Nova Civitas
Blog Over Nova Civitas Kalender Archief Inschrijven English
 
FAQ
Publicaties
Artikels
CNE
IES Europe
Koppelingen
 
   
Zoek


Archief
Recente bijdragen
Koppelingen
Powered by
Movable Type 2.661

 
 

20 november 2007

De Ron Paul campagne voor de Presidentsverkiezingen, een zelforganiserend complex systeem

Ron-Paul-smpall-10.jpg Een libertariër die een serieuze gooi doet naar het Amerikaanse presidentsschap? Hoe is het mogelijk?

De campagne van Ron Paul voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008 is een levendig voorbeeld van hoe een complex systeem zichzelf kan organiseren en kan groeien naar een gezamenlijk doel. Met veel minder middelen dan de zogenaamd belangrijkste kandidaten, heeft Dr. Paul door het mechanisme van zelforganisatie in de afgelopen maanden ongelooflijk veel progressie geboekt.

Een paar maanden geleden was hij nog vrijwel onbekend, maar nu zamelt de Republikeinse Congressmnan steeds sneller geld in en verschijnt hij vrijwel wekelijks op nationale tv programma’s. Maar het belangrijkste van alles is wel de steun die Dr. Paul verkrijgt op het ‘grass roots’ niveau, door de vele ‘meet-up groups’ die zich spontaan vormen door het hele land. Dit is allemaal mogelijk gemaakt door het bestaan van het internet.

Het internet heeft het voor vele miljoenen mensen mogelijk gemaakt om hun mening te laten horen, terwijl in het verleden de enige manier waarop een individu zijn stem bekend kon maken was door een anoniem stembiljet in te vullen en te kiezen tussen ‘de minste van twee kwaden’. Tegenwoordig kan de gemiddelde persoon veel meer doen dan dat door het internet te gebruiken om echte groepen te vormen of groepen in cyberspace en zo daadwerkelijk een invloed te hebben op de meningen en acties van deze groepen.

De wetenschappelijke gemeenschap die de afgelopen 25 jaar bezig is geweest met het bestuderen van complexe systemen, was al bekend met dit fenomeen, maar dit is allicht de eerste keer dat het op zo’n grote schaal duidelijk wordt. Voordat het allemaal voorbij is zullen vele traditionele denkers, zoals een televisie presentator die vol vertrouwen aan Dr. Paul meedeelde dat ie toch nooit zou winnen, nog vreemd kunnen opkijken. Een belangrijke eigenschap van complexe systemen is ‘emergence’, wat wil zeggen de spontane verschijning van nieuwe en coherente structuren.

De politieke kracht die zich om Dr. Pauls vrijheidsboodschap vormt en die blijft groeien is een voorbeeld van ‘emergence’. Het fenomeen groeit waarschijnlijk exponentieel en als er voldoende tijd is zal het een belangrijke politieke macht worden in de wereld. Of het op tijd groot genoeg kan worden zodat Dr. Paul de Republikeinse presidentskandidaat wordt valt te bezien. Persoonlijk hoop ik van wel, omdat ik denk dat zijn boodschap van vitaal belang is, niet enkel voor Amerika maar ook voor de rest van de wereld.

In mijn hoedanigheid van wetenschapper die jarenlang complexe systemen heeft bestudeerd, ben ik erg enthousiast om het Dr. Paul fenomeen waar te nemen en wel om twee redenen: ten eerste ben ik een groot aanhanger van Dr. Paul en ten tweede geeft het veel voldoening om in de praktijk te zien wat ik al die jaren op onderzoeksniveau bestudeerd heb.

Richard L. Sanders

Dr. Richard L. Sanders woont in Nederland en is een Vistiting Professor aan het Institute of Economic Research aan de Lund Universiteit in Zweden. Zijn belangrijkste onderzoek richt zich op het begrijpen van ‘complexiteitsdenken’ in het bedrijfsleven. Dit artikel verscheen eerder op Lewrockwell.com en werd door MeerVrijheid vertaald.

Interessante links:

"If you Google Ron Paul"
Ron Paul 2008
Lewrockwell.com
Meervrijheid.nl

Posted by NovaCivitas at 10:07 pm | Druk deze pagina

9 mei 2007

Ambitie Sarkozy beperkt zich niet tot Frankrijk

nicolas-col-roule.jpg PARIJS - Het was zondag alsof Nicolas Sarkozy de wereld de komende vijf jaar wilde redden van armoede, onrecht en het broeikaseffect. De nieuwe Franse president toonde zich in zijn overwinningstoespraak uiterst ambitieus, niet alleen in het binnenland, maar ook in Europa en de wereld.

Sarkozy wil dat zijn land er op het wereldtoneel weer helemaal bij gaat horen. Al enkele decennia neemt de invloed van Frankrijk en de Franse taal gestaag af. De middelmatige relatie die Frankrijk met de VS onderhoudt en die een extra knauw kreeg tijdens de invasie in Irak in 2003, werkt in het nadeel van Frankrijk.

Dat wil Sarkozy veranderen. Hij geldt als groot bewonderaar van de VS en studeerde - met beperkt resultaat - vorige zomer iedere dag een uur Engels om zijn ontmoeting met president George Bush in september voor te bereiden.

"Frankrijk zal altijd aan de kant van onze Amerikaanse vrienden staan, als dat nodig is", zei hij. Tegelijkertijd bleef hij kritisch. Hij vindt dat vrienden van mening moeten kunnen verschillen en bovendien dat de VS, 's werelds grootste vervuiler, het initiatief moet nemen in de strijd tegen de opwarming van de aarde.

De Amerikaanse reacties op de verkiezing van Sarkozy waren positief. Op korte termijn voorzien experts volgens de krant Le Monde 'wittebroodsweken' tussen beide landen, maar op lange termijn is wat meer spanning te verwachten. Vooral de opvolging van de Nederlandse en de Canadese troepen in Zuid-Afghanistan speelt daarbij een belangrijke rol. De VS zou graag zien dat Frankrijk die taak vervult.

Sarkozy sprak in zijn rede, die voor meer dan de helft gewijd was aan internationaal beleid, ook over de relatie tussen Frankrijk en de armere landen op aarde. Zijn land ziet zichzelf graag als de bakermat van de mensenrechten, de moderne democratie en de Verlichting en heeft een traditie zijn waarden uit te dragen. Sarkozy speelde daarop in.

"Ik doe een oproep aan iedereen op aarde die gelooft in tolerantie, vrijheid, democratie en humanisme. Een oproep aan iedereen die vervolgd wordt door tirannie en dictatuur. Ik wil alle kinderen ter wereld en alle gemartelde vrouwen zeggen dat het de trots en de plicht is van Frankrijk om aan hun kant te staan", zei hij toen hij net een halfuur wist dat hij was gekozen, en even later: "Frankrijk staat aan de kant van de onderdrukten, waar ook ter wereld." Het is een verklaring die weinig verplichtingen schept: Frankrijk kan ook weer niet alle wereldmisère ontvangen, zei Sarkozy vorige week nog in het debat tegen zijn rivaal Ségolène Royal. Toch is het in ieder geval een andere boodschap dan het eerste signaal dat Sarkozy's voorganger Jacques Chirac twaalf jaar geleden bij zijn aantreden de wereld instuurde: hij hervatte de kernproeven op het eilandje Mururoa.

Concreet heeft Sarkozy aangekondigd dat een van zijn eerste reizen hem naar Afrika zal brengen. In voormalige Franse koloniën als Mali en Senegal bestaat ongerustheid over de selectieve immigratie die Sarkozy voorstaat.

Is hij er niet op uit de slimste Afrikanen, die de landen zelf juist goed kunnen gebruiken, weg te plukken en de kansarme te laten zitten?

Sarkozy zal inderdaad minder economische immigranten tot Frankrijk toelaten, maar streeft in ruil daarvoor een ambitieus ontwikkelingsbeleid na. Hij wil Afrika helpen 'ziekte, honger, armoede en oorlog' te overwinnen.

Olivier van Beemen

Bron : BN/De Stem, 08-05-2007.

Posted by NovaCivitas at 04:47 pm | Druk deze pagina

7 mei 2007

Nicolas Sarkozy : van "plakker" tot president

NSdiscoursG.jpg Onstuitbaar klom Sarkozy de ladder op. Van de vier grootouders van de nieuwe president was er maar één in Frankrijk geboren. Nicolas Sarkozy (foto, 52) is de zoon en kleinzoon van immigranten. Hij symboliseert de 'melting pot' die Frankrijk aan het worden is. En hij vestigt een record van geslaagde integratie door als immigrantenzoon president te worden.

'Met een dergelijke naam en dergelijke slechte schoolrapporten zul je het hier niet ver brengen.' Dat zei Pal Sarkozy ooit tegen zijn jonge zoon Nicolas. Gisteren nam de zoon de meest eclatant mogelijke revanche op die vader, die zijn vrouw en drie jonge zonen de rug had toegekeerd en zijn kinderen maar af en toe eens van school kwam halen voor een pizzalunch.

Nicolas erfde zijn Hongaarse naam van de flamboyante aristocraat Pal Sarkozy de Nagy-Bosca die het oprukkend stalinisme in zijn land ontvlucht was. Zijn grootvader aan moederszijde was Benedict Mallah, een Grieks-joodse arts die uit Saloniki gevlucht was voor de nazi-bezetting.

Zoals veel kinderen en kleinkinderen van immigranten koestert Nicolas Sarkozy een brandende passie voor zijn land, een diepe dankbaarheid voor de kansen die hij er kreeg.

Even brandend was van jongs af aan zijn ambitie. Hij studeerde rechten en werd advocaat. Maar zijn passie ging naar de politiek. Hij heeft geen Grande Ecole bezocht en kwam dus niet via een presidentieel of ministerieel kabinet de politiek binnen, zoals de énarque Ségolène Royal die haar carrière begon als adviseur van president François Mitterrand.

Hij is letterlijk klein begonnen, als basismilitant bij de neogaullistische partij die toen RPR (Rassemblement pour la République) heette. Een van zijn eerste politieke activiteiten was het plakken van verkiezingsaffiches.

Onstuitbaar klom Sarkozy de ladder op. Op 28 jaar was hij burgemeester van Neuilly-sur-Seine, op 33 jaar parlementslid van het departement Hauts-de-Seine. Sindsdien is hij altijd onbedreigd herkozen, altijd al in de eerste ronde, dat wil zeggen met meer dan 50procent van de stemmen.

Hij werd een vertrouweling van de partijleider en latere president Jacques Chirac die in le petit Nicolas zijn eigen gedrevenheid en culot herkende. In 1993 werd hij minister van de Begroting en woordvoerder van de regering onder zijn partijgenoot Edouard Balladur, die in cohabitatie met de socialistische president Mitterrand regeerde.

'Sarko' koos in 1995 voor Balladur als presidentskandidaat. Maar Jacques Chirac werd president, vergaf Sarkozy zijn 'verraad' niet en stuurde hem de woestijn in. Geen nood. Sarkozy bleef onvermoeibaar het land afreizen, kende alle partijafdelingen, was de lieveling van de militanten.

In 1997 beging Chirac de politieke blunder van zijn leven. Hij ontbond vervroegd zijn parlement, op aanraden van zijn directeur-generaal, de huidige premier Dominique de Villepin. Hij verkwanselde daarmee een enorme parlementaire meerderheid, en bracht voor vijf jaar de linkerzijde aan de macht.

De vele parlementsleden die hun zetel verloren hadden en de militanten waren razend. Chirac moest zich verzoenen met hun favoriet. In 1988 werd Sarkozy partijleider. Na Chiracs herverkiezing in 2002 werd Sarkozy een van de zwaargewichten van de regering, op Binnenlandse Zaken en, van eind 2003 tot juni 2005, op Economie en Financiën.

Sarkozy werd en bleef een van de populairste politici, ondanks zijn omstreden uitspraken, zoals over het 'racaille' in de banlieue. Hij boekte resultaten. Het aantal verkeersdoden werd gehalveerd, de criminaliteit werd teruggedrongen.

Maar vooral bracht Sarkozy een soort culturele revolutie teweeg. Hij doorbrak taboes, hij verkondigde de boodschap dat het zeer respectabel is om 'rechts' te zijn, zei dat men 'rechts kan zijn en een hart hebben'. Hij schaarde zich aan de kant van 'het Frankrijk dat vroeg opstaat' tegen de hedonistische erfenis van 'mei '68'.

Hij verdedigde de verzorgingsstaat, maar zei dat het onaanvaardbaar is dat mensen die werken nauwelijks meer verdienen dan uitkeringstrekkers, hij bepleitte een slankere maar efficiëntere staat die initiatief aanmoedigt in de plaats van versmacht, maar die ook optreedt om grote Franse bedrijven tegen buitenlandse overnames te verdedigen.

En geleidelijk aan keerde hij de rollen om. Hij werd de kandidaat van de verandering, terwijl de linkerzijde de behouder werd van de status-quo.

Door zijn gedrevenheid, die vaak als arrogantie overkwam, en zijn harde uitspraken heeft Sarkozy veel vijanden gemaakt. Alle andere kandidaten, van de uiterst-rechtse Jean-Marie Le Pen die, net zoals sommige websites in de banlieue, tekeer ging tegen 'de jood Sarkozy', via de centrist Bayrou en de socialiste Royal tot uiterst-links, voerden campagne tegen hem. En hij kreeg ook een goed deel van de Parijse pers en media tegen zich.

Nu hij de ambitie van een heel leven gerealiseerd heeft, kan Sarkozy het zich niet meer permitteren om zo polariserend over te komen. Hij moet nu tonen dat hij de president van alle Fransen is.

Mia Doornaert

Bron : De Standaard, 07-05-2007.

Posted by NovaCivitas at 10:53 pm | Comments (0) | Druk deze pagina

9 november 2006

Rumsfeld hangt sabel aan de haak

D-Rumsfeld.JPG In de nasleep van de Amerikaanse parlementsverkiezingen heeft George W. Bush zijn defensieminister opgeofferd. Dit komt niet geheel als een verrassing. Velen riepen al lang om het ontslag van de oude sabelvreter Donald Rumsfeld (foto).

'Resign, Rumsfeld'', titelde The Economist op 6 mei 2004. Bij die klare boodschap op de voorpagina van het Britse weekblad stond een net publiek geworden foto van een Irakees met een kap op, in de Abu Ghraib-gevangenis. Niet alleen moet iemand politiek verantwoordelijk zijn voor die praktijken begaan door een leger dat in Irak de ,,hearts and minds'' kwam veroveren, aldus The Economist . Maar bovendien was het Donald Rumsfeld (74) die, meer dan wie ook, voor de regering-Bush nieuwe definities uitvond van toegestane foltering. En die uitlegde waarom de conventies van Genève plots niet meer golden.

Dat was 2004. Rumsfeld nam geen ontslag. President George Bush won later dat jaar opnieuw de presidentsverkiezingen en - tegen de verwachting van velen - bleef Rumsfeld ook daarna VS-minister van Defensie, de oudste ooit.

Donald Rumsfeld is een ware oudgediende. Hij werd geboren in 1932 in de staat Illinois, in een familie die enkele generaties tevoren nog ,,Rumpsfeld'' had geheten en uit Duitsland was geëmigreerd.

Hij deed zijn legerdienst als piloot in de Navy en begon daarna, in 1957, te werken als politiek assistent voor een parlementslid. Rumsfeld werd zelf de eerste keer verkozen in het Congres in 1962, toen hij dertig was. Vanaf 1969 diende hij in diverse functies onder president Richard Nixon.

Aan Nixon worden de quotes toegeschreven: ,,At least Rummy is tough enough'' ('Rummy' is tenminste hard genoeg) en ,,He's a ruthless little bastard. You can be sure of that'' (hij is een meedogenloos smeerlapje, daarvan kan je zeker zijn).

Rumsfeld werd in 1975 tot 1977 al een eerste keer minister van Defensie - toen als jongste ooit. In de jaren tachtig bekleedde hij diverse functies onder president Ronald Reagan. Rumsfeld bracht onder meer, als speciale gezant in het Midden-Oosten, in 1983 een bezoek aan de Iraakse dictator, Saddam Hoessein, toen nog gesteund door de VS.

Als vooraanstaande neoconservatief en oudgediende van zoveel Republikeinse presidenten, werd Rumsfeld begin 2001 aangezocht om de nieuwe president George Bush jr. bij te staan op het cruciale departement van Defensie - dat nog belangrijker werd nadat Bush zich na de aanslagen van 11 september 2001 en de oorlogen in Afghanistan en Irak omturnde tot ,,oorlogspresident''.

In de aanloop naar de oorlog in Irak was het Rumsfeld die mee de sfeer verzuurde door te sneren naar een Old Europe en een New Europe . Het ontlokte de toenmalige Spaanse premier, José Maria Aznar, nochtans een trouwe bondgenoot, de verzuchting dat ,,ministers van Defensie wat minder zouden moeten praten''.

Maar Rumsfeld bleef koel en vastberaden, ook bij een emotionele uitval van de toenmalige Duitse minister Joschka Fischer - ,,hoe kan ik mijn bevolking een oorlog verkopen waarin ik zelf niet geloof?''

De oorlog in Irak werd bij uitstek Rummy's War . Hij koos het doelwit uit, maakte de plannen, zond een te kleine troepenmacht uit en beging de fouten, zo maakte een groep ontevreden Amerikaanse generaals nadien de rekening.

Maar ondanks de toenemende kritiek kwam vanuit het Witte Huis steeds nadrukkelijker de boodschap: ,,De president vindt dat de minister een fantastische job doet in bijzonder moeilijke tijden.''

Onlangs analyseerde Michael O'Hanlon, militair analist van het Brookings Institution, die defensieve positie nog als volgt: ,,Als Bush Rumsfeld de laan uitstuurt, bekent hij in feite dat hij mislukt is als president.''

Bush zei gisteren dat hij al een tijd met Rumsfeld aan het praten was over een ,, fresh perspective ''.

Jorn De Cock en Evita Neefs

Bron : De Standaard, 09-11-06.

Posted by NovaCivitas at 11:28 am | Druk deze pagina

9 juni 2006

Lebensraum

admadinejad.jpg Over welk tovermiddel beschikt de Iraanse president Ahmadinejad? Het lijkt ongelofelijk, maar een aantal maanden geleden werd hem verboden uranium te verrijken en kwam een duidelijk ultimatum op tafel. Dat ultimatum is verlopen. Sterker nog: in de geheime afspraken die deze week zijn gemaakt mag het land wél uranium verrijken, zij het ‘onder stricte voorwaarden’. Dat is de wereld op zijn kop. Ik vermoed dat het tovermiddel van Iran hetzelfde middel is als waarover Hitler kon beschikken in de tijd vlak voor de oorlog: inspelen op de angst van de tegenstander.

In november 1937 stelde Hitler zijn ‘recht’ op meer Lebensraum aan de orde. Uitbreiding van Duitsland middels Anschluss van Duitstalige gebieden was in zijn ogen slechts mogelijk door gebruik van geweld, op een manier en tijdstip dat de Führer bepaalde. Hierin klinkt het gebral door van Ahmadinejad, die vindt dat Iran het ‘recht’ heeft op een eigen atoomprogramma; deze week maakte hij opnieuw duidelijk dat zijn land dat recht nooit zal opgeven.[1] Hitler vond een inval in Sudentenland volstrekt gerechtvaardigd als ‘voorwaarde’ om oorlog te voorkomen. Engeland en Frankrijk hadden helemaal geen trek in een oorlog en Italië was er nog niet aan toe. Hoe vergelijkbaar met het heden: de West-Europese landen moeten er niet aan denken in oorlog te komen met een land als Iran. Het zou wel eens kunnen zijn dat er dan minder olie naar ons werelddeel komt en dan wordt een nieuwe oliecrisis aanleiding tot allerlei ‘nare’ ontwikkelingen. Kortom: de angst om in een oorlog verzeild te raken zit diep.

Bovendien was een deel van de Engelse overheid in de volstrekt naïeve veronderstelling dat het met de aanvalsmentaliteit van Hitler wel meeviel. Zo sprak premier Chamberlain op 27 september de nu ongelofelijk in de oren klinkende woorden voor de BBC-radio: "How terrible, fantastic, incredible it is that we should be digging trenches and trying gas-masks here, because of a quarrel in a far-away country between peoples of whom we know nothing. It seems still more impossible that a quarrel which has already been settled in principle should be the subject of war." De analogie met de huidige Iran-crisis moge duidelijk zijn. Ahmadinejad beweert dat hij ‘misverstanden over Iran in de internationale arena’ wil oplossen, omdat het Westen de wensen van Iran niet begrijpt. Churchill begreep Duitsland wel, maar in eerste instantie wilde niemand luisteren. Het kon toch niet waar zijn?

Getuigen hebben verklaard hoe Hitler tijdens de Conferentie van München, waar beslist werd over het lot van Tsjecho-Slowakije, zijn tegenstander bespeelde. Hitler stelde zich tegenover Chamberlain bikkelhard op, om te tonen dat met hem niet te spotten viel. Samen met Mussolini zat hij letterlijk in het midden van een zaal en bleef op zijn stoel zitten tot Chamberlain bereid was naar hém toe te komen. De hoffotograaf nam van dit psychologische gebeuren direct een foto en zorgde ervoor dat heel Duitsland binnen de kortste keren wist dat de Führer opnieuw het stralende Mittelpunkt was van een grootse politieke overwinning. Net als Hitler bespeelt Ahmadinejad de eigen media meesterlijk en weet de bevolking achter zich te krijgen middels propaganda. Iran kent geen enkele democratie en stelt, al agressieve taal uitslaand, de eisen in de onderhavige crisis en laat de onderhandelaars naar Iran komen. Ahmadinejad heeft overduidelijk gemaakt dat hij wat inhoudelijke visie betreft geheel in lijn met Hitler staat: Endlösung van Israël en opbouw van een dodelijk militair apparaat om dat doel te bereiken. De nieuwste raketten kunnen zelfs West-Europese landen bereiken. Achteraf zal men nooit kunnen zeggen dat we het niet hebben geweten.

Ondertussen verrijkt Iran rustig door. Overal worden sporen ontdekt die het vermoeden van het Westen bevestigen. De schattingen wanneer het land over de eerste eigen atoombom kan beschikken lopen uiteen, maar overduidelijk is dat dit de primaire doelstelling van de islamitische dictatuur is. In allerlei gangen, krochten en bunkers wordt gewerkt aan de droom van Ahmadinejad: de bom die Israël en iedere andere vijand van de kaart zal vegen. Iedere diplomatie, elk overleg wint tijd. Teheran is bereid willekeurig welk document, rapport of convenant te ondertekenen om ondertussen de centrifuges door te laten draaien. De angst en onbeschrijfelijke naïviteit van het Westen zorgen ervoor dat het doel steeds dichterbij komt. Ahmadinejad’s tovermiddel is sterk. Enige schrale troost voor de bevolking van Iran is dat we weten hoe het met Herr Hitler afliep. Helaas kostte het wel vijf jaar lang strijd op leven en dood met miljoenen slachtoffers als tol. Nie wieder.

Lucas Hartong


Bron : Open Orthodoxie, 9 juni 2006.

Posted by NovaCivitas at 09:08 pm | Druk deze pagina

8 april 2006

Het woedende volk wil breuk met het verleden

fransekaart1a.jpg Frankrijk beleeft met de opstand van jongeren en studenten zijn derde crisis in een jaar, vindt de een. Volgens een ander is er sprake van één grote crisis. Velen zijn al bezig met La France d’après, van na Chirac. Een bijdrage van Fokke Obbema in de Volkskrant

In de Salle des quatre colonnes, de zaal van de vier zuilen, overheerst na lunchtijd de hectiek. De parlementariërs druppelen na een goede maaltijd de Assemblée Nationale binnen en worden overvallen door tientallen cameralieden, journalisten met microfoons en bloknootjes. De crisissfeer in het land vertaalt zich in grote opwinding, toegespitst op de vraag: blijft premier Villepin wel of niet?

Vooral gewild bij de media blijken Hervé Mariton, de 47-jarige afgevaardigde uit de Zuid-Franse Drôme en een fel verdediger van de premier, en de 43-jarige Nicolas Dupont-Aignan, de partijgenoot die Villepin openlijk afvalt. Voor de camera’s geven ze hun prognoses. ‘Villepin piekert er niet over op te stappen’, verzekert Mariton. Woorden die de premier zelf ook nog eens zal herhalen. ‘Maar dit verhaal krijgt nog een staartje’, voorspelt Dupont-Aignan.

Weg van de camera’s blijken beide prominente leden van regeringspartij UMP wel in te willen gaan op een onderwerp dat de politieke waan van de dag overstijgt: de toestand waarin hun land zich bevindt. Frankrijk heeft drie crises binnen een jaar doorgemaakt: het ‘nee’ tegen de Europese Grondwet in mei; de rellen in de banlieues, die met de noodtoestand werden bedwongen in november; en dan nu de massale demonstraties tegen een ontslagrecht voor jongeren, die premier Villepin aan het wankelen hebben gebracht.

‘Het land wordt geregeerd door leiders die het volk minachten. Dat neemt dan wraak en worden gewelddadig. Vergeet niet dat het volk in dit land Lodewijk XVI heeft onthoofd’, zegt Dupont-Aignan.

In zijn ogen verkeert Frankrijk in een ‘pre-revolutionair’ stadium. Vooral sinds het referendum over de Grondwet, toen Dupont-Aignan als een van de weinige UMP-politici voor de ‘nee’-stem pleitte, is volgens hem de volkswoede gegroeid. ‘Ik hoor dat voortdurend om me heen. Want de mensen zien heus wel dat er niets is veranderd. Dat we nog steeds een regering hebben die in Brussel capituleert.’

Hoe het verder gaat? ‘Je kunt je van alles voorstellen. Bij de presidentsverkiezingen van 2002 hadden we in de tweede ronde extreemrechts tegenover rechts. Het zou me niets verbazen, wanneer je straks extreemlinks tegenover extreemrechts krijgt. De economische crisis is groot, het onderwerp van de immigratie is taboe verklaard en de regering klampt zich vast aan haar eigen zekerheden zonder maar een moment naar de mensen te willen luisteren.’

Zijn tegenpool in het Villepin-debat, Hervé Mariton, noemt de crisis ‘zeer diep en zeer serieus’. Hij begint met een anekdote over de phone-in die hij op FUN-radio heeft gedaan. ‘Al die luisteraars die ik aan de lijn kreeg, zijn tegen het kapitalisme! Ze willen later helemaal geen arbeidscontract, want dat vinden ze eng, ze willen de status van ambtenaar.’

Hij signaleert het gevaar voor politici om de massale demonstraties van scholieren en jongeren op te vatten ‘als een ritueel, als iets wat iedere generatie jongeren doet. Dat zou een onderschatting van de tragiek en de geladenheid ervan zijn’, meent hij.

Maakt zoveel verzet het land niet onregeerbaar? ‘Ach, het land moet hoe dan ook geregeerd worden. En hoe moeilijk het ook is, er zijn nog altijd genoeg kandidaten’, knipoogt hij, terwijl hij naar een wachtende tv-ploeg doorschuifelt.

Het opgewonden bal van cameraploegen en politici wordt met een afstandelijke lachje aanschouwd door Patrick Roger, een parlementair journalist van dagblad Le Monde, die in de chaos van de Salle des quatre colonnes handig zorgt voor zijn onderonsjes met de politici die er toe doen.

In zijn ogen heeft zijn land niet drie crises binnen een jaar beleefd, ‘maar één grote: die is begonnen in 2002, toen Le Pen tot de tweede ronde van de presidentsverkiezingen doordrong. Chirac is toen verkozen, terwijl hij maar 19 procent van de stemmen in de eerste ronde haalde. Sindsdien is er een president zonder legitimiteit bij het volk. Dat is er steeds meer van overtuigd dat de politiek niet luistert.’

Anders dan Dupont-Aignan ziet hij de toekomst niet zo somber in. ‘Wat we nu beleven is het einde van een regime, dat komt nog eens bovenop de sociale crisis. Maar er komt een generatiewisseling aan, met politici als Nicolas Sarkozy (de UMP-voorzitter die kandidaat is voor de opvolging van Chirac) en Ségolène Royal (mogelijk de kandidate voor de Parti Socialiste). Zij zijn geen heiligen, verre van dat, maar zijn wel in staat te luisteren’, zegt Roger.

Ook alle oproer duidt hij positief: ‘Ik zie het als een vraag om meer politiek. De jongeren willen antwoorden op hun vragen over werk en opleiding. Ik ben het niet eens met al die buitenlanders die de Franse jeugd maar afschilderen als mensen die alleen maar ‘nee’ zeggen.’

In een gebouw aan de achterzijde van het parlement, oreert Nicolas Sarkozy in een bomvolle zaal met UMP-leden over ‘la France d’après’, het Frankrijk na Chirac. De leuze is een maar net betamelijke verwijzing naar het einde van een tijdperk, dat de UMP-voorzitter niet snel genoeg kan komen. In zijn toespraak heeft hij het over ‘de uitputting’ waaronder Frankrijk lijdt, na de dubbele crisis van de voorsteden en die van het ontslagrecht voor jongeren: ‘Ons model van integratie en ons sociale model hebben gefaald. Onze principes zijn goed, daar mankeert niks aan, maar de resultaten ontbreken.’ Dus afficheert Sarkozy zich voor 2007 als de man van ‘la rupture’, de man van ‘de breuk’ met het verleden. Dat is wat de kiezers boven alles willen.


Fokke Obbema
Vrijdag 7 april 2006
De Volkskrant

Posted by NovaCivitas at 01:07 pm | Comments (0) | Druk deze pagina

16 februari 2006

Be prepared for the real holocaust !

verhofstadtholocaust.jpg We mogen niet lachen met de profeet Mohammed. Dat vinden althans enkele duizenden radicale moslims die vlaggen en gebouwen in brand steken om hun ongenoegen te uiten tegenover enkele cartoons die in het westen werden gepubliceerd. Wat ze eisen is niet meer of niet minder dan een (wettelijke) beperking van de vrijheid van meningsuiting, een van de fundamentele liberale grondrechten. Eeuwenlang hebben onze voorouders gevochten om onder het juk van de katholieke kerk te geraken, om niet langer bedreigd te worden omwille van hun persoonlijke mening en om alle boeken te mogen lezen die ze wilden. Die vrijheid hebben ze grondwettelijk afgedwongen. Het maakt van mensen mondige en kritische burgers die zich niet neerleggen bij dogma’s en oekazes van politieke of religieuze leiders. Het laat mensen toe om te geloven waarin ze willen en hoe ze hun levensplan willen invullen. De vrijheid van meningsuiting vormt samen met de scheiding van kerk en staat, de gelijkwaardigheid van alle mensen en het recht op zelfbeschikking de kern van onze democratie. Daar mag onder geen enkel beding aan geraakt worden. In die zin moeten we elke vraag of eis voor een inperking van de vrije meningsuiting verwerpen.

Het kan goed zijn dat moslims zich gekwetst voelen door dergelijke cartoons. Evenzeer voelen christenen en joden zich beledigd als hun symbolen bekritiseerd worden. En worden ongelovigen en atheïsten verketterd omwille van hun gebrek aan godsvrucht. Kwetsen is juist een belangrijk onderdeel van elke democratie. Een democratie bestaat alleen maar door de geweldloze confrontatie van ideeën, het verschil van geloof en overtuiging, de bestrijding van bepaalde opvattingen en de discussie met andersdenkenden. Een democratie is alleen mogelijk als men tegengestelde meningen toelaat en die via een vrije, onafhankelijke pers aan bod laat komen. Het is opvallend dat het protest komt uit landen die geen democratieën zijn, geen persvrijheid kennen en omwille van politieke of religieuze redenen geen afwijkende meningen toelaten. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat in dictatoriale landen als Syrië, Iran, Pakistan en Afghanistan georganiseerd protest komt tegen onze vrije meningsuiting. Hun leiders vinden het prima dat men tegen de door ons geprezen vrijheid van meningsuiting protesteert, net omdat ze zelf die vrijheid niet willen en kunnen tolereren.

De vrijheid van meningsuiting is een kostbaar maar ook kwetsbaar goed. Het betekent niet dat men alles mag zeggen. De wet staat geen laster of eerroof toe, geen racisme of negationisme. Dat zijn bepalingen die heel duidelijk maken waar de grenzen van die vrijheid liggen. En daar zijn in het verleden ook processen rond gevoerd. In de loop van de voorbije jaren zijn er diverse uitspraken geweest waarbij overtreders op basis van deze wetgeving veroordeeld of vrijgesproken werden, maar steeds strookte dit met het algemeen rechtvaardigheidsgevoel in onze samenleving. Wat nu gevraagd, of liever geëist, wordt is echter ongezien en maatschappelijk onaanvaardbaar. Het gaat hier immers om een grondrecht dat ons als burgers beschermt tegen aanvallen van religieuze groepen, leiders en andersdenkenden. Als we dit zouden loslaten, als we hierop ook maar het minste zouden toegeven dan leveren we ons over aan interpretaties, aan dogma’s aan fundamentalisme.

Opvallend waren de reacties van onze allochtone politieke vertegenwoordigers op de gewelddadige reacties in het buitenland. Zogenaamde progressieven als Fouad Ahidar (Spirit) en Meyrem Almaci (Groen) uitten hun reserves over de draagwijdte van de vrije meningsuiting en stelden zich de vraag of ‘kwetsen’ wel kan in een democratie. Wat een bekrompenheid? Wat een negatie van onze democratische waarden? Wat een capitulatie voor een belangrijk aspect van onze vrijheid? Een klare stem kwam van Mimount Bousakla (SP.A) die onomwonden stelde dat ‘alles mag en alles kan’. Een heldere uitspraak die duidelijk maakt dat men de vrijheid van meningsuiting niet een beetje kan inperken omdat een groep mensen of hun leiders vinden dat ze het niet eens zijn met iemands uitspraken. In plaats van bij ons een inperking van de vrije meningsuiting te bepleiten, zoals sommige vertegenwoordigers van Spirit en Groen voorstellen, zou men moeten opkomen voor het recht op vrije meningsuiting in die landen waar de meest elementaire rechten geschonden worden, waar andersdenkenden onderdrukt worden, en waar ongelovigen en atheïsten met de dood bedreigd worden.


Extreemrechtse politici wrijven zich de voorbije dagen in de handen. Zij waarschuwen immers al lang tegen het fundamentalisme binnen de moslimwereld en klagen hun intolerantie en dogmatisme aan. Nu staan ze op de eerste rij om te protesteren tegen de reacties van moslims op de Deense cartoons. Hun verontwaardiging is echter selectief en derhalve ongeloofwaardig. Enkele weken terug klaagde Vlaams Belang kamerlid Francis Van den Eynde nog de directie van het Nieuwpoorttheater aan naar aanleiding van de opvoering van het toneelstuk Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen. Daarbij werd een affiche getoond van Maria met een ontblote borst. Voor het Vlaams Belang was dit in strijd met het ‘christelijke’ Vlaanderen. ‘Het is overduidelijk dat dit alles voor vele Vlamingen, christelijk of niet, zeer pijnlijk overkomt’, zo schreef Van den Eynde. Deze selectieve verontwaardiging staat haaks op het liberalisme. Liberalen geloven in de vrijheid van expressie en aanvaarden geen enkele inperking ervan. Extreemrechts erkent alleen kritiek op de islam en niet op het christendom. Het essentiële verschil tussen liberalen en extreemrechts is dat de eersten opkomen voor de vrijheid van elk individu. Extreemrechts is - net als de radicale moslims - niet uit op een versterking van de individuele vrijheid of de gelijkwaardigheid van elke mens, maar wil vreemdelingen, andersdenkenden, vrouwen en homoseksuelen onderwerpen aan hun bedenkelijke waarden en tradities.

Tijdens een protestbetoging in Londen tegen de cartoons hield een gesluierde moslima een bordje omhoog met de tekst ‘Be prepared for the real Holocaust’. Een onvoorstelbaar gruwelijke tekst. In de loop van de Tweede Wereldoorlog werden zes miljoen joden uitgemoord, een drama dat werd aangeduid met het begrip ‘Endlösung’. Nu dreigen radicale moslims om een massamoord uit te voeren op andersdenkenden. Dit ligt volkomen in de lijn van toonaangevende islamitische leiders zoals Osama Bin Laden en Ayman Al Zawahiri die het ‘decadente’ westen willen vernietigen, van de Taliban die oproepen doen tot een nieuwe heilige oorlog, en van de Iraanse president Mahmoed Ahmadinejad die Israël van de kaart wil vegen. Let op het woord ‘real’. Het zegt tegelijk dat de jodenuitroeiing onder de nazi’s niet heeft plaatsgevonden en dat de ‘ongelovigen’, ‘andersdenkenden’ en vooral de joden er nu wél aan moeten geloven. Ook hier loopt een band tussen radicale moslims en extreemrechts. Op internationale bijeenkomsten staan ze in hun virulente antisemitisme zij aan zij. Zoals in Moskou in 2002 waar zowel de radicale islamist Ahmed Rami als de extreemrechtse Bulgaar Volen Siderov – een geestesgenoot van het Vlaams Belang en met wie Marie Rose Morel zo graag op de foto staat – samen hun banbliksems tegen de joden verkondigden.

In feite komt al die commotie voor de Deense cartoons – die eigenlijk al verschenen in de maand september – de radicale moslims nu goed uit. Het maskeert de onaanvaardbare praktijken die in tal van de moslimdictaturen gaande zijn. De (georganiseerde) rellen komen er op het moment dat Hamas, die de Palestijnse verkiezingen won, weigert om haar terreur af te zweren en het bestaansrecht van de staat Israël te erkennen. Op het moment dat Iran weigert om experts van het Internationaal Atoom Agentschap toe te laten en haar nucleair programma absoluut wil doorzetten. Op het moment dat diverse islamitische staten opnieuw de sharia invoeren. Op het moment ook dat steeds meer moslimvrouwen in opstand komen tegen hun onderdrukte positie in het gezin en de samenleving. De furieuze reactie van radicale moslims tegen enkele flauwe cartoons is veel meer dan een uiting van ‘gekrenkte eer’. Het demonstreert het enorme belang dat de radicale mannelijke moslims hechten aan de letterlijke interpretatie van hun ‘heilige’ teksten. Het toelaten van de minste kritiek of interpretatie zou immers hun machtspositie, vooral ten aanzien van de vrouwen, ondermijnen, en dat willen ze kost wat kost vermijden.

Dirk Verhofstadt

De auteur is kernlid van de denkgroep Liberales. Deze tekst verscheen oorspronkelijk op hun site.

Posted by NovaCivitas at 12:33 pm | Comments (1) | Druk deze pagina

13 januari 2006

Frankrijk in vrije val

villepinpetit.jpg De volgende bijdrage is van de hand van Hans Labohm, van wie er regelmatig wel eens iets verschijnt op deze blog. Deze keer heeft hij het niet over klimatologie, maar over een aantal evoluties in Frankrijk.

In een vorig leven werkte ik in Frankrijk. Daar woonden we in een lieflijke vallei in een voorstadje van Parijs, dicht bij Versailles. Aangezien het een kleine gemeenschap was, kon de burgemeester nauwe contacten onderhouden met de burgers, hetgeen werd vergemakkelijkt door het feit dat hij tevens de plaatselijke huisarts was. Gedurende onze ontmoetingen hadden we het ook vaak over politiek. Ik vertelde hem eens dat ik onder de indruk was van het niveau van de Franse politici. Ik voegde daaraan toe dat ik vooral veel bewondering had voor hun intellectuele benadering en de linguïstische virtuositeit waarmee zij de subtiliteiten van hun politieke boodschap over het voetlicht wisten te brengen. Velen van hen hebben boeken geschreven, hetgeen zeldzaam is in andere landen. In het daarop volgende kwartier kreeg ik spijt van wat ik had gezegd, want de burgemeester/dokter werd erg boos op mij. Ik kreeg een filippica tegen de politieke klasse in Frankrijk over mij heen, die, naar het oordeel van de burgervader, geen gevoel meer had voor de vele problemen waarmee de Franse samenleving worstelde en die zich had losgezongen van de werkelijkheid door politieke correctheid en het najagen van de eigen belangen.

De herinnering aan dit voorval kwam weer in mij boven toen ik onlangs ‘La France qui tombe’ las van Nicolas Baverez. Baverez is een praktizerend advocaat en econoom en maakt deel uit van de Franse ‘establishment’. Toch is hij een fel criticus van de manier waarop Frankrijk wordt bestuurd, die naar zijn mening de belangrijkste oorzaak is van de achteruitgang van het land. Daarbij dient echter te worden aangetekend dat ‘soul-searching’ over de plaats van Frankrijk in de wereldpikorde een populair tijdverdrijf is onder Franse intellectuelen. Daarom veroorzaakt deze in het algemeen weinig opschudding. Echter, deze keer ging het anders omdat Bavarez rechts is en werd geacht aan de kant van de regering te staan. Zijn boodschap vond veel positieve weerklank binnen de gevestigde orde. Derhalve waren de huidige politieke machthebbers sterk in verlegenheid gebracht door het boek.

Maar waarom zou rechts moeten klagen? Immers, tijdens de laatste presidentiële verkiezingen in april 2002 behaalde het de overwinning - geheel onverwachts overigens. Maar toch is rechts ontevreden omdat er niets is veranderd. Dat is de reden dat critici de (toenmalige) premier, Raffarin, de bijnaam ‘Ra-fera-rien’ (Frans voor: ‘Ra die niets zal doen’) hadden gegeven.

De centrale boodschap van Bavarez is dat er een harde kern bestaat van zowel linkse als rechtse elites, bestaande uit politici, hoge ambtenaren en vakbewegingsbonzen, die maar één doel voor ogen heeft: het handhaven van het huidige rigide sociale étatistische systeem in Frankrijk, dat het behoud van hun banen en status verzekert. Hun consensus overstijgt de verschillen tussen de belangrijkste politieke partijen. Maar Bavarez is van mening dat dit systeem niet in staat is om de uitdagingen van een moderne geglobaliseerde wereldeconomie het hoofd te bieden. Daarom bepleit hij een schoktherapie voor Frankrijk.

Bavarez wijst erop dat Frankrijk vanaf het begin van de jaren tachtig achteruit is gegaan, omdat het niet in staat was zich te moderniseren. In die periode daalde de economische groei van 3% tot 1,8%, terwijl de produktiviteitsgroei afnam van 4,2% per jaar tot 1%. Daarom is Frankrijk de enige ontwikkelde economie die gedurende een kwart eeuw een werkloosheidsniveau heeft gekend van meer dan 9% van de actieve bevolking, terwijl 20% van de potentiële beroepsbevolking is uitgesloten van de arbeidsmarkt. De participatiegraad is de laagste van het gehele OESO-gebied: 58%, waarvan 48% voor de particuliere sector.

Tegelijkertijd heeft men de controle over de openbare financiën verloren. De accumulatie van begrotingstekorten (4,1% van het BBP in 2003) heeft tot een explosie van de overheidsschuld geleid, die binnenkort zo’n 1000 miljard euro (62% van het BBP tegen 23% in 1980) zal bereiken.

Deze vicieuze cirkel is te wijten aan structurele factoren. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de VS, is Frakrijk niet in staat gebleken om om te gaan met de risico’s van een open samenleving. Een groot deel van de middelen wordt besteed aan de financiering van de publieke sector (14,5% van het BBP) en sociale overdrachtsuitgaven (22,5% van het BBP). Dat gaat ten koste van de investeringen (2,5% van het BBP).

De teloorgang van de ondernemingssector werd gekenmerkt door vele faillissementen. Sinds 1975 is de helft van het aantal arbeidsplaatsen in de industrie verdwenen, waarbij de traditionele industriële ‘fleurons’ bijzonder kwetsbaar zijn gebleken. Die zijn overgenomen door buitenlandse concurrenten (bijv. Pechiney), of moesten uitstel van betaling aanvragen (zoals Vivendi, France Telecom and Alstom). Ernstiger nog dan de kapitaalbalans, waarvan de uitstroom twee maal zo hoog is als de instroom, is de breinvlucht. Het onderzoekspotentieel verdwijnt. Het aandeel van Frankrijk in het totaal aantal patenten wereldwijd is gedaald van 8,8% in 1985 tot 6% thans.

Volgens Bavarez manifesteert de crisis zich niet alleen in Frankrijk, maar strekt zij zich ook uit tot andere Europese landen. Omdat Europa niet in staat en/of bereid is om haar verzorgingsstaat te herstructureren, heeft zij in feite gekozen voor lage groei en massawerkloosheid. Het resultaat is dat sinds 1990 de kloof tussen de levensstandaard in Europa en die in de Verenigde Staten, weer is toegenomen. In 1945 bedroeg het Europese BBP per hoofd 50% van dat in de VS. In 1990 was dit percentage gestegen tot 80%, maar daarna daalde het tot 65% in 2002. Voor de nabije toekomst dient rekening te worden gehouden met bedreigingen, zoals de vergrijzing van de Europese bevolking, de groeiende technologische kloof ten opzichte van de VS en Japan, alsmede de versterkte concurrentie van de Europese industrie en handel door Azië, in het bijzonder China dat zich ontwikkelt als de werkplaats van de wereld.
Bavarez beschuldigt de Franse overheid van schizofrenie. Volgens de officiële beleidsretoriek wordt prioriteit gegeven aan een snelle modernisering van de particuliere sector. Maar in werkelijkheid blijft de publieke sector groeien, afgeschermd van concurrentie en druk om tot produktiviteitsverbetering te komen.

Bavarez betreurt dat dit alles tot een marginalisering van Frankrijk in Europa en de wereld heeft geleid. Daarom gelooft hij dat het de hoogste tijd is om tot actie over te gaan en afstand te nemen van verouderde utopistische plannenmakerij. De verstarring en het corporatisme dienen te worden aangepakt. Daarenboven dienen de vele taboes te worden doorbreken, vooral ten aanzien van het excessieve systeem van sociale bescherming, de vakbonden en ‘progressieve’ ideeën meer in het algemeen.

De introductie van de 35-urige werkweek door de vorige linkse regering onder premier Lionel Jospin - een voormalig Marxist van Trotskistische signatuur - biedt misschien de meest actuele en onthutsende illustratie van wat er mis is met het economisch beleid in Frankrijk. Door sommigen werd deze maatregelen als een triomf van de ideologie over de rede gekwalificeerd. Enige jaren geleden verscheen dit linkse politieke stokpaardje op het Franse toneel, in een periode dat het reeds in andere landen in naar het abattoir was gebracht. De socialistische regering beweerde dat arbeidstijdverkorting tot meer banen zou leiden. Maar de werkloosheid bleef hoog. Door hun ideologische verblinding hadden de Franse beleidsmakers geen acht geslagen op de ervaringen met arbeidsverkorting elders in Europa. Andere landen hadden het reeds geprobeerd met hetzelfde resultaat: per saldo een verlies aan banen.

Misschien is Nicolas Bavarez iets te kritisch ten aanzien van de huidige Franse regering omdat deze pogingen in het werk stelt om de verkorting van de werkweek weer ongedaan te maken. De regering is ervan overtuigd dat de 35-urige werkweek een financiële ramp is, die de staat jaarlijks zo’n 15 miljard euro kost als gevolg van toenemende sociale lasten, zonder dewelke Frankrijk onder het begrotingstekort-plafond van 3% van het BBP van het Stabiliteitspact zou zijn gebleven. De regering wil er dus van af, maar de vakbeweging biedt weerstand.

Echter, de discussie over de 35-urige werkweek is slechts één symptoom van de Franse ziekte. Er dient nog veel meer te worden gedaan. Maar volgens Bavarez ontbreekt het de Franse regering aan een geloofwaardige geïntegreerde visie om de problemen aan te pakken.

Zou een injectie met een flinke dosis Yankee kapitalisme wellicht uitkomst kunnen bieden?

H. Labohm

Bron : www.libertarian.nl.

Posted by NovaCivitas at 12:30 am | Druk deze pagina

1 januari 2006

Zaak-Pamuk : Ook cafébaas beledigt Turkse staat

wus169.jpg Het Turkse strafrecht werd een half jaar geleden veranderd om, wat de vrijheid van meningsuiting betreft, beter aan te sluiten bij de Europese Unie. Maar die poging dreigt verkeerd uit te pakken.

De wettenmakers konden het toch niet laten om artikel 301 te schrijven, dat het beledigen en kleineren van de Turkse identiteit, de staat en het leger strafbaar stelt. In korte tijd is dit artikel in een octopus veranderd, die met de dag meer personen dreigt te wurgen. Naast Turkse schrijvers en journalisten zijn nu europarlementariërs en zelfs bareigenaren aan de beurt.

„Dit artikel 301 begint voor het imago van Turkije net zo schadelijk te worden als de film Midnight Express”, aldus Abdullah Gül, minister van buitenlandse zaken. Deze roemruchte film handelt over een Amerikaan die wegens drugssmokkel tot dertig jaar cel wordt veroordeeld en in de Turkse gevangenis folteringen ondergaat. Premier Tayyip Erdogan wil echter nu nog niet ingrijpen. Hij wil eerst de vonnissen van de rechtbanken afwachten. Interpretaties van de rechters die in het voordeel uitpakken van de aangeklaagden kunnen een verandering van het artikel overbodig maken. Maar is het wel verstandig om te wachten?

De extreem-nationalisten, felle tegenstanders van de EU, hebben namelijk dit artikel omarmd. Onder leiding van advocaat Kemal Kerincsiz slepen ze iedereen voor de rechter die kritiek heeft op de ’nationale waarden’, het leger en de staat.

In een paar maanden heeft Kerincsiz een conferentie over de Armeense genocide laten uitstellen (nationalisten ontkennen deze volkerenmoord van begin vorige eeuw) en hij heeft onder anderen de schrijver Orhan Pamuk, de Armeense journalist Hrant Dink en de intellectueel Murat Belge aangeklaagd. En vorige week diende hij een verzoekschrift in bij de openbare aanklager voor een onderzoek tegen europarlementarier Joost Lagendijk van GroenLinks. Die had in een toespraak kritiek geuit op het Turkse leger.

Nedim Aydemir, advocaat en publicist, zegt: „Dit is te gek voor woorden. Ik snap niet waar de regering nog op wacht. De premier ziet helaas niet in dat dat hele artikel 301 niet deugt. Hoe kun je praten over ’het kleineren en beledigen van de Turkse identiteit’? In dit land leven ook Koerden en Armeniërs. Is het dan wel toegestaan op hen te schelden? Deze slechte wet moet aangepast worden.”

Kerincsiz en zijn vrienden hadden tot nu toe 22 mensen aangeklaagd. Gisteren werden ook nog eens negen bareigenaren voor de rechter gesleept wegens ’het beledigen en kleineren van de staatsorganen’. Ze hadden onlangs met spandoeken tegen de politie gedemonstreerd die het uitbaten van bars onmogelijk zou maken. Aangezien de politie ook een belangrijk onderdeel is van de Turkse staat moeten de cafébazen voor de rechter verschijnen.

Aydemir: „Toch is het, denk ik, ook goed dat de extreem-nationalisten zoveel mensen aanklagen. Op deze manier wordt heel snel duidelijk hoe belachelijk dit artikel is. Hopelijk gooit de regering het zo snel mogelijk in de prullenbak.”

Erdal Balci

Dit artikel verscheen eerder in "Trouw" (31-12-2005)

Posted by NovaCivitas at 08:46 pm | Druk deze pagina

19 december 2005

Duitse Salonsocialisten

schroederdrinkt.jpg De politiek is een lucratieve bezigheid: niet alleen zijn de secundaire arbeidsvoorwaarden zoals wachtgeld uitstekend geregeld voor parlementsleden, burgemeesters, ministers enzovoorts, ook bouw je als je zoveel macht hebt om dingen gedaan te krijgen al vrij snel een aardig netwerk op om na je politieke loopbaan in een mooi baantje te belanden. Denk aan oud-premier Wim Kok, of denk aan al die mensen die plaats nemen in allerhande goedbetaalde commissies, zoals Paul Rosenmoller, Jos van Kemenade, enzovoorts, enzovoorts.

Wanneer deze mensen van linkse snit zijn, noemen we ze ook wel 'salonsocialisten'. In Duitsland kennen ze deze term niet, maar het gedrag wel.

NOS-correspondent Margriet Brandsma schrijft in haar column:

Over Unter den Linden loopt regelmatig een man met loshangende winterjas. Hij zou geen enkele aandacht trekken ware het niet dat hij een stuk of vijf bodyguards om zich heen heeft. De man is Gerhard Schröder. De oud-bondskanselier heeft een kantoortje op Unter den Linden 50, net als Joschka Fischer en Otto Schily.

Maar Schröder zal zich de komende tijd steeds minder laten zien op dit kantoortje, is de verwachting. Want hij krijgt het druk. Schröder wordt president-commissaris van het bedrijf dat een gaspijplijn van Rusland naar Duitsland aanlegt en exploiteert.

Klein detail: zonder bondskanselier Schröder had oud-bondskanselier Schröder die baan waarschijnlijk nooit gekregen. Want juist kanselier Schröder heeft zich er, met z'n Russische vriend Poetin, zeer voor ingezet dat deze pijplijn er komt. Schröder en Putin trotseerden daarvoor zelfs fel protest van de Baltische staten en vooral van Polen. Die landen hadden graag meegedaan aan het project maar zijn buitenspel gezet.

Partijvrienden

Zelfs partijvrienden keuren deze actie van Schröder af. Hoewel hij geen wet heeft overtreden, is de actie van Schröder moreel verwerpelijk is het algemene oordeel. De commentaren waren het afgelopen weekeinde ongemeen scherp.

Een woord als 'salonsocialist' kennen Duitsers niet, anders was het Schröder zeker ten deel gevallen. Want hoe kort Schröder ook nog maar kanselier-af is, het is al de tweede keer dat duidelijk wordt dat hij in een vroegtijdig stadium maatregelen heeft getroffen voor het post-kanseliersschap.

Twee weken geleden werd bekend dat Schröder als 'ambassadeur' gaat werken voor een Zwitserse uitgever. Die uitgever wil graag de Oosteuropese markt op en ziet in Schröder de man die vooral de deuren naar Rusland kan openen. Op zich niets aan de hand, ware het niet dat een paar dagen later uitlekte dat Schröder nog tijdens zijn kanseliersschap dit baantje heeft aangenomen.

Cursus Engels

Eén probleem heeft Schröder met zulke mooie banen wel. Hij spreekt nauwelijks Engels. Dat werd met tolken ondervangen toen hij nog kanselier was. Tijd om een cursus te volgen had de drukbezette kanselier natuurlijk niet. Nu wel.

Schröder heeft een intensieve cursus Engels gevolgd in Wales, berichtten de kranten vorige week. Zijn docenten zwijgen over het gedrag van hun pupil, ze willen alleen kwijt dat Gerhard een vlijtige en charmante leerling was. Hij wilde al heel snel weten wat het Engelse woord voor 'blut' is, voor faillissement. Het antwoord: 'Germany'.

Het kan natuurlijk goed zijn dat dit verhaal verzonnen is in de pub waar Schröder de avonden na de cursus doorbracht. Feit is dat kanselier Schröder Duitsland behoorlijk blut heeft achtergelaten. Voor een persoonlijk 'Germany' hoeft hij in de verste verte niet meer te vrezen.

Bart Croughs gaf eerder een dat de welbekende spreuk 'links lullen, rechts vullen' in deze gevallen niet klopt:

De graaizucht van Paul Rosenmöller heeft voor nogal wat honende commentaren gezorgd. ‘Links lullen, rechts zakken vullen!’ aldus de teneur. Dat verwijt is onterecht. Rechts zakken vullen doe je op de vrije markt, door diensten te leveren die mensen vrijwillig afnemen omdat ze die diensten meer waard achten dan de prijs die ze ervoor betalen. Rechts zakken vullen is dus voor alle betrokken partijen een winstgevende zaak.


Aan dergelijk gedrag heeft Rosenmöller zich zeker niet schuldig gemaakt. Rosenmöller krijgt 70.000 euro per jaar betaald omdat hij zich één dag per week bezighoudt met adviezen geven over de integratie van allochtone vrouwen. Welnu, niemand is zo gek om Rosenmöller vrijwillig een dergelijk bedrag voor dit soort adviezen te betalen. Op de vrije markt zou hij tevergeefs leuren met zijn allochtone-vrouwen-adviezen. De oplossing is in zo’n geval eenvoudig: je doet gewoon een greep in de zakken van de belastingbetaler. Op die manier kun je mensen die in het geheel niet in je adviezen zijn geïnteresseerd, toch dwingen over de brug te komen. Als je zoals Rosenmöller goede connecties bij de overheid hebt, is dit een fluitje van een cent.

Kortom, de manier waarop Rosenmöller zijn geld verdient, is geheel in overeenstemming met zijn anti-markt-ideologie. Wat Rosenmöller doet, is links lullen, links zakken vullen.

Wat je hem wel kunt verwijten, is dat hij te veel verdient. Rosenmöller is immers een voorstander van een gelijke inkomensverdeling. Hier schoot de Volkskrant Rosenmöller te hulp: “Als linkse mensen geen geld mogen hebben, resten er voor hen slechts twee opties: rechts worden of het grootste gedeelte van hun geld weggeven. Dat zijn de enige manieren om het verwijt van hypocrisie te voorkomen. Maar de eerste methode is cynisch en de tweede vereist een heiligheid die voor de doorsnee-sterveling niet is weggelegd” (de Volkskrant, 14 mei).

Het is volgens de Volkskrant dus níet cynisch om je medemens met idealen om de oren te slaan waar je je zelf niets van aantrekt. Maar het is wél cynisch om de onzinnigheid in te zien van idealen die zelfs door de aanhangers ervan niet in de praktijk kunnen worden gebracht.

Je blijft lachen met de Volkskrant.

Bron : Stichting Meer Vrijheid.

Posted by NovaCivitas at 01:36 am | Druk deze pagina

3 oktober 2005

Niemand durft pronostikeren over kansen Marc Verwilghen

HPIM0555.jpg Niemand kan zeggen hoe groot de kansen van minister Marc Verwilghen (VLD, foto) zijn om morgen of woensdag verkozen te worden tot commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa. De ultieme test voor Verwilghen begint vanmorgen. Net als de twee tegenkandidaten Thomas Hammarberg en Marek Nowicki passeert hij deze ochtend langs de verschillende fracties van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa. Na een korte voordracht van de drie kandidaten en een vraag-en-antwoordsessie, buigen de fracties zich over een eventuele richtlijn voor hun stemgedrag.

Maar, eerste onbekende factor: in tegenstelling tot in het Belgische parlement, is de fractiediscipline in de assemblee van de Raad van Europa niet groot. Zelfs als er afgesproken wordt om voor - zeg maar - Verwilghen te stemmen, is het verre van zeker dat alle leden zich bij de geheime stemming ook aan die afspraak zullen houden. Allerlei overwegingen kunnen hierbij meespelen, waaronder regionale.

De stemming vindt dinsdagmorgen plaats. Dat het de eerste keer lukt, is niet zeker. Om het te halen, heeft een kandidaat een volstrekte meerderheid nodig. Desnoods komt er woensdag een tweede ronde.

Maar, tweede onbekende factor: hoeveel van de ruim 300 parlementsleden komen opdagen voor de stemming? Dat aantal durft schommelen tussen 150 en 250. Aangezien het om een belangrijke benoeming gaat binnen de Raad, mag een hoge opkomst worden verwacht.

Wat betekent dit theoretisch gezien voor Verwilghen? De socialistische fractie is de grootste: ze is iets groter dan de christen-democratische en dubbel zo groot als de liberale. Daarnaast heb je de kleinere radicaal-linkse fractie en de fractielozen, waartoe de leden van het Vlaams Belang horen.

,,Verwilghen is politiek de meest uitgesproken kandidaat'', zegt Luc Van den Brande. ,,Hammarberg neigt naar de sociaal-democraten, terwijl Nowicki het minst partijpolitiek gebonden is.''

Gezien de kleinere omvang van de liberale fractie en de sympathie die Hammarberg als secretaris-generaal van het Olof Palme Internationaal Centrum ter linkerzijde geniet, zal de stemming van de christen-democraten belangrijk zijn. En laat hun fractieleider in de Raad van Europa nu CD&V-Vlaams Parlementslid Luc Van den Brande zijn, die bij de stemming in de subcommissie mensenrechten half september voor Nowicki stemde - zeer tot ongenoegen van de VLD. Van den Brande zelf wil niet vooruitlopen op de vergadering van zijn fractie maandagmorgen.

Om de onvoorspelbaarheid nog te vergroten, komt er nog een derde onbekende factor bij: wat heeft het lobbywerk van de Zweedse, Poolse en Belgische regering opgebracht? Premier Guy Verhofstadt heeft de voorbije weken in zijn contacten met collega's actief de kandidatuur van Verwilghen verdedigd. De minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht (VLD), heeft hetzelfde gedaan bij zijn collega's, onder meer in het kader van de Algemene Vergadering van de VN in New York. Ook Stef Goris, zelf al zes jaar lid van de Raad, liep zich de benen van onder het lijf voor zijn partijgenoot.

Het worden spannende dagen voor Marc Verwilghen. En voor de VLD-top. Want als Verwilghen het haalt, komt er een ministersfunctie vrij. ,,Beslissend zal zijn hoe de drie kandidaten het doen tijdens de voorstelling (van morgen, red.)'', zegt Goris, die zich voorzichtig optimistisch noemt over de kansen van zijn partijgenoot.

De concurrenten

Thomas Hammarberg

De Zweed Thomas Hammarberg is een bekende naam binnen kringen van mensenrechtenactivisten. Dat heeft de 63-jarige voormalige journalist vooral te danken aan het feit dat hij tussen 1980 en 1986 secretaris-generaal was van Amnesty International. Zijn hele verdere carrière draaide rond de strijd voor de mensenrechten. Van 1996 tot 2000 was hij de speciale vertegenwoordiger van de VN-secretaris-generaal in Cambodja. Tussen 2001 en 2003 was hij de regionale adviseur voor Europa, Centraal-Azië en de Kaukasus voor Alvaro Gil-Robles, de man die hij wil opvolgen als commissaris voor de mensenrechten bij de Raad van Europa. Momenteel is Hammarberg secretaris-generaal van het Olof Palme Internationaal Centrum in Stockholm, waardoor hij dicht aanleunt bij de socialistische beweging. Gezien zijn ruime ervaring inzake mensenrechten gold hij voor de procedure als een belangrijke kanshebber. Maar bij de stemming in de subcommissie van de Raad kreeg hij slechts twee stemmen.

Marek Nowicki

De 52-jarige Pool Marek Nowicki is al sinds 2000 de internationale ombudsman in Kosovo. Hij ziet er toe op het respect voor de mensenrechten en maakt jaarlijks een rapport waarin hij ongezouten zijn mening zegt.

De documenten verschijnen, maar de karavaan trekt verder - om maar te zeggen dat Nowicki niet echt invloedrijk is in Kosovo. De Poolse regering draagt Nowicki voor als een ,,eminente jurist'' die gespecialiseerd is in de mensenrechten. Die carrière begon hij als juridisch adviseur voor de Solidarnosc-beweging vanaf 1982. Hij stond in 1990 mee aan de wieg van het Helsinki-comité voor mensenrechten in Polen. Zijn curriculum vermeldt een indrukwekkende lijst publicaties inzake mensenrechten. Dankzij de stem van Luc Van den Brande (CD&V) kreeg hij bij de stemming in de subcommissie van de parlementaire assemblee van de Raad op 15 september één stem meer dan Marc Verwilghen. Maar dat advies is vrijblijvend voor de voltallige vergadering.

Bart Beirlant
Bron : De Standaard, 03-10-2005.


Relevante sites : www.coe.int

Posted by NovaCivitas at 11:32 am | Druk deze pagina

14 september 2005

Het Leedvermaak van Knack

Katrina1.jpg Katrina was gigantisch. Het getroffen gebied in de VS bedraagt 233,000 km2. Dat is bijna acht keer België, of meer dan drie keer de hele Benelux, of bijna half Frankrijk of bijna driekwart van Duitsland. Daarbij werd, naast ettelijke kleinere steden, een stedelijke agglomeratie van één miljoen inwoners vernield. Dat is zo groot als Brussel, Marseille of Keulen. In die stad waren toen de orkaan toesloeg naar schatting nog zo’n 200.000 mensen aanwezig. Volgens onze media waren dat allemaal “arme zwarten,” want de doden, aldus Piet Piryns woensdag in Knack, “hebben één ding gemeen: ze zijn zwart en ze waren arm.” En daarom, nog steeds volgens Piryns, waren het geen kiezers van Bush en bijgevolg voor de president “quantité négligeable.”

Het is onvoorstelbaar dat Piryns zulke zaken mag schrijven in een blad dat pretendeert zijn lezers ernstig te nemen. Europa zal nooit door een orkaan van categorie 5 (de hoogst mogelijke) worden getroffen, omdat dergelijke vormen van extreem natuurgeweld zich op ons continent niet voordoen. Stel je echter eens voor dat dit wel zou gebeuren. Zou België, of Frankrijk of Duitsland, erin slagen om op drie dagen tijd 800.000 mensen te evacueren uit Brussel, Marseille of Keulen? De Amerikanen slagen daarin wel. Ze doen dat trouwens meerdere keren per jaar, want elke zomer worden Florida en de staten langs de Golf van Mexico meermaals door orkanen getroffen. Voor een categorie 3 draaien ze ginds bij wijze van spreken hun hand niet meer om. Maar een categorie 5 zoals Katrina hadden ze nog nooit gezien. Het is de grootste natuurramp die Amerika ooit trof.

Onze pers, met inbegrip van Piryns die over “falende hulpverlening” en “complete anarchie” spreekt, is verbolgen omdat Amerika twee dagen zo murw geslagen was dat het niet onmiddellijk reageerde. Ik stel me de vraag of de regeringen in België, Frankrijk of Duitsland, wanneer ze getroffen worden door een categorie 5 erin slagen om binnen de drie dagen een gigantische hulpoperatie op gang te krijgen. Piryns stelt expliciet dat Bush met opzet niet reageerde omdat de getroffenen geen Bush-kiezers zouden zijn, omdat ze zwart of arm waren en bijgevolg “quantité négligeable.” Dergelijke journalistiek vervult mij met plaatsvervangende schaamte.

Je moet maar durven zoals Knack een artikel publiceren onder de titel “Amerikaanse nachtmerrie” waarbij de Amerikaanse nachtmerrie volgens de auteur duidelijk niet Katrina was, maar wel Amerika’s racistische en kapitalistische regering die met opzet zwarten en armen aan hun lot over zou hebben gelaten. Dergelijk artikel is niet alleen voor de Amerikanen beledigend, maar ook voor de Knack-lezer. Wellicht is dat het begin van de “nieuwe wind” die bij Knack begint te waaien nu Rik De Nolf Karl van den Broeck (zoon van Walter) bij De Morgen is gaan wegkopen om hoofdredacteur van het Roularta-vlaggenschip te worden. Knack is op weg om de nieuwe “nachtmerrie” van de Vlaamse pers te worden.

Klaarblijkelijk voelt Piryns aan dat hij met zijn artikel over de schreef gaat. Hij probeert zich reeds in de eerste zin in te dekken door erop te wijzen dat hij niet uit “leedvermaak” schrijft, maar uit “verontwaardiging en walging.” Maar schrijft vervolgens toch uit leedvermaak. Want “verontwaardiging en walging” om de grove karikatuur die men zelf van het “racistische” en “kapitalistische” Amerika en van de “nachtmerrie” Bush maakt, heeft maar één naam: leedvermaak. “Even onsmakelijk als leedvermaak is de neiging om iedere vorm van kritiek op het Amerikaans beleid gelijk te stellen met anti-Amerikanisme,” stelt Piryns. Kritiek op een grove karikatuur die men zelf van Amerika maakt, heeft nochtans een naam: onsmakelijk anti-Amerikaans leedvermaak. Piryns’ stukje is een typisch voorbeeld van linkse zelfbevrediging. De kerel wentelt zich in neo-marxistisch genot bij het zien van de rampspoed die Amerika treft. Maar welk blad doet het zijn lezer aan om hem na het betalen van 3,60 euro te confronteren met deze onsmakelijke sporen van de zelfbevlekking van Piet Piryns? Knack!

Piryns en Knack staan helaas niet alleen. In Duitsland schreef de plaatselijke Piet Piryns, ene Philipp Mausshardt, in de links-liberale Tageszeitung een commentaarstuk onder de titel “De werkelijke catastrofe,” waarin hij stelde dat die niet Katrina heette maar Bush. Mausshardt schreef zelfs dat hij “blij” was dat Amerika was getroffen. Hij noemde het “een daad van evenwicht herstellende rechtvaardigheid voor wat Amerika Irak aandoet” – waarna hij er gemeen aan toevoegde: “Ik zou nog blijer zijn als ik wist dat de slachtoffers allemaal Bush-stemmers waren. Voor de anderen voel ik welgemeende spijt.” Dat laatste is een leugen, net zoals de bewering van de Knack-scribent dat hij niet uit leedvermaak maar uit verontwaardiging schrijft.

P. BELIEN


Bron : www.brusselsjournal.com

Posted by NovaCivitas at 12:59 pm | Comments (3) | Druk deze pagina

4 september 2005

Louisiana en de orkaan "Katrina"

image001.jpg Fred L. Smith, Jr. is voorzitter en stichter van het "Competitive Enterprise Institute", een vrije-marktgeoriënteerde denktank gesticht in 1984. De instelling van Smith combineert intellectuele en strategischa analyse van complexe onderwerpen, gaande vanaf milieu tot bedrijfsbeheer. Hij gaat vaak voordrachten geven en is een begenadigd spreker.

Smith, die van Louisiana afkomstig is, stuurt ons vandaag een artikel over zijn geboortestaat Louisiana, die een paar dagen geleden zwaar getroffen werd door de orkaan "Katrina". De schokkende beelden die ons via de televisiejournaals bereikten spreken voor zich. In het hiernavolgende artikel doet Smith een oproep tot spoedige wederopbouw, maar geeft hij ook een korte analyse over de stand van zaken in Louisiana.

Het is niet onze gewoonte om Engelstalige teksten in onze Blog op te nemen (het is, geloof ik, nog maar één of twee keer gebeurd). Het zal ons deze keer wel vergeven worden. Er moge aan worden herinnerd dat op deze site ook kort na de Tsunami van 26-12-2004 werd opgeroepen om de internationale hulpacties de vrije loop te laten (zie de bijdrage van M. De Vos : "Handen af van de Tsunami"). Voor wie zich geroepen voelt, er is een rekeningnummer van het Belgische Rode Kruis waarop kan worden gestort : 000.0000025-25. De bijdragen worden overgemaakt aan het Amerikaanse Rode Kruis.


As some of you know, Fran and I (het gaat over Smith en zijn vrouw, nvdr.) are from Louisiana. I grew up in Pearl River, went to Slidell High, and then to Tulane. Fran went to St. Rita’s Dominican High School and the University of New Orleans. All of these locations and institutions have been battered badly, some perhaps destroyed (information is very hard to acquire) by Hurricane Katrina. My brother and his wife evacuated New Orleans and are safe in Baton Rouge, but they have no idea when they’ll be able to return and whether there’s anything to return to. Much of Louisiana and Mississippi face massive problems before they can even begin to rebuild and to recover.

But great disasters force societies to confront their risks and realities; and it is possible that Katrina might encourage shifts toward more entrepreneurial-friendly policies in that state. After all, the last great flood of 1927 (described so eloquently in The Rising Tide) or, more precisely, the way it was handled, inflamed populist sentiments, laying the groundwork for the subsequent success of Huey Long. Under Long and his successors, Louisiana became America’s first regulatory welfare state, dominated by wealth redistribution policies (“Every man a King”). The anti-business attitudes, the ”tax the rich” slogans remain very popular in Louisiana.

And the results of those populist policies have been disastrous. Louisiana and New Orleans were at one time prosperous—the leading communities in the South. Louisiana’s natural advantages made it a major port and that role stimulated the growth of regional banking and other financial services. Oil and other natural resources were plentiful, and, of course, tourism and hunting and fishing were added assets. As a result, Louisiana prospered for some time, even though its politics and its policies were increasingly destructive.

However, over the past 50 years, industries have sought to shift their operations to more favorable climes. Houston became the nation’s oil capital and grew far more rapidly. Indeed, Houston is now sheltering refugees from New Orleans. Atlanta became the South’s commercial capital and Charlotte its financial capital. Even Louisiana’s natural advantages faded as shipping firms—finding corruption rampant—sought to move their goods through other ports wherever possible. Populist policies have consequences: A politicized economy becomes too often a corrupt one. Louisianians sometimes joke: “We’re a state that does not tolerate corruption; we insist on it!” Amusing, but tragically true.

Yet, this disaster as the one before it, gives Louisiana a new chance. Louisiana can rebuild its tax, regulatory, legal, and welfare policies as it also rebuilds its physical structures. But to do so it must liberate the creative talents and energies of its people. Louisiana has for too long allowed itself to become a banana republic (absent, of course, the bananas). It is time for the state to use this disaster to displace the failed populism that for so long has crippled its economy.

Yet the change of policies must await the alleviation of the immediate plight of the area and its residents. Louisianans already live in an overly politicized world, so I would urge you, if you have not already done so, to consider a donation to a charitable relief group of your choice. Fran and I have donated to the Salvation Army. Several CEI staffers have selected the Red Cross or Catholic Charities, among other groups. But do consider this request. Realize also that for disaster relief—much as for public policy—cash contributions are generally the most useful form of aid.

Some have suggested that New Orleans may never rebuild, that the city will become a ghost town like the abandoned mining cities of the West. As one who has lived in and loved this area, I believe this would be a tragedy. Louisiana can rebuild, New Orleans can again become the City that Care Forgot—if we care, and if its citizens abandon the populist policies and the fatalistic attitudes of the past. Let us hope they do.


Fred L. Smith, jr.

Posted by NovaCivitas at 12:01 am | Druk deze pagina

16 juli 2005

De volgende Amerikaanse president

giuliani.jpg Een bijdrage van Pieter Cleppe (eerder gepubliceerd op zijn weblog) met mogelijke scenario's voor de toekomstige Amerikaanse presidentsverkiezingen. Wordt Rudolph Giuliani (foto) de volgende president van de VS ?

In de VS is de presidentsrace naar 2008 begonnen. Financiers moeten immers nu al warm worden gemaakt. Bush junior is onverkiesbaar, want sinds “the dictator” FDR vier keer na elkaar president was, heeft men in de VS het aantal termijnen beperkt tot twee.

Arnold Schwarzenegger is niet in de V.S. geboren, en dus onverkiesbaar. Niettemin is er al nagedacht om de Grondwet te wijzigen, maar in de V.S. is dit zo ongelooflijk moeilijk, dat het vreemd was dat er echt over werd nagedacht.

De topfavoriete bij de democraten is Hillary Rodham Clinton. Maar gehaat en verafschuwd als ze is door een aanzienlijk deel van de bevolking, heeft ze daardoor een serieuze handicap. Bovendien is ze een vrouw, wat geen rol zou mogen spelen, maar het wel nog altijd doet voor veel mensen. Alhoewel ze daardoor natuurlijk ook extra aandacht krijgt, dus zoveel zal het wel niet meespelen.

Hillary dient eerst nog herkozen te worden in 2006 als senator voor de staat New York. Zij zal daar geen tegenstand krijgen van een eventuele latere tegenstander in de presidentsverkiezing: Rudolph Giuliani, de burgemeester van New York ten tijde van 9-11, en de man die met zijn succesvol zero-tolerance beleid “the big apple” van één van de onveiligste tot één van de veiligste grote steden van de V.S maakte. Zijn status als “burgemeester van Amerika” kan alleen maar schade oplopen door een electorale confrontatie in de aanloop naar 2008.

Het feit dat Giuliani echter van New York is, kan hem nog steeds parten spelen. Zijn liberale morele standpunten zijn in conservatief Amerika geen vanzelfsprekendheid. Maar het is een man die een heel breed spectrum bestrijkt, wat hem sterk kan steunen.

Andere voorname Republikeinse kandidaten zijn de eeuwige kandidaat John McCain, Jeb Bush (broer van "W." en goeverneur van Florida), senaatsfractievoorzitter Bill Frist, oud-minister van “homeland security” John Ashcroft, en dan nog enkele mindere goden (zie link via titel). Minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice heeft al uitgesloten dat ze zal opkomen.

Bij de democraten dingen naast Hillary ook John Edwards mee, Russ Feingold (populair onder vakbonden) en Bill Richardson, de hispanic die goeverneur is van New Mexico. Ook voor Al Gore wordt publiciteit gevoerd, en in mindere mate voor John Kerry, die waarschijnlijk niet zal opkomen.

Door de naam van de persoon, gevolgd door “run president 2008” in te tikken in google, kan het aantal hits een aanduiding zijn van de kansen van de persoon:

John Kerry (D) 338.000 (onwaarschijnlijk)

Hillary Clinton (D) 198.000

John Edwards (D) 183.000

John McCain (R) 137.000

Al Gore (D) 133.000

Bill Frist (R) 107.000

Jeb Bush (R) 85.700

Bill Richardson (D) 69.500

Condoleezza Rice (R) 66.500 (onwaarschijnlijk)

John Ashcroft (R) 56.600

Giuliani (R) 51.800 ("Rudolph" + "Rudy")

Russ Feingold (D) 26.900


Het valt op dat voornamelijk democraten aan de top staan, net als de oudgediende Republikein John McCain. Het feit dat er een republikeinse president is, zorgt er wellicht voor dat republikeinen zich iets meer schromen om zich nu al te profileren. Giuliani en Jeb Bush, volgens analisten de topfavorieten bij de Republikeinen, halen ook minder dan Frist en McCain, die zich wegens hun underdogpositie wellicht meer en vroeger moeten profileren.

Ik gok op een race Rudolph Giuliani vs. Hillary Clinton. George W. Bush zal zijn broer steunen, zoals de populaire Reagan in de aanloop naar de verkiezingen in 1988 Bush senior steunde, maar ik denk dat Bush jr. helemaal niet zo populair meer zal zijn als Reagan toen was.

De situtatie in Irak zorgt voor veel Amerikaanse doden en voor geldtekort. De mogelijkheden om de economie kunstmatig op te blazen door de Fed op te dragen de rente te verlagen zijn uitgeput. Eerder komt er een crash van de onroerend goed - bubble in de V.S, net veroorzaakt door de Fed. Na de zaak Terri Schiavo is bovendien de grens bereikt in de V.S. van het politiek uitbuiten van ethisch conservatisme, want het publiek keerde zich af van de politieke exploitatie ervan. Bovendien was Jeb Bush dan nog zelf betrokken in deze Republikeinse nederlaag.

Giuliani is van New York, en dus de geschikte man om Hillary op eigen terrein stemmen afhandig te maken in het noordoosten. De rest van het land zal sowieso al minder voor Hillary stemmen, maar wel voor de Republikein Giuliani, die zich wel wat ethisch conservatiever zal profileren. Bovendien kan hij kritiek geven op de oorlog in Irak zonder te worden beschuldigd van een gebrek aan patriotisme of te zacht voor terroristen, dankzij zijn 9-11 verleden. Ik denk dus dat hij de volgende Amerikaanse president zal worden.

Maar laat u zich niet misleiden door dit circus. Wie de volgende president wordt, is niet zo oneindig belangrijk. De rekeningen zullen moeten worden betaald, de situatie in Irak opgekuist, de lobbygroepen zullen hun investering terug willen zien, en de internationale competitie zal onverminderd voortgaan.

Pieter CLEPPE

Bron : http://cleppe.blogspot.com

Posted by NovaCivitas at 10:11 am | Comments (0) | Druk deze pagina

15 juni 2005

BENELUX NOG EEN MEERWAARDE VOOR VLAANDEREN ?

beneluxflag1.JPG

In het vooruitzicht van het aflopen van het Benelux-verdrag in 2010 [1] leverde oud-ambassadeur Jan Hendrickx in het oktobernummer 2004 van de Internationale Spectator een Vlaamse bijdrage aan het debat over de toekomst van de Benelux [2]. Dit artikel van T. Lansloot beoogt vanuit diezelfde invalshoek verder op dit thema in te gaan. Centraal daarbij staat de vraag of de Benelux (de afgebeelde vlag is het officieuze embleem) als organisatie voor Vlaanderen nog een meerwaarde biedt.

BENELUX ALS ORGANISATIE

Aanvankelijk was de Benelux een overwegend economisch gerichte internationale organisatie. Inmiddels is die op dit gebied grotendeels door de Europese Unie achterhaald. De meeste EU-lidstaten zijn bovendien toegetreden tot één muntunie. De Euro heeft de Nederlandse gulden en de Belgische en Luxemburgse frank vervangen. De Benelux is nooit tot een muntunie gekomen.

De Organisatie is zich vervolgens geleidelijk gaan richten op nieuwe beleidsterreinen zoals milieu, infrastructuur, ruimtelijke ordening, grensoverschrijdende samenwerking, politiële samenwerking, immigratie, drugs, enz…Ook daar echter neemt de EU meer en meer het initiatief. Dit heeft er o.m. toe geleid dat sedert 1 september 2004 in Nederland de Benelux-coördinatie niet meer berust bij het Ministerie van Economische Zaken, maar - zoals in het federale België , bij dit van Buitenlandse Zaken.

Toch blijft de Benelux ook qua economische samenwerking actief,bij voorbeeld op het gebied van grootschalige belastingfraude ( o.m. minerale oliën, voorafbetaalde telefoonkaarten, BTW-fraude in de automobielsector), waarover de Ministeries van Financiën van de Benelux-landen 3 maal per jaar ambtelijk topoverleg plegen. Enkele significante resultaten zijn daarbij geboekt.

Een ander voorbeeld is het op 25 februari 2005 door de drie landen gesloten “Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom ( merken, tekeningen of modellen)”. Dit verdrag richt in Den Haag een Benelux-organisatie op voor bevordering van de bescherming van merken en tekeningen of modellen in de drie landen.

De grensoverschrijdende samenwerking in Benelux-verband is ruim, divers en actief. Zij verloopt vaak in EU-kader en met inzet van EU-middelen, b.v. in het kader van Interreg. Thans gaat veel aandacht naar verkeer en vervoer over land (Eurocontrol route) en over zee (“short sea shipping”).

Ook in de samenwerking op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken zit dynamiek. Eind 2003 beslisten de betrokken ministers het Senningen-memorandum van 1996 nieuw leven in te blazen. Zij breidden de drie aanvanke-lijke samenwerkingsgebieden : politie, justitie en immigratie, uit met drie nieuwe : veiligheid, drugsbeleid en rampen- en brandbestrijding. De ministers, die zelf elke drie maanden overleg plegen, richtten een centrale ambtelijke overleggroep op met daaronder een aantal vaste en ad hoc werkgroepen. De overleggroep komt bijna iedere maand bijeen. Het Benelux-secretariaat staat in voor de coördinatie en doet ook voorstellen.

De Benelux blijft dus, ook economisch, een actieve organisatie met het secretariaat als spil.

BENELUX VOORLOPER EN MOTOR VAN DE EU ?

Was Benelux aanvankelijk een voorloper van de EU, thans treedt de organisatie thans veeleer op als motor van verdieping binnen de Unie, omdat de samen-werking tussen de drie landen op tal van gebieden verder gaat dan die binnen de Unie. Diverse Benelux-organen plegen over vele belangrijke Europese dossiers overleg vooraleer die binnen de EU aan bod komen. Het verder bewandelen van die weg biedt nog tal van mogelijkheden.

De politieke samenwerking staat tot dusver buiten het Benelux-verdrag. Niettemin is ze natuurlijk zeer belangrijk, vooral dan in EU-kader, maar ook elders ( b.v. binnen de NAVO, de Verenigde Naties,enz...). Het is immers zonder meer duidelijk dat de drie landen gezamenlijk een grote invloed kunnen uitoefenen op de Europese en multilaterale besluitvorming dan elk afzonderlijk.

Aan de Europese Raad gaat meestal een Benelux-top vooraf. De laatste tijd overigens niet altijd, officieel wegens een overbelaste agenda van de regeringsleiders, in werkelijkheid omdat de standpunten van België (soms gevolgd door Luxemburg) en Nederland gewoonweg te ver uit elkaar lagen op grond van nationale overwegingen en/of bondgenootschappen binnen de Unie. België leunt aan bij de Frans-Duitse as, Nederland bij Groot-Brittannië en, via Londen, meer bij de Verenigde Staten.

De jongste EU-top ( 22-23 maart 2005 in Brussel ) heeft dit andermaal scherp in het licht gesteld. De Belgische premier stond pal achter, of was zelfs de gang-maker van de Frans-Duitse eis tot verwerping van de “ Bolkestein-richtlijn” van de Europese Commissie over vrijmaking van de dienstensector binnen de EU. Die richtlijn is vooral gebaseerd op het “oorsprongslandbeginsel”. De Franse president deed dit als “onacceptabel” af en het kwam ook niet voor in de slotverklaring. Commissievoorzitter Barroso bleef er echter bij dat dit beginsel moest worden gehandhaafd met een aantal minimumvoorwaarden, en kreeg de steun van Nederland.

België en Nederland verschilden ook van mening over de versoepeling van het stabiliteitspact ter voorbereiding van de discussie over de meerjarenbegroting.

DE BENELUX BINNEN DE EU

Binnen de EU krijgen gezamenlijke Benelux-standpunten, zoals neergelegd in Bnelux-memoranda de nodige aandacht en waardering van de Unie. Men mag geredelijk aannemen dat bij de discussie daarover in juni a.s. beide landen tegenovergestelde standpunten zullen innemen. Na afloop van de jongste Europese Raad in Brussel verklaarde de Belgische premier “het gevoel” te hebben dat die begroting 1% van het Europees BNP zal overschrijden . Nederland behoort, samen met Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, tot de zgn. “bende van zes”, die de begroting absoluut tot 1% van het Europees BNP beperkt wil houden.

Het verleden heeft nochtans geleerd dat gezamenlijke Benelux-standpunten binnen de EU meer kans maken. Benelux-memoranda kregen vroeger wél de nodige aandacht en waardering. Die rol kan nog belangrijker worden door de recente en toekomstige toetreding tot de Unie van een reeks kleinere landen. De Benelux-landen zouden binnen die groep als katalysator kunnen optreden. De Benelux heeft in zekere mate model gestaan voor samenwerking onder de Baltische staten en de Visegrad-landen.

Tijdens de derde Belgisch-Nederlandse Conferentie (28 oktober 2004) kwam de toekomst van de Benelux als organisatie vrijwel niet ter sprake. De Conferentie besteedde wel veel aandacht aan de politieke samenwerking van de drie landen, vooral dan in een zich verruimende Unie. Concrete voorstellen over hoe het tot die nauwere politieke samenwerking moet komen, gingen niet verder dan frequenter overleg onder ambtenaren van de ministeries van buitenlandse zaken en van de vakministeries. Alfred van Staden, directeur van het Instituut Clingendael, pleitte er voor de voorbereiding van de mogelijke herziening van het Benelux-verdrag aan te grijpen om de consultatieve mechanismen opnieuw in ogenschouw te nemen.

Belgisch Minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht, ging volledig voorbij aan de Belgische federale staatsstructuur sedert 1993. Zijn staatssecretaris, Donfut, verwees wel naar de complexe institutionele architectuur van België, met zijn over verreikende bevoegdheden beschikkende Gemeenschappen en Gewesten. Hij sprak er zich voor uit om ook op dat niveau de Nederlands-Belgische samenwerking te stimuleren. Staatssecretaris Nicolaï wees er als enige op dat nauwere politieke samenwerking in Benelux-verband intensieve contacten vergt met niet alleen de Belgische federale regering maar ook met de Vlaamse en de Waalse.

De politieke samenwerking tussen de drie Benelux-landen, m.i.v. de Belgische deelgebieden, verdient te worden bevorderd en ontwikkeld. Zij dient louter binnenlandse overwegingen en persoonlijke ambities van sommige politici te boven te gaan. Een beter gestructureerd maar soepel overlegmechanisme zou niet langer louter vrijblijvend mogen zijn maar ingebouwd in de werking van Benelux als organisatie.

DE TOEKOMST

Zullen België, Luxemburg en Nederland bij de 50ste. Verjaardag van het Benelux-verdrag in 2010 dit verdrag ongewijzigd laten doorlopen, opzeggen, of door een ander verdrag vervangen?

Voor België is het gewoon voortzetten ervan krachtens zijn grondwet van 1993 vrijwel onmogelijk. Die grondwet heeft immers van België een federale staat gemaakt (vgl. artikel 1), bestaande uit gemeenschappen en gewesten.die zelf hun buitenlandse betrekkingen kunnen organiseren, inclusief het verdragsrecht, op alle gebieden waarvoor zij binnenlands bevoegd zijn (vgl.art.167). Op grond daarvan is het Benelux-verdrag in België een zg. “gemengd verdrag” omdat het slaat op materies waarvoor zowel de federale overheid als de gemeenschappen en gewesten bevoegd zijn (economie, ruimtelijke ordening, milieubeheer, grensoverschrijdende samenwerking, enz…).

In België is het denken i.v.m. de toekomst van de Benelux als organisatie na 2010 slechts kortgeleden begonnen. Op federaal niveau komt dit nu geleidelijk op gang en, naar verluidt, is het de bedoeling de Gewesten en Gemeenschappen ten volle bij die denkoefening te betrekken. Op 15 maart 2005 stond de Benelux op de agenda van de Interministeriële Conferentie Buitenlands Beleid. Men besloot echter alleen maar een werkgroep op te richten, bestaande uit vertegenwoordigers van zowel de federale overheid als van die van de deelgebieden. Op 18 april 2005 presenteerde het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel een Benelux-informatiedag. B.M.J Hennekam, secretaris-generaal Benelux en zijn Belgische adjunct, E.Baldewijns, maakten een stand van zaken op over de Benelux in het algemeen en ambtenaren van het Benelux-secretariaat hielden referaten over specifieke thema’s.

Federaal België schijnt veel belang te hechten aan de politieke samenwerking tussen de Benelux-landen, vooral binnen de EU. Die samenwerking valt niet onder het huidige Benelux-verdrag. Of dit in een nieuw verdrag anders zal zijn, blijft vooralsnog de vraag.

Vlaanderen wacht op de uitslag van een wetenschappelijk onderzoek om zijn houding te bepalen. Intussen groeit daar het gevoel dat Benelux een gepasseerd station is voor het aanhalen van de banden met Nederland, wat vrijwel elke Vlaamse politieke verklaring betreffende buitenlands beleid als prioritaire doelstelling vooropstelt. Of Nederland die prioriteit deelt is niet duidelijk.

In politiek Vlaanderen maakt het idee opgang van een “Algemeen Nederlands-Vlaams Samenwerkingsverdrag” dat niet alleen het Benelux-verdrag maar ook het nogal onoverzichtelijk netwerk van de overige bestaande Vlaams-Nederlandse verdragen, waaronder het Taalunieverdrag en het Cultureel Verdrag, zou vervangen. Zo zou ook het in Vlaanderen allang bestaand idee worden verwezenlijkt de Taalunie en de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland onder één dak te brengen.

In het vooruitzicht van het aflopen van het Benelux-verdrag kondigde de bevoeg-de Vlaamse Minister, Geert Bourgeois, in zijn beleidsnota “Buitenlands Beleid en Internationale Samenwerking voor de periode 2004-2009”, een wetenschappelijk onderzoek aan naar de wijze waarop de Benelux als instrument en bond-genootschap binnen de uitgebreide Unie optimaal kan worden ingezet op die gebieden waarvoor Vlaanderen bevoegd is. Dit onderzoek, dat uiterlijk op 30 juni 2006 gereed moet zijn, zal duidelijk moeten maken “ of en, zo ja, op welke manier een verruimd Benelux-verdrag een meerwaarde kan bieden voor Vlaanderen t.a.v. reeds bestaande bilaterale samenwerkingsverbanden.” [3] Op basis van dit onderzoek zal de Vlaamse Regering haar standpunt over de verdere toekomst van de Benelux bepalen.

Nederland is vooralsnog voorstander van het grotendeels behouden van de Benelux zoals die nu functioneert, mét instandhouding van het Secretariaat, waarvan het de functies opnieuw wil bekijken. Nederland laat het aan België over de rol te bepalen die de Belgische deelgebieden in Benelux-verband kunnen spelen. M.a.w. Den Haag wacht op Belgische voorstellen dienaangaande, maar is principieel niet gekant tegen een zekere "regionalisering" van het verdrag. Enkele Nederlandse vakministeries, waaronder Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid, onderzoeken nog of er niet meer uit de Benelux-samenwerking te halen valt.

Nederland hecht , net als federaal België, veel belang aan de politieke samen-werking van de drie Benelux-landen maar die valt dus buiten het verdrag. Men kan zich nochtans niet ontdoen van de indruk dat dit in beide landen meer lippendienst dan echte overtuiging is. Standpunten liggen vaak al te ver uit elkaar.

Aangezien Nederland thans niet geneigd lijkt de Benelux op te doeken, mag er van worden uitgegaan dat een algemeen Vlaams-Nederlands verdrag ter vervanging van o.m. het huidige Benelux-verdrag voor Den Haag geen optie is.

Aan het huidige Benelux-verdrag zijn jaren lange onderhandelingen voorafge-gaan. Het wordt dus de hoogste tijd dat alle betrokken partijen voor zichzelf uitmaken wat zij er bij het verstrijken ervan willen mee aanvangen. In het vooruitzicht van de afloop van het Benelux-verdrag, heeft het Benelux-secretariaat-generaal al in 2003 ten behoeve van het Comité van Ministers een interne notitie opgesteld maar het Comité heeft zich niet gehaast daarop te reageren.

Professor emeritus Dr. Wim Couwenbergh van de Erasmusuniversiteit Rotterdam en professor emeritus H.Gysels van de Universiteit Gent hebben in november 2004 het manifest : “NAAR EEN NIEUWE BENELUX” [4] opgesteld, waarin zij de betrokken regeringsinstanties oproepen de nodige stappen te ondernemen om de politieke en juridische voorwaarden te scheppen ter vervanging van de huidige primair economische Benelux door een politieke Benelux. De bedoeling is dat de drie landen in de zich uitbreidende Unie hun krachten bundelen in een hecht politiek samenwerkingsverband, dat ze in staat stelt als een politieke eenheid op te treden. Hoever de initiatiefnemers met die politieke eenheid willen gaan laten zij in het midden. Wel stond in het verleden, ook in een vrijwel louter economische Benelux, Franstalig België steeds wantrouwig tegenover een organisatie die staat voor een entiteit waarin het een kleine minderheid uitmaakt. Of het Groothertogdom Luxemburg positiever staat tegenover een politieke Benelux is nog maar de vraag. Hoe dan ook lijkt de weg naar een politieke Benelux nog moeilijker te zijn dan die naar een economische gebleken is.

VLAANDEREN EN DE BENELUX

Het is misschien vermetel op het resultaat van het door de Vlaamse overheid opgedragen academisch onderzoek te willen vooruitlopen. Toch lijkt het nu al duidelijk dat zonder diepgaande verdere staatkundige ontwikkelingen in België, een Vlaams-Nederlands overkoepelend verdrag een aan de federale Belgische staatsstructuur aangepast Benelux-verdrag, niet gewoon kan vervangen. Veel van de in Benelux-verband behandelde materies zijn immers binnen de bestaan-de Belgische staatsstructuur “gemengd”, m.a.w. de bevoegdheid er voor ligt zowel bij de federatie als bij de deelgebieden. Zo’n Benelux-verdrag past dus kennelijk nog wel binnen de prioriteit die Vlaanderen aan zijn betrekkingen met Nederland hecht.

Een Vlaams-Nederlands verdrag dat in de plaats komt van alle verdragen waarbij Nederland en Vlaanderen verdragsluitende partijen zijn, zou daarentegen slechts kunnen slaan op materies waarvoor Vlaanderen uitsluitend is bevoegd. Een dergelijk verdrag is natuurlijk wel mogelijk. Vooral Vlaanderen heeft er belangstelling voor, maar Nederland heeft er nog geen standpunt over ingenomen.

Bilaterale politieke samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen zou misschien vlotter verlopen dan de Belgisch-Nederlandse, maar Vlaanderen is
vooralsnog niet helemaal bevoegd voor zijn buitenlandse betrekkingen.

In Benelux-kader komt het er, zoals binnen de EU, vooralsnog op aan dat Vlaanderen zijn rol ten volle speelt en op zijn strepen staat, te beginnen met voorbereiding, onderhandeling, ondertekening, ratificering en uitvoering. Om dat te vergemakkelijken is wellicht een aanpassing gewenst van het samenwerkingsakkoord “buitenlands beleid” van 1994 tussen de federale Belgische overheid en de Gemeenschappen en Gewesten. Dit ter voorkoming dat, zoals in het verleden al is gebeurd, de Raad van State achteraf tot de slotsom komt dat een alleen door federaal België gesloten verdrag in feite gemengd is en dus zonder medeondertekening door de Gemeenschappen en Gewesten volkenrechtelijk ongeldig is. Het is dan ook wellicht het best dat het federale Ministerie van Buitenlandse Zaken de Gemeenschappen en Gewesten in kennis stelt van alle verdragen die het voornemens is namens België te sluiten en dat de krachtens het samenwerkingsakkoord opgerichte werkgroep vervolgens uitmaakt of het om een “gemengd verdrag” gaat.


Auteur : ambassadeur b.d. T. Lansloot

Bron : Internationale Spectator, maandblad voor internationale politiek van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael te Den Haag, uitgave Koninklijke Van Gorcum te Assen, jaargang 59 (2005) nr 5 (mei), blz. 259-262 (in Vlaanderen-België-Beneluxnummer).

Verwijzingen :
[1] Het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie werd op 3 februari 1958 in Den Haag ondertekend maar trad pas in 1960 in werking. Het heeft een looptijd van vijftig jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding. . Dit is dus tot 2010. Vervolgens blijft het van kracht voor telkens 10 jaar tenzij één van de verdragsluitende partijen één jaar voor het verstrijken van het lopende tijdvak de andere partijen in kennis stelt van haar voornemen het Verdrag te beëindigen (artikel 99)
[2] Blz. 506-509
[3] zie de lijst van de hudige , voor de Vlaams^Nederlandse betrekkingen medebepalende verdragen in Hendrickx a.w. noot 2
[4] nadere informatie op het voorlopig secretariaat van het initiatiefcomité : Hoogpadlaan, 72 te B –2180 - Antwerpen (Ekeren) ; e-post: vik.eggermont@belgacom.net

Posted by NovaCivitas at 02:48 am | Druk deze pagina

10 april 2005

Patriot Act staat ter discussie in VS

11sept2001.jpgDe Amerikaanse regering is bereid de Patriot Act, de omstreden antiterrorismewet die ze na 11 september 2001 snel door het Congres drukte, wat bij te schaven. Zes weken na de "Nine-eleven" loodste de Amerikaanse regering, zonder noemenswaardig debat, de Patriot Act door het Congres.Minister van Justitie Alberto Gonzalez probeert nu door eigen aanpassingsvoorstellen een brede coalitie van progressieve en conservatieve actiegroepen die de wet ingrijpender wil veranderen, de wind uit de zeilen te nemen.

Gonzalez zei bij de hoorzittingen, die het Congres de afgelopen twee dagen hield, ,,open te staan voor suggesties'' voor verbeteringen. Hij sprak respectvol en gaf de afgevaardigden inzage in hoe vaak de wet gebruikt was. Dat was een groot verschil met zijn voorganger John Ashcroft, die het Congres weigerde te informeren, bot was en critici verweet de vijand te helpen.

De minister bood aan de 'bibliotheekregel' wat bij te stellen. Die geeft de aanklagers het recht breed persoonlijke data van verdachten op te eisen, van medische dossiers tot wat ze in de bibliotheek lenen. Vooral tegen dat laatste rees fel verzet. Gonzales zei dat aanklagers voortaan moeten kunnen bewijzen dat data relevant zijn voor een terrorismeonderzoek. Verdachten mogen dat voor de rechter betwisten.

Critici willen van de hele regel af. De regering heeft niets te maken met wat mensen lezen. Ze zou alleen persoonlijke gegevens op mogen vragen als ze aannemelijk kan maken dat die belangrijk zijn om een aanslag op te lossen of te voorkomen.

Gonzalez wees dat van de hand. ,,Het ministerie heeft helemaal geen zin om in de bibliotheekgegevens of de medische dossiers van Amerikanen te grasduinen. Maar er kunnen gelegenheden komen waar het ons kan helpen.'' Er was nog geen enkele bibliotheek gedwongen bestanden over te dragen, zei hij. Enkele hadden dat vrijwillig gedaan. Sinds eind 2003 waren wel 35 keer andere persoonlijke data, zoals over het kredietkaartgebruik, opgeëist.

Hij bood ook een heel beperkte aanpassing van de peak-and-sneek -regel (sluip-en-gluur) aan. Die geeft aanklagers het recht zonder een huiszoekingsbevel een woning te doorzoeken. Nu hoeven zij de persoon in kwestie dat pas laat te melden. Voortaan hoort die dat snel, aldus de minister. Sinds 2001 zijn er 155 zulke huiszoekingen geweest.

Critici vinden dat de ruime regel de aanklager haast een vrijbrief geeft om huizen te doorzoeken en willen ervan af. Zij klagen ook de soepele regels voor het afluisteren aan en de brede definitie van wat terrorisme is, die tegen politieke activisten gebruikt kan worden. Op deze punten gaf Gonzalez niets toe.

Zijn kleine toegevingen leken bedoeld om het monsterverbond van links en rechts dat is gegroeid, te splijten. Links en libertair-rechts eisen herstel van wat zij zien als de Amerikaanse vrijheden. Een Republikeinse en een Democ