor andere stuff ? Wil hij met die mooie verhalen, waar ieder normaal mens alleen maar vòòr kan zijn, misschien zijn rauw belgicisme verpakken?
Want de boodschap komt al dra voor de dag. Hij haalt er zowaar Louis Paul Boon bij, die ooit uithaalde naar de benagelde botten en roffelende trommen van de flamingantische stoottroepen die door de Vlaamse straten trokken. Mathias wordt duidelijk niet gehinderd door enig historisch inzicht. Die benagelde botten en roffelende trommen dateren namelijk uit een periode dat dergelijke escapades echt niet het voorrecht waren van de flaminganten alléén. De socialisten en de katholieken konden er heus ook wel wat van. In de jaren voor de oorlog was dat soort dingen gewoon mode. Het hoorde zo. Voor Mathias is dat allemaal geen probleem. Het beeld past mooi in zijn beeld en daar was het om te doen.
Mathias put zich uit in citaten van ongetwijfeld bijzonder geleerde heren. Maar daar slaat hij de plank mis. Als het op citeren aankomt: dat kan ik ook! Ik haal er grof geschut bij: een heuse overlevende van Auschwitz, Jean Améry. “ Wie geen vaderland heeft, wie dus geen veilig onderdak vindt in de maatschappelijke structuur van een onafhankelijke staatkundige eenheid, heeft ook geen heimat. Of voeren we een echte Jodin ten tonele, zo een van het soort waar Hitler verdoemelijk razend op was en die hij bij bossen heeft trachten op te stoken, Hannah Arendt? Ik zal haar even citeren: “ Afgezien van het feit dat hij deel uitmaakt van een specifieke omgeving en daarin verankerd is, is de mens niet meer dan een mens. Niet door het feit dat hij een buitenstaander is wordt hij een mens, maar integendeel door de plaats die voor hem wordt ingeruimd en doordat hij behoort tot een al betekenis dragende wereld". Mathias is er dus dik aan met zijn pleidooi tegen nationale identiteit. Maar zo dadelijk nog meer daarover.
Zo zie je maar: selectief citeren is altijd gevaarlijk. Mathias, de jonge ambitieuze politicus, moet nog veel leren.
En Bart Dewever zal het ook geweten hebben. Diens recente uitspraak over Decroo is ronduit vulgair, vindt Mathias. Voor het gemak vergeet’ Mathias dat Dewever aan Mathias' grote boegbeeld een koekje van eigen deeg presenteert. Had de “heer" Decroo niet gezegd dat Vlaamse nationalisten mentaal gehandicapt zijn? En, voor zover mij bekend, heeft diezelfde “heer" Decroo zich nooit verontschuldigd voor die ronduit vulgaire uitspraak.
Maar Dewever heeft meer op zijn geweten. Hij eigent zich zonder meer het recht toe te spreken namens àlle Vlamingen over "onze" (haakjes van Mathias) belangen. Hoe durft hij! Opkomen voor een identiteit! En dan nog de Vlaamse! Hij haalt er voorwaar Mario Vargas Llosa bij, die, volgens de interpretatie van Mathias, achter elke groepsidentiteit een complot tegen de individuele vrijheid vermoedt. Nou: dat is Vargas Llosa’s goed recht. Ik van mijn kant, zal Mathias een exemplaar van mijn De gekwetste mens opsturen – tegen betaling, welteverstaan, maar dat maakt niet uit want als goede liberaal heeft Mathias zeker alle begrip voor de betekenis van het geld. Als er één boodschap uit die ruim 170 bladzijden lange studie tevoorschijn komt, is het dat het ontkennen van iemands identiteit het meest kwetsende is wat er bestaat. Bij uitbreiding geldt dat, zoals ik heb aangetoond, niet minder voor een groep. De groep bestààt ontologisch immers niet: dàt is nu net de verzameling van al die gekwetste individuen. Wie de identiteit van mensen ontkent, kwetst de groep en omgekeerd. Oorlogen komen niet voort uit het bestaan van identiteiten, maar uitgerekend uit het ontkennen van identiteiten. Mathias zou voor straf deze laatste zin honderd keer moeten schrijven. Misschien zal het dan doordringen. Hoewel. En ik zal nog even Michael Ignatieff citeren: "Wanner landen of gemeenschappen elkaar naar het leven staan, zetten ze dikwijls slechts een conflict voort dat al generaties tevoren aangevangen is." En door de groepidentiteit weg te moffelen, wordt de zaak alleen maar erger. Mathias De Clercq - alles netjes met een hoofdletter, zo vraagt het zijn Belgische ziel - moet nog veel leren.
De aap komt evenwel helemaal uit de mouw, voor wie de moed heeft het epistel van Mathias tot op het einde te lezen tenminste. De nationalistische logica eindigt finaal in de opsplitsing(sic) van “ons" land. Aldus de wijsheid van Mathias. De haakjes zijn ditmaal van mij. Wat Mathias toegestaan is, is ook mij toegestaan. En dan begint zijn droomrollade opnieuw: “We moeten ervoor zorgen dat onze welvaart in de toekomst realiteit blijft.. enz.." U vult zelf maar verder aan, lezer. Mathias heeft het hiervoor allemaal al voorgezegd. We staan er trouwens allemaal vierkant achter.
Mathias' intellectueel absorptievermogen blijkt nogal selectief. Slechts één, korte, kritische vraag: zou het kunnen dat Dewever en zijn geestesgenoten die mooie dromen nu juist willen nastreven, door datgene te realiseren wat Vaclav Havel ( citeren kan ik ook, schreef ik al) verklaarde: een staat werkt maar efficiënt als hij de uitdrukking is van de ziel van een volk? Als Vlamingen vinden dat je flitspalen moet plaatsen en Franstaligen vinden dat niet, hoe kan je dan één stel wetten maken dat voor Vlamingen én Franstaligen van toepassing is? Ik veronderstel dat Mathias De Clercq - alles netjes enz. enz. –- als schip heu.. schepen van jeugd en sport, zich niet met flitspalen hoeft bezig te houden.
Waar Mathias' schoentje wringt? Het gaat Mathias als extremistisch liberaal helemaal niet om sociale zekerheid of meer werkgelegenheid. Ik geloof niet dat hij ook maar één socialist zal weten te overtuigen van zijn sociale gezindheid. Mathias is een belgicist. Zo iemand die kokhalst als hij het woord “Vlaanderen" hoort. Iemand die maar niet begrijpen kan dat “Vlaanderen" het meest democratische project is, dat ons volk de laatste tweehonderd jaar heeft ondernomen. Maar wat betekent democratie, voor de extremistische liberaal die Mathias is?
En daarmee doemt de ware tegenstelling binnen deze staat Belgique duidelijk op: de tegenstelling tussen de democratische Vlaamse identiteit, een identiteit die we zélf hebben gemaakt, en de autocratische, franskiljonse identiteit van La Belgique, ons opgelegd door de collaborateurs met de Franse en later Belgische bezetting en beleefd door de huidige collaborateurs. Genaamd, onder meer, Mathias De Clercq - netjes in ...enfin: het begint te vervelen, geachte lezer. Ik wéét het.
Zoals zovelen is Mathias dus een slachtoffer van deze bezetting. Hij is behept met wat Frits Bolkestein noemt: een bezettingscultuur. Meeheulen met de bezetter en intussen alle aandacht voor de “grote" problemen, omdat men aan de kern van het probleem toch niet weet te rake. Terloops: Frits Bolkestein heeft het wel degelijk al gemaakt. Ik zal de carrière van Mathias met aandacht volgen.
Maar ik zal ze niet bevorderen.
Want Mathias De Clercq - alles netjes met hoofdletter, op z’n Belgisch, even ter herinnering, opdat je het niet zou vergeten, beste lezer - staat tegenòver mij, tegenòver de democratie.
Hij is een belgicist.
En Belgicisme: dat is de voortzetting van de ziekelijke Vlaamse bezettingscultuur. Het is dus een dodelijk gif.
Jaak Peeters
5 sept 2007
Bron : www.doorstroming.net
Posted by NovaCivitas at
10:05 pm
|
Druk deze pagina
4 september 2007
Het nationalisme is een dodelijk gif
"Wat me de voorbije weken heeft gestoord zijn de mediocriteit, het provincialisme, het slachtofferisme en die vermeende superioriteit van al die Vlaamse politici die onder de IJzertoren staan te krijsen." Aldus Mathias De Clercq die pleit voor solidariteit in België.
Mathias De Clercq (Open Vld) is schepen van Jeugd, Werk, Economie en Middenstand in Gent en kernlid van de onafhankelijke denktank Liberales@4 DROP 2 OPINIE:Vijfentachtig dagen na de verkiezingen hebben we nog altijd geen regering. Als jonge politicus sta ik versteld van de onkunde en/of onwil van doorgewinterde politici om tot een coherent regeerakkoord te komen. Een goed draaiende economie, meer werkgelegenheid, een sterke sociale zekerheid, een performante politie en justitie, een verdere afbouw van de overheidsschulden, een humane aanpak van het migratieprobleem, meer aandacht voor de milieuproblematiek en een moedig buitenlands beleid. Stuk voor stuk zaken die het best aangepakt worden op federaal, zelfs Europees niveau. In de plaats daarvan zien we een beschamend schouwspel van Vlaamse nationalisten en Franstalige communautaire scherpslijpers die er alles aan doen om redelijke compromissen onmogelijk te maken.
Het begon eigenlijk al op de avond van de verkiezingsuitslag, toen overwinnaar Yves Leterme zich liet omringen door een horde radicale nationalisten, die met hun gebrul en zwaaiende leeuwenvlaggen wilden aangeven dat 'hun' tijd gekomen was. Ik moest toen denken aan die ene uitspraak van wijlen Louis Paul Boon: "Vandaag of morgen zullen zij weer door onze straten trekken met hun leeuwenvlaggen, hun benagelde botten, hun roffelende trommen." Wie het journaal van de voorbije maanden heeft gevolgd zag hoezeer de diverse partijen en hun onderhandelaars vastgeklemd en meegezogen werden door die opstoot van bruut nationalisme. De Vlaamse spierballen werden gerold zoals nooit tevoren. Ik moet ervan kokhalzen. Nationalisme vloeit immers voort uit rancune en een vorm van misplaatst zelfmedelijden, waarvoor men de oorzaak altijd zoekt bij de ander, de Walen, de vreemdelingen, de moslims, Europa. "Het begrip natie is", zoals Imre Kertész verwoordde, "een vals denkbeeld dat aan een heel land wordt opgedrongen."
Wat me de voorbije weken heeft gestoord zijn de mediocriteit, het provincialisme, het slachtofferisme en die vermeende superioriteit van al die Vlaamse politici die onder de IJzertoren staan te krijsen. Het nationalisme is als een dodelijk gif dat de rede lamlegt en de emoties de vrije teugel laat.
Neem de ronduit vulgaire uitspraak van Bart De Wever over Herman De Croo: "Het is niet omdat die man Nederlands praat dat hij Vlaming is." De voorzitter van de N-VA, die het steeds heeft over de verdediging van 'onze' Vlaamse belangen, eigent zich het recht toe om te bepalen wie een Vlaming is en wie niet. Ik huiver van mensen die anderen opsluiten in een vermeende collectieve identiteit en in naam daarvan bepalen wie er al dan niet toe behoort. Daar begint de discriminatie, het racisme en finaal de uitsluiting.
Het begrip 'identiteit' waar nationalisten mee zwaaien kent alvast in de ogen van Mario Vargas Llosa geen genade. Achter elk pleidooi voor de verdediging van de identiteit van een groep vermoedt hij een complot tegen de individuele vrijheid, en dat klopt ook. Daarom ontneem ik De Wever het recht om in mijn naam of in die van andere Vlamingen te spreken.
Ik weiger mee te stappen in de nationalistische logica, die finaal eindigt in de opsplitsing van ons land. Als schepen van de stad Gent heb ik dagelijks veel contacten met burgers met uiteenlopende politieke ideeën. Ze vragen me wat onze politici bezielt, waarover ze nu al maanden aan het praten zijn. Soms is er iemand die mij zegt dat het de schuld van de Franstaligen is, dat ze altijd 'non' zeggen, dat ze een oplossing in de weg staan. Maar als ik dan vraag wat ze daarmee bedoelen en waar ze dat vandaan halen dan wijzen ze naar de media, het journaal of een krantenartikel. En als ik doorvraag wat ze precies aanklagen, dan weten ze het niet. De sociale zekerheid splitsen? Justitie en politie regionaliseren? Vlaamse nummerplaten invoeren? Neen, neen, neen. Gewoon een regering die ervoor zorgt dat hun zonen en dochters uitzicht krijgen op een job, dat ouderen een menswaardig pensioen ontvangen, dat zieken en gehandicapten hun facturen kunnen betalen.
We moeten ervoor zorgen dat onze welvaart ook in de toekomst realiteit blijft. We moeten antwoorden formuleren op de enorme uitdagingen die de globalisering meebrengt. We moeten ons sociaaleconomisch weefsel versterken. En bovenal moeten we maatregelen nemen waardoor ons land dit jaar opnieuw afsluit met een begroting in evenwicht of een klein overschot. De afbouw van de schulden die de voorbije acht jaar met succes werd gerealiseerd moet absoluut worden doorgezet. Gezonde staatsfinanciën zijn immers het begin van alle deugdelijke politiek. Een politiek die tegemoetkomt aan het principe 'Gouverner c'est prévoir', zodat de kansen van de komende generaties niet worden belast, maar net bevorderd. Al die zaken zijn voor mij veel belangrijker dan vendelgezwaai en leeuwengeklauw. En zo denken er velen: dat we ons land bijeen moeten houden, dat solidariteit geen loos begrip mag worden, dat burgerschap niet verengd mag worden tot de mythe van een bloedgemeenschap.
© 2007 De Persgroep Publishing
Publicatie: De Morgen
Publicatiedatum: 4 september 2007
Auteur: Mathias De Clercq.
Posted by NovaCivitas at
10:02 pm
|
Druk deze pagina
2 september 2007
Jurgen Verstrepen : "Vlaamse Gemeenschap wil manu militari mijn boete innen".
Net terug in Vlaanderen. Het eerste wat je doet is de stapel post bekijken van de afgelopen 2,5 weken. Er is één kleur briefomslag die je liever niet ziet: de BRUINE. Pech dus... er zat een bruine tussen. Nog leuker, een bruine brief van de gerechtsdeurwaarder.
Let even op.
De briefomslag bevat een dwangbevel van Gerechtsdeurwaarders Engels/Pelsmaekers/De Ceuster in opdracht van de ambtenaar van de VLAAMSE GEMEENSCHAP bij de dienst VLAAMSE BELASTINGEN om een boete van 12.742,00 Euro (+inningsrechten, aanmaningskosten, inningsrecht) te betalen. Indien niet zal ik gedwongen worden door alle middelen van recht.
Gericht aan mijn firma.
Waarover gaat dit? Over de boete die ik moe(s)t betalen aan de Vlaamse Gemeenschap, opgelegd door de Vlaamse Regulator voor de Media wegens overtredingen tegen de mediawetgeving, het illegaal uitzenden via het internet, podcastings enzovoort... De aanslepende boete. Het verloop kan je nog eens hier lezen.
Vreemde situatie.
Op 2 mei 2007 werd een voorstel van decreet mét amendement unaniem goedgekeurd in het Vlaams Parlement. Deze goedkeuring betekende een overwinning voor mij omdat nu alle politici én politieke partijen via het internet radio en webtv mogen aanbieden in Vlaanderen.
Hoe zat het dan met mijn lopende situatie? De boete? Het verleden 'wis' je niet.. zou je kunnen zeggen.
De meerderheidspartijen hebben een amendement Nr.4 ingediend en unaniem goedgekeurd met de tekst " Het niet meer onderworpen zijn aan de aanmeldingsplicht van andere soorten tv- en radio-omroepen is van toepassing op bestaande initiatieven die onder deze definitie vallen en waar lopende procedures aan de orde zijn."
Op 2 mei schreef ik dus op mijn weblog verheugd, blij te zijn dat dit verhaal is afgelopen en het boetegeld boven mijn hoofd verdwenen 'zou' zijn. Ik schreef zelfs (vooruitziend/voorzichtig als ik ben) "... Waarom blijkt?... De procedure bij de Raad van State is nog niet afgerond (zie eerder). Het deurwaardersbeslag dat de VRM wilde doorvoeren is nog niet officieel opgeheven."
Bon. Tot daar aan toe. Nu even in mensentaal...
Verstrepen werd als enige veroordeeld tot het betalen van een boete van 12.500 euro door de politieke mediawaakhond in Vlaanderen. Uiteindelijk beseft de Vlaamse politiek dat ze met mijn zaak ook hun multimedia blokkeren en ik in Europa op basis van vrije meningsuiting het pleit kan winnen. de wetten worden aangepast, met een retroactieve aanpassing die mij verlost van mijn lopende zaak. De deurwaarder wordt teruggefloten. Alle netjes opgelost, tijdens de verkiezingen kon dus iedereen beeld en geluid doorsturen via het internet.
4 maanden later geeft dus de Vlaamse Gemeenschap toch de opdracht om de boete te innen.
Wat gebeurt er? Ik geef jullie de mogelijkheden:
Politieke onvrede: misschien is een ambtenaar bij de Vlaamse Belastingsdienst politiek misnoegd door dit verhaal en wil hij Verstrepen een poepje laten ruiken. Misschien is de ambtenaar een politieke benoeming of zelfs een stille aanhanger van mijn vroegere partij na hun 'aantijgingen' over het geld en het feit dat ik 12.500 euro van hen niet teruggeef.. Of misschien heeft SP.a of openVld nu spijt dat ze voor hun amendement hebben gestemd.
Onwetendheid: misschien heeft men bij de Vlaamse Belangsdienst niet door dat de decreten zijn aangepast, zien ze een openstaand saldo, wie of wat... speelt geen rol. Opdracht is de centen innen voor de Vlaamse Gemeenschap. Of dat nu goed Vlaams bestuur is... laat ik in het midden.
Politieke executie: misschien had men nooit gedacht dat we met LDD de kiesdrempel gingen halen. Het speelde geen rol maar nu plots wél. Laten we het Verstrepen moeilijk maken sé. Gewoon, een persoonlijke strijd tegen mij. Kwestie van mij lastig te vallen.
Politiek jennen: CD&V en N-VA waren de initiatiefnemers in het tot stand komen van dit compromis én de ontlasting van mijn lopende procedure. Op deze manier kan een ambtenaar een ander signaal geven.
Tegen de wetten: misschien vonden ze bij de VRM of Vlaamse Belastingdienst die aanpassing van de decreten (Vlaamse wetten) niet goed en negeert men bij de Vlaamse Gemeenschap (?) de goedgekeurde wetten.
Voor welk scenario kiest u? Reageer gerust op deze post...
Vermoeiend.
Al 18 jaar lang heb ik de Belgisch/Vlaamse inquisitie achter mij over mijn 'Freedom of Speech' mediaprojecten. Voor mijn politieke carrière, bij het Vlaams Belang en nu bij Lijst Dedecker. Ik ben van antenne gesleurd, bedreigd geweest, financieel aangevallen, verbannen op radio en televisie, processen en boetes tegen mijn persoon gekregen ... allemaal vanwege mijn strijd voor dat vrije woord via de media. Is het nog niet genoeg geweest?
Bon.
Hier gaan we weer... het gevecht gaat verder.
J. Verstrepen
Bron : Weblog J. Verstrepen
Posted by NovaCivitas at
10:15 pm
|
Druk deze pagina
1 september 2007
NRC Handelsblad stelt libertarisme gelijk aan fascisme
Op 25 augustus 2007 verscheen in de Nederlandse krant “NRC Handelsblad” een grootschalig onderzoek over extreemrechts op het internet. Het begeleidende editoriaal “Opkomst en ondergang van extreemrechtse sites” van Joep Dohmen was vlijmscherp. "Het aantal rechtse en extreemrechtse sites groeide de afgelopen jaren explosief. Hier wordt anoniem gescholden, belachelijk gemaakt en beledigd. Maar justitie treedt sinds vorig jaar harder op. Justitie en de providers ondernemen voortaan actie tegen anoniem discrimineren en haat zaaien." Na de moord op Theo Van Gogh is ook de invloed van het radicalisme, zowel dat onder de moslimgemeenschap als dat ter rechterzijde van het autochtone spectrum, in Nederland het voorwerp van menig onderzoek en analyse geweest. Sinds de Tweede Kamer vorig jaar maatregelen nam om steviger op te treden tegen discriminatie en haat op het internet, werden in Nederland al tientallen websites afgesloten en al aanzienlijk wat gebruikers ook daadwerkelijk veroordeeld. Naar aanleiding van de recente politieactie in Nederland tegen de moderators van de neo-nazistische portaalsite Stormfront.org stelde NRC Handelsblad, nochtans een “liberale” krant die traditioneel sterk aanleunt bij de VVD, de pertinente vragen: “Wat is er aan de hand op het internet?" en "Hoe groot is die rechterflank eigenlijk op het Net?”
Het NRC Handelsblad inventariseerde en vergeleek rechtse en in taalgebruik radicale extreemrechtse websites, en spoorde zo maar liefst 150 websites op die de afgelopen tien jaar kwamen en gingen. Daarvoor werd het internetarchief Way Back Machine gebruikt, dat meer dan 85 miljard webpagina’s bevat die sinds 1996 opgeslagen werden. Volgens het NRC Handelsblad blijkt uit deze databank een explosieve groei van zulke websites in de afgelopen jaren, met échte pieken kort na de aanslagen van elf september 2001, de moord op Pim Fortuyn, de moord op Theo Van Gogh en de opkomst van Geert Wilders.
De kern van deze extreemrechtse websites is veelal dezelfde volgens het NRC Handelsblad, gaande van kritiek op de multiculturele samenleving (“multikul”), over het constant kappen op de progressieve partijen en organisaties (“linkse kerk”), tot het aanvallen van de gevestigde media (“hoerjournalisten”). De krant detecteerde in zijn onderzoek ook een nieuwe recente trend, met name het afdoen van Al Gore en de milieubeweging als “klimaatfabels”, het verwerpen van verkeersregels en rookbeperkingen als “communisme” en het afbreken van alles wat met de Europese Unie te maken heeft als “leugens”.
Nu kan zo’n onderzoek best interessant zijn, maar dan moet het zich op de feiten blijven focussen en zich niet verliezen in het aanvallen van alles wat niet in het centrumliberale kamp past. Het NRC Handelsblad stelt kritiek op de klimaathype (wat is daar in godsnaam mis mee?), kritiek op de overheid (is dat niet de plicht van elke burger in de democratie?), kritiek op de Europese Unie (is de mening van de burgers überhaupt nog wel van enige tel?), kritiek op de traditionele media (is de vrijheid van meningsuiting en de onafhankelijkheid van denken tegenwoordig al onliberaal misschien?), kritiek op “links” (mag men zijn politieke tegenpolen en tegenstanders al niet meer met ideeën bestrijden?), kritiek op de regelneverij (is dat niet net één van de pijlers van het moderne liberalisme?) en kritiek op de multicultuur (is de GEDAPO, de Gedachtenpolitie, al zo machtig dat de burgers niet meer vrij mogen denken en spreken?) gelijk aan extreemrechts, en dus aan nazisme en fascisme. Ik vind dit niet enkel een intellectuele aberratie van formaat, maar ook gewoonweg goedkoop, tendentieus en schandalig.
In hun internetoverzicht neemt het NRC Handelsblad niet enkel de échte extreemrechtse websites mee, maar ook de gewone “rechtse” websites (wie of wat dat ook mogen zijn) en zelfs - in mijn ogen totaal onbegrijpelijk - de “vrijsprekende websites”. Nu kan de terminologie “vrijsprekend” nog niet duidelijk genoeg zijn voor de meeste lezers die niet thuis zijn in de ideologische tegenstellingen binnen het politieke spectrum, maar de uitleg die de Nederlandse krant eigenhandig al toevoegt aan de noemer “vrijsprekend” laat
geen twijfel bestaan over wat ze daarmee bedoelen.
“Vrijsprekers” zijn sites die de libertaire gedachte uitdragen."
Kortom, in de ogen van het NRC Handelsblad zijn “libertaire” websites in niets verschillend van de “extreemrechtse” websites. Kan iemand zulke arrogante vermetelheid snappen? Men moet al bijna een holbewoner zijn om dat verschil niet te zien, tenzij de krantenploeg er natuurlijk een anti-libertaire verborgen agenda op nahoudt. Maar zoiets blijft koffiedik kijken en ik kan deze presumptie niet hard maken, dus ga ik er verder ook niet op in. Ik ben immers geen traditioneel overheidsgebonden medium dat argumentloos alles in het rond kan en mag spuien.
In de gepubliceerde lijst van het NRC Handelsblad vind je natuurlijk rechts-extremistische websites als Stormfront Nederland, Overbevolking.nl, Dietslandjeugd, Altermedia Nederland, Europa Europees, Zuid-Hollandse Skinheads, Panzerfaust, Forum Grossdeutschlander Vaterland, Novopress, Jeugdstorm Nederland, Dietse Kameraden, Nieuwe Nationale Eenheid en Aktiefront Nederland, maar bij dat soort websites blijft het helemaal niet. Het NRC Handelsblad betrekt zonder nuance ook bepaalde “rechtse” politieke partijen in het overzicht zoals de Partij voor de Vrijheid, de Lijst Pim Fortuyn en Nieuw Rechts, drie formaties die zonder meer “rechtser” zijn dan de middenmoot, maar meer nu toch ook weer niet. Dat de alom gerespecteerde conservatieve denktank “Edmund Burke Stichting” eveneens in het lijstje staat, doet menig vrijheidslievend burger de wenkbrauwen fronsen.
Zolang de lijst zich met “rechts” en “extreemrechts” zou bezighouden, is er in mijn ogen ook niets verkeerd. Het staat de media nu éénmaal vrij om zulke lijstjes, hoe onjuist en demagogisch ze ook mogen zijn, te publiceren, maar dan wel mits het in acht houden van een minimum aan feitenkennis, goed fatsoen en intellectuele eerlijkheid. Het NRC Handelsblad zou als kwaliteitskrant zeker over deze drie talenten moeten kunnen beschikken, maar laat juist onverbloemd het tegendeel blijken uit dit onderzoek. Ofschoon het libertarisme intrinsiek niets te maken heeft met het fascisme of het conservatisme, worden in vol geverfde libertarische websites als Libertarian.nl, MeerVrijheid.nl, VrijheidRadio.nl en Vrijspreker.nl zomaar op dezelfde hoogte geplaatst als honderden weinig onderbouwde haatsites die op alle vlakken, en niet ten minste op vlak van bezoekersaantallen, compleet marginaal en irrelevant zijn.
Zulke praktijken zijn walgelijk omdat ze het échte debat nog meer uit de weg gaan. Door socio-economische hervormers af te doen als “extreem-rechts” willen de regimekranten het échte politiek- maatschappelijke debat nog vollediger naar hun hand zetten. En wonderwel past het op verkeerde gronden aanvallen van het libertarisch denken perfect in dat plaatje. Het in de media degraderen van de allerlaatste kritische stem binnen de liberale familie tot extreem-rechts was tot voor kort een uitsluitend Belgisch fenomeen, maar heeft vandaag dan kennelijk toch ook zijn weg naar Nederland gevonden. Eén voor één vallen de eertijds toch ó-zo-liberale bolwerken in de handen van de egalitair-socialistische beweging, en geen haan die er naar kraait. Het doek valt over het liberalisme in Europa, en het enige wat men kan horen op de bühne is het radeloos gesnik van onmacht, ongeloof en zelfbesef, terwijl het geïndoctrineerde publiek maar blijft applaudiseren.
V. DE ROECK
Deze tekst is afkomstig van de site van V. De Roeck en verscheen ook op de site van LVSV Leuven.
Posted by NovaCivitas at
10:21 pm
|
Druk deze pagina